v. 2009-12-31

 

 

 

Basis van de gepubliceerde genealogieën zijn de gegevens die werden verzameld
in de periode 1975 tot 1980 op initiatief van pater Staf Vancoillie cicm (†1984) en zoals ze toen werden geordend & vastgelegd door genealoog Maurits Vancoillie (†1998).
 

De bron van die gegevens was waarschijnlijk heel divers: van handgeschreven stamboomfragmenten uit verschillende gezinnen, aantekeningen gemaakt tijdens huisbezoeken, rouwbrieven, bidprentjes… tot de uitgebreide onderzoeksgegevens van Maurits Vancoillie zelf, van zijn zoon Jean-Paul, maar ook van Marc Van Assche, Louis & Roger Van Quaille en anderen.
Alle tot circa 1980 verzamelde gegevens werden door Maurits Vancoillie perfect verwerkt en over­zichtelijk vastgelegd in een getypte stamboom. Dat typwerk vormde óns eerste bronmateriaal, maar al spoedig bleek ons dat deze bron uit het begin van de tachtiger jaren nog verre van foutloos was. Uit de familiekring vernamen we later dat Maurits ook na 1980 –op persoonlijke titel– nog jarenlang genealogisch onderzoek heeft gedaan en dat hij zijn stamboom met die onderzoeksresultaten had ver­beterd en aangevuld. Jammer genoeg beschikten wij niet over zo’n verbeterde versie toen we onze gegevens –voor dit webblad– invoerden in een genealogieprogramma. …En ook nu niet.
Daarom worden onze gegevens regelmatig getoetst aan originele en andere betrouwbare bron­nen. De stroom correcties en aanvullingen is daarom nog lang niet opgedroogd. Dus: overname van gegevens blijft zolang voor eigen verantwoording.

 

Algemeen

 

Plaatsnamen.  In de velden Plaats (geboorte, doop, huwelijk, overlijden, be­grafenis) velmelden we de plaatsnaam niet conform de akten, maar in de mo­derne schrijfwijze.

 

We hebben dus geen oude noteringen als Rousselaere in ons bestand over­ge­nomen, maar gebruikten daarvoor steevast Roeselare.

 

Officieel of Nederlands. Vervolgens hadden we de keuze tussen de ‘officiële’ of de ‘Nederlandstalige’ plaatsnaam. Uw bladbeheerder begon ooit ijverig met Lille voor Rijsel, maar toen hij op een Franstalige site een eerste overname tegenkwam waarbij Roeselare was omgedoopt tot Roulers en Sint-Andries tot Saint-André-lez-Bruges heeft hij toch maar de voorkeur gegeven aan zijn eigen taal. De officiële naam zet hij daar soms (ter verduidelijking) tussen haakjes achter.

 

Deelgemeenten.  Als iemand volgens onze brongegevens na de gemeentelijke herindelingen toch in Rumbeke overlijdt, dan kiezen we voor de volgende notering: „Rumbeke gem. Roeselare”.

Roulers
Rousselaere
Roeselare
 

En…
De wielerwedstrijd
Parijs-Roubaix
zou die
niet beter omgedoopt worden in
Paris-Robaais ?
;–)


Datums.  In de datum-velden namen we uiteraard de datering uit onze bronnen over, en wel in de notatie dd-mm-iiij.

 

Als we eenmaal weten dat iemand op een bepaalde datum is gedoopt, dan missen wij de gedrevenheid van sommige genealogen om ook nog de geboortedatum van betreffende persoon te achterhalen, alleen omdat er dan een veldje van ons pro­gramma niet wordt ingevuld. Dat neemt niet weg dat we zo’n geboortedatum wel invullen als we die toevallig beschikbaar hebben.

 

Datumweergave.  In alle niet-datumvelden gebruikt uw bladbeheerder als da­tumnotatie iiij-mm-dd. Voor de weergave van de datums in de gepubliceerde genealogie kiest hij voor dezelfde notatie. …Hij conformeert zich daarmee aan de ansi-standaard. Zweden heeft die datumnotering al ingevoerd; het eveneens vooruitstrevende Vlaanderen zal wel volgen…?

 

 

 

Geen spreekmoord, en ook geen verzegde:
 

Eigen aard
is
goud waard.


Bronvermeldingen & aktenummers.  In het veld Bron vermelden we de plaats waar de gegevens werden gevonden. In het veld Akte komt dan het nummer.

 

Bronnen. Onze hoofdbron was de genealogische verzameling van Maurits Van­coillie zaliger. Maurits, die vele vele uren in allerhande archieven doorbracht, was spaarzaam met zijn bronvermeldingen, maar voor zover zijn gegevens zijn nage­trokken in parochieregisters en boeken van de burgerlijke stand hebben wij die bronvermelding alsnog aan ons bestand toegevoegd.
Omdat we de bronnen vaak niet persoonlijk hebben geraadpleegd nemen wij ook de subbron op. De locatie van onze bron wordt –voor zover bekend– vast­gelegd als een „pad” van locatie naar document:

BS #34 (RA Brugge:/geb.-aktes Roeselare 1812/inv. 37/mf. 1234567, mvAs)

= bij een geboorte: BS-akte 34 (Rijksarchief Brugge, geboorteaktes van Roeselare anno 1812, inventaris nummer 37, microfilm 12345, daar geraadpleegd door Marc Van Assche.

 

Digitale bronbewerkingen. Ook de vele genealogische publicaties op het www schuwen we niet als bron. Gegevens van individuele naamgenoten die we daarin aantreffen zullen –door na­der onderzoek– ooit een plaats moeten krijgen in één van onze genealogieën.
Ook de publicaties van andere genealogen ontgaan ons niet en ook daar halen we de nodige gegevens uit. Zonodig trachten we bij de eigenaar van zo’n publicatie alvast de bron(nen) te achterhalen.

 

 

 

We vermoeden dat (bijv.) nog veel ge­boortedatums die nu nog de bronvermel­ding „vcMaurits” heb­ben, niet uit een doop-/geboorteakte maar uit een huwe­lijksakte stammen. In dat geval is mogelijk ook de naamspelling onjuist…
We veranderen die gegevens alleen als wordt aan­getoond dat een andere datum/ naamvariant wél uit de doop- of geboorte­akte komt. Anders wordt zo’n afwijkende datum alleen toege­voegd als
of iiij-mm-dd [?].

 

Familiedrukwerk & persberichten. Recente gegevens nemen wij vaak over van bidprentjes, rouwbrieven en familie­berichten in de pers.
En ja, we weten het. We zouden al die gegevens moeten verifiëren aan de hand van de originele aktes. Maar, zolang wij weten waar onze gegevens vandaan komen, zolang weten we ook hoe betrouwbaar ze zijn.

 

U treft onze brongegevens in de gepubliceerde genealogieën niet aan. Iemand die gegevens bij ons opvraagt, krijgt die gegevens er desgevraagd bij.


We hopen wel dat correcties en aanvullingen uit onze lezerskring vergezeld zullen gaan van zo nauw­keurig mogelijke brongegevens, waardoor ons basisbestand alleen maar waardevoller wordt en controleerbaar.

 

 

Familienaam en ‘Aliassen’

 

Familienaam.  In het veld Achternaam velmelden we de naam zoals die werd gespeld in het geboorteregister. Voor de tijd dat de burgerlijke stand nog niet bestond, de naam zoals opgenomen in het doopregister. En voor nóg oudere fa­milieleden vermelden we als naam de oudst aangetroffen variant, bij­voorbeeld uit een wezerijakte bij het overlijden van de ouders.

 

Maurits Vancoillie had voor alle ‘getrouwde familieleden met nakomelingen’ een ge­zinsblad, waarop ook de namen van de kinderen waren vermeld, soms met een afwijkend gespelde familienaam. Voor zover wij nog afhankelijk zijn van Maurits’ gegevens nemen we aan dat de vermelding van de familienaam op het gezinsblad van de ouders uit de door ons bedoelde bron stamt.

 

Een uitzondering maken we noodgedwongen voor de naamsvermelding van vele aangetrouwden. Daarvan hebben we vaak geen gegevens van de geboorten. We velmelden in die gevallen de naam zoals die in het huwelijksregister werd gespeld.


Aliassen.  In het veld Alias komen (alle) andere familienaamsvermeldingen van dezelfde persoon.

 

Komt de afwijkende schrijfwijze uit het huwelijksregister of uit het overlijdens-/be­grafenisregister, dan laten we die vermelding voorafgaan door × of +. Komt de afwijkende schrijfwijze uit een poorterslijst of -boek, dan wordt de alias voor­af­gegaan door een p.


Hoofdlettergebruik
 
We gaan bij het overnemen van (familie-)namen niet zover dat we ook het in­consequente hoofdlettergebruik klakkeloos uit de doopregisters overnemen. (Dat doen we wél als we letterlijke citaten uit onze bronnen overnemen).
We trachten bij het invoeren van de familienamen consequent te zijn en houden ons daarom aan de volgende uitgangspunten voor het hoofdlettergebruik van losse voorzetsels en lidwoorden:

 

  vóór Napoleon schrijven we die met een kleine letter; het wáren oorspronkelijk ook slechts voorzetsels en lidwoorden die aan de eigenlijke naam voorafgingen;
  vanaf Napoleons bewind verloor het voorzetsel zijn oorspronkelijke (volgens Napoleon ‘feodale’) betekenis en hoorde het voortaan bij de eigennaam; naar Frans (en vanaf 1797-01-26 ook Belgisch) gebruik schrijven we vanaf die tijd de eerste letter van de eigennaam (zelfs al is dat een los voorzetsel of lidwoord) met een hoofdletter;
  voor de Nederlanders binnen de familie is het mogelijk dat dit onderdeel van de familienaam niet volgens Franse maar volgens Nederlandse regels –dus met een onderkastletter– wordt geschreven; ook die officiële schrijfwijze nemen we over.

 

Erfelijke namen.
Namen als de wever en de temmerman gingen vaak maar een generatie mee. Een verorde­ning van Karel de Grote die bepaalde dat ge­zinshoofden een ge­slachtsnaam dien­den aan te nemen had door de ver­brokkeling van zijn Rijk weinig effect.

 

Na het concilie van Trente (1545–’63) werden namen er­felijk, omdat pas­toors toen registers bijhielden van do­pen, huwelijken en begrafenissen.
Na invoering van de burgerlijke stand (1796) en het van kracht worden van Na­poleons naamwet­geving in de Belgi­sche departementen (’97) werden familie­namen ook onveran­derlijk.

 

Ons bestand bevat ook letterlijk over­genomen brontek­sten (citaten). Daarin hou­den we ons wel nauw­keurig aan onze bron: aan de gebruikte da­tumnotatie, de lees­tekens, de buigings­uitgangen en aan het hoofdlettergebruik.

 

Taalunie.  Vormt Vlaanderen nu met Nederland of met Frankrijk een taal­unie? Voor het hoofd­lettergebruik in fami­lienamen conformeert Vlaande­ren zich in ieder geval nog altijd aan het Frans; niet aan het Nederlands.

 


Mogelijk verkeerd geschreven naam
 

In de inleiding van de getypte stamboom lezen we verbaasd: «Voor de schrijfwijze aan of van elkaar dient opgemerkt dat tot omstreeks 1830 de naam bijna altijd van elkaar geschreven wordt. Pas nadien wordt hij meestal aan elkaar geschreven». In die stamboom zie je dat bij gezinnen die de 1830-grens passeren bijna overal ge­beuren, ook bij grote takken waarvan we zeker weten dat de naam altijd met twee woorden werd en wordt geschreven. De geciteerde tekst is (gegeven de naamwetgeving van die tijd) ook benevens de waarheid, maar Maurits Vancoillie was daar kennelijk zo van overtuigd dat hij mogelijk de door pater Staf aan­gereikte notities standaard over­typte als Vanc…lie, zodat veler naam voor de laatste vier tot vijf generaties mo­gelijk verkeerd wordt weergegeven.

 

Hetzelfde geldt ook voor onze overnames uit:
1/ Carine Guillemijn, Parochieregisters van Meulebeke. Daarin werd onze fami­lie­naam –in al zijn varianten– als één woord geschreven. We twijfelen eraan of dat in alle gevallen wel zo was.
2/ De digitale gegevensbanken van Ariadne. Ook daar vind je in het ene bestand alle namen als een woord geschreven (Vandercoilge), in het andere vind je geen en­kele naam aan elkaar geschreven (Van der Coilge).
Men tracht­te met deze ver­keerde nameninvoer waarschijnlijk gelijkluidende namen bij het alfabetisch rang­schik­ken bij elkaar te krijgen in plaats van daarvoor een passende optie te kiezen.

 

Voornaam / voornamen en ‘Roepnaam’

 

Voornaam / voornamen.  We voeren in het veld Voornamen de namen in zoals die in het doopregister en later in het geboorteregister zijn vermeld. (We zullen het maar verklappen: uw bladbeheerder doet dat met enige tegenzin, maar het is nu eenmaal ‘regel’ in het genealogenwereldje.)

 

Die officiële voornaam is in Vlaanderen vaak niet de naam die de ouders voor hun kind in petto hadden. Van pastoors werd verwacht dat ze onze kinderen zouden beschermen tegen al te ‘heidense’ namen. Ze accepteerden alleen ‘heiligennamen’ en schreven die in ’t Latijn. Zeger werd dus Victor: wég heidense Vlaamse naam!
Vanaf de Franse revolutie tot 1987 schreven ambtenaren alleen namen in die ze op een lijstje hadden staan. Gaf je bij de burgerlijke stand een kind aan met de naam Maurits (of Mauring), dan moesten vele vaders voor hun zoon genoegen nemen met de democratisch opgedrongen naam Maurice. In naam van de liberté, de fraternité en de égalité: weg met het restant aan boertige Vlaamse namen!
Er ontstond daardoor in België naast een ‘vreemde’ schrijfwijze van (familie-)namen ook een typische vertaalcultuur rond voornamen.
 

Roepnaam.  Van het veld Roepnaam maken we dankbaar gebruik om de naam te registreren waaronder familieleden feitelijk gekend waren. Ook de kloos­ternamen van onze nonkel pasters en onze tante nonnekes vinden daar een plaats.

 

Bijvoorbeeld: Dries Van Coillie werd door meneer pastoor als Andreas ingeschreven en kreeg van de burgerlijke stand de naam André. Dries werd een bekend missionaris van Scheut, en liet onder zijn échte naam vele publicaties het licht zien. De naam Dries willen we daarom daarom beslist in de genealogie terugzien. Hij verschijnt tussen haakjes achter zijn ‘officiële’ voornaam.


Weergave van de voornamen
 

Voor het weergeven van voornamen hebben we een ruime keuzemogelijkheid: „alle namen voluit”, „alleen de eerste naam voluit, de rest afgekort”, „alleen de eerste voornaam” of „alleen afkortingen” (‘voorletters’ noemen de Hollanders dat).

 

We willen de weergave zo duidelijk en herkenbaar mogelijk houden, en gebruiken alleen maar afkortingen als we iemands naam niet voluit kennen. Mochten we i.v.m. de be­standsomvang ooit kiezen voor „alleen de eerste voornaam”, weet dan dat in ons bestand alle ons bekende voornamen verwerkt zijn.

 

De kerk en onze hei­dense voornamen:
Het concilie van Trente uitte de wens om geen heidense naam te aanvaarden.
Vanaf 1983 geldt: «Ouders, peetouders en pastoor dienen ervoor te zorgen dat geen naam gegeven wordt die aan het christelijk gevoel vreemd is.»
 

De Belgische staat en onze Vlaamse voor­namen:  In 1987 werd het onze wetgever duidelijk dat Ahmed inschrij­ven met de ‘Vlaam­se’ naam André uit­gelegd kon wor­den als discriminerend… Volgens de wet betref­fende namen en voor­namen van 1987-05-15 is de naamkeuze nu vrij aan de ouders. Er zijn alleen regels voor het geval een naam aanleiding geeft tot verwarring of het kind kan schaden.
 

De Vlamingen zelf over voornamen:
Een grote groep: „Als ’t niet meer in ’t Latijn of in ’t Frans moet, dan mag het dus in ’n andere taal…” (Als ’t maar exotisch klinkt en onnederlands ge­schreven wordt.)
Een kleinere groep: „De naam van mijn kind vertalen? ’t En zal!” …En ze geven hun kinderen onver­taalbare Nederlandse namen.

 

Beroepen

 

Beroep / beroepen.  In het veld Beroep worden beroepsgegevens opgenomen uit verschillende bronnen. Heeft zo’n bron een datering, dan wordt dat jaartal tussen haakjes achter het beroep weergegeven.

 

De weer te geven beroepen houden we voor onze lezers zo herkenbaar mogelijk. Enkele beroepsnamen werden daarom veranderd in gangbaar Nederlands; be­roepen die niet meer bestaan worden hieronder toegelicht.


Gewijzigde beroepsnamen
 

In ons bestand kwamen er benamingen voor van beroepen die tegenwoordig een andere betekenis hebben, té dialectisch zijn of zelfs in ’t geheel geen beroep zijn. Die namen hebben we ver­vangen. Echter: beroepsnamen als elektrieker en mechanieker hebben we toch maar niet ‘ver­taald’ in het Nederlandse elektricien en mecanicien. We nemen aan dat deze Vlaamse benamingen voor iedereen herkenbaar zijn.

 

haarkapper > kapper – Met coiffeur des cheveux zou een Franstalige ook moeite hebben.

 

huishoudster > huisvrouw – Waar we zeker weten dat met huishoudster een vrouw wordt bedoeld die haar eigen huishouden deed hebben we dat vervangen door huisvrouw. Alleen als iemand beroepsmatig ‘andermans huishouden’ verzorgde, handhaven we dat.

 

meester > onderwijzer – Waar meester vermeld werd voor schoolmeester hebben we dat vervangen door onderwijzer. In het moderne Nederlands wordt meester gebruikt om er een meester in de rechten mee aan te duiden.

 

spellewerkster > speldenwerkster – kantwerkster die werkt met behulp van spelden. (Wvl.: speld = spelle)

 

vuurmaker/chauffeur > stoker – Waar vuurmaker of chauffeur werd gebruikt in de betekenis van stoker hebben we dat ook als zodanig veranderd. Naast de stoker/machinist van een stoomlocomotief kende men in het begin van de in­dustrialisering ook de stoker die in een fabriek de centrale aandrijfas voor het ma­chi­nepark draaiende hield. Chauffeur betekent in het huidige Nederlands be­stuurder van een auto (vanDale).


Niet meer bestaande beroepen of niet algemeen gekende beroepsnamen
 

In ons bestand komen ook beroepen voor die niet meer bestaan en be­roeps­namen die buiten de eigen streek niet of nauwelijks bekend zijn. Die vereisen zonder meer een toelichting.

 

bobijnster
– Bobijnen (bobijnde, h. gebobijnd) [Fr. bobiner] (gew.), 1 (overg.) (m.betr.t. ga­ren) op spoelen winden; 2 (onoverg.) kant maken. (vanDale)

 

boever
– Boever m., (Gewest., inz. Wvl.) (Boeren)knecht; koewachter. (deClerck)
– Boevvre (=boever) m., (Wvl.) Paardengeleider. (naar Clinckemaillie)

 

kassemareier
– Kasmarei, m, m.v. kasmareien, met den klemt. op rei. Hetzelfde als het fr. chasse-marée, ventjager, die met spoed de versche zeevisch naar de stad rijdt. (deBo)

 

wegeniswerken (aannnemer van -; wegeniswerker)
– Wegenis v. (Wdl.). (Belgicisme, ambtelijke taal) De gezamenlijke wegen van een land(streek): wegennet;
– ook: wegenaanleg; straataanleg (in een nieuwbouwwijk).
– Wegeniswerken, werkzaamheden aan de weg; ook: wegenaanleg, straat­aanleg. (deClerck)

 

zwingelaar
– Zwingelaar (m), vlasbraker. (vanDale)
Een zwingelaar verwijderde de aanhangende kleine houtdeeltjes van vlasvezels door slaan met een zwingel of braakstok.

 

Geraadpleegde bronnen:

 

Clinckemaillie:
Jerome Clinckemail­lie, Het dialect van Midden West-Vlaande­ren, „Ool koet’n en ool doen”, uitg. Emiel De­cock (Aartrijke 1996)

 

deBo:
L.L. de Bo, West- Vlaamsch Idioticon (Brugge 1873)

 

deClerck:
Walter de Clerck, Zuidnederlands Woor­denboek, uitg. Marti­nus Nijhoff (’s-Gra­venhage/Antwerpen 1981)

 

vanDale:
Van Dale, Groot Woor­denboek der Nederland­se Taal, 12e druk, uitg. Van Dale Lexi­cografie (Utrecht/ Antwerpen 1995)

 

Geboorte en/of doopsel

 

De bron van de gepubliceerde genealogieën is nog voor een groot gedeelte een kopie van een getypte stamboom naar de op initiatief van pater Staf Vancoillie verzamelde familiegegevens. De herkomst van die gegevens wordt daarin niet met name genoemd. Geboorte of doopsel… er staat simpelweg º voor de datum.
Bij datums van voor 1796 gingen wij er zonder meer vanuit dat ze uit een doop­register stammen en ook een doopsel betreffen. Vanaf Napoleon namen we aan dat de gegevens uit aktes van de burgerlijke stand stammen en dus geboor­tedatums zijn, tenzij de getypte stamboom na „ss.” de namen van peter en meter ver­meldde, dan gingen we er weer vanuit dat die gegevens toch uit een doop­register komen en dat de datums dus wel een doopsel betreffen.

 

Komen onze gegevens uit een doopregister, dan nemen we de geboortedatum alleen op als die datum in dat register ook werd vermeld.
Door hernieuwd bronnenonderzoek door genealoog Marc Van Assche komen er nu steeds meer bronvermeldingen in het bestand.
 

Gezindte.  Het veld Gezindte zullen we uitzonderlijk gebruiken als het om een niet-katholiek gaat.

 

We hebben dat veld nog maar een enkele keer ingevuld sinds we in Londen de Nederduits Gereformeerde doopsels achterhaalden van enkele naamgenoten en later ook in Holland op nakomelingen stuitten van ’n doopsgezinde vluchtelingen­familie. Laat niemand hier a.u.b. een vorm van discriminatie achter zoeken.

 

 

Wettelijk en/of kerkelijk huwelijk

 

Bij het overnemen van de gegevens van genealoog Maurits & pater Staf Vancoillie moesten we een keus maken. Daar staat alleen maar ×, ×× of ×××.

 

Onder kerkelijk huwelijk vermeldden we de huwelijken waarbij na „tt.” de ge­tuigen werden vermeld. Wij hebben aangenomen dat die informatie uit kerkelijke huwelijksregisters stamt. Vanaf de Napoleontische tijd bleven die vermeldingen namelijk weg…

 

Onder wettelijk huwelijk vermelden we alle huwelijken sinds Napoleon, tenzij we zeker weten dat het om een kerkelijk huwelijk gaat.
 
Ook hier geldt: correcties zijn meer dan welkom, maar dan wel graag met bron­vermelding, incl. de naam van de kerk waarin er getrouwd werd, en inclusief de namen van de getuigen.

 

Taalverschillen.

 

In België trouwde je voor de kerk ten overstaan van pas­toor en ge­tuigen. Bij de gemeente deed je daarvan ‘aangifte’. De huwe­lijksvoltrekking was altijd ’n heel per­soonlijke aange­legenheid van de echtelieden zelf.

 

In Nederland wordt het huwelijk voltrok­ken door de ambte­naar van de bur­ger­lijke stand. In de kerk wordt een huwelijk slechts ‘in­gezegend’.

 

Genealogie

 

Terminologie.  Uw bladbeheerder mag dan heel wat genealogische gegevens ingevoerd hebben in een computerprogramma, en misschien vindt u ook zijn pre­sentatie van die gegevens de moeite waard… Dat alles maakt van hem nog lang geen genealoog. Net als hij in het begin, zullen ook vele lezers van dit webblad zich bij een woord als parenteel afvragen: „Wat is dat nu weer?” Graag verklaren we daarom een aantal veelgebruikte termen uit het genealogie-jargon.
 
Proband.  Volgens Van Dale is dat een proefpersoon of patiënt (afgeleid van Lat. probare = proberen). In de genealogie is de proband de persoon die dient als ver­trekpunt voor het weergeven van een kwartierstaat of een stamreeks.

 

Kwartierstaat.  Een kwartierstaat is een overzicht van alle voorouders van de pro­band. Stel, u bent de proband (1), dan zijn de volgende personen van uw kwartierstaat uw vader (2), uw moeder (3), vaders vader (4), vaders moeder (5), moeders vader (6), moeders moeder (7), &z… Dat leidt dus tot een vaste num­mering van uw voorouders.

 

Stamreeks.  Een stamreeks is een overzicht van probands voorouders in manne­lijke lijn.

 
Stamoudste.  Van Dale kent stamoudste niet; die kent alleen maar stamouders, en daar heb je er altijd twee van. De genealogie gebruikt toch een stamoudste als vertrekpunt voor het weergeven van een parenteel of van een genealogie. Zo’n vertrekpunt is normaliter een ouderpaar, maar het is altijd mogelijk dat je alleen maar een voorvader hebt achterhaald, maar dat je diens echtgenote (nog) niet hebt gevonden…

 

Parenteel.  Een parenteel is een overzicht van alle nakomelingen van de stam­oudste.

 

Genealogie. Genealogie heeft twee betekenissen:
1/ de genealogie staat voor familiekunde; en
2/ een genealogie is een overzicht van de nakomelingen in mannelijke lijn van de stam­oudste.


 

 

Voor de presentatie van de stamboom laten we ons pro­gram­ma een pa­ren­teel aan­maken omdat een en­kele keer ’n kind van een moe­der Van Coilge weer met een Van Coilge trouwt. Eerst lie­ten we de aanhef „Pa­ren­teel van …” staan, maar bij nader in­zien leek het ons juis­ter die aan­hef te ver­an­deren in „Ge­nea­lo­gie van …”. Van de doch­ters VanCoilge worden na­me­lijk slechts ge­ge­vens van de eer­ste ge­ne­ra­tie na­kome­lingen op­ge­no­men (in een tekstveld).

 

Onze gedragsregels

 

Er bestaat m.b.t. het verzamelen en verwerken van persoonsgegevens wet­geving die aangeeft hoe je met die gevoelige gegevens hoort om te gaan. Ook wij ver­werken en publiceren zelfs persoonsgegevens. We vinden dat geen enkele naam­genoot persoonlijk schade mag kunnen lijden door onze publicatie en dat daarin ook geen gegevens mogen voorkomen waaraan een familielid zich kan storen…

 

De gedragsregels die wij hanteren bij het beheren en publiceren van onze gege­vens legden wij vast in een Charter die u kunt vinden via de bredere medede­lingenbalk links.

Gerechtigheid

 

 
 
 

Titelbladzijde