v. 2010-03-28 —

 

tijdens de Napoleontische periode

 

Napoleon, een boon apart!

 

Zes jaar na het uitbreken van de Franse revolutie vielen
de revolutionairen de Oostenrijkse Nederlanden binnen en Napoleon lijfde ze
in 1795 als negen nieuwe departementen in bij Frankrijk.
 

Vlaanderen heette toen Département de la Lys (Leiedepartement, het huidige West-Vlaanderen) en Département de l’Escaut (Scheldedepartement, het huidige Oost-Vlaanderen). Alle herinneringen aan oude bestuursinstellingen werden uitgewist.
Napoleon voerde in de ingelijfde gebieden voor ’t eerst een miliraire dienstplicht in en vele jonge­mannen tussen de 20 en 25 jaar werden zo bij het Franse leger ingelijfd en naar verschillende fronten ge­stuurd. Velen van hen kwamen nimmer terug…
Toch wist deze grote vernieuwer, die heel Europa onder de voet liep, velen voor zijn nieuwe orde te win­nen. Dat Europa zou er na een vijfentwintigjarig Napoleontisch bewind blijvend anders uitzien. En, raar maar waar: de bovenklasse van de vroegere Oostenrijkse Nederlanden werd sinds de inlijving bij Frankrijk een stuk Frans­ge­zinder. Maar ons Vlaamse volk ocherme: dat verstikte zowat onder die alsmaar zwaarder wordende Franstalige bovenlaag.

 

Poorter Van Coilge te Brugge [3]

 

Uit poortersboek van Brugge z/jaartal[?]

Frans van Caillie ex Thourout
i. 1790-05-01

RA Brugge:/  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 65)

 
…En met ‘poorters’ is het nu definitief afgelopen. Dat heet voortaan een instelling van l’ancien régime, de oude orde.

 

Van Coilge, Vancoilge en van Coilge

 

Verordening betreffende familienaam en voornamen – In vroeger eeuwen ver­wees het voorzetsel van naar een locatie (boerderij, stad, …); Coilge was ooit de naam van zo’n locatie. Dat voorzetsel was daardoor in vele gevallen van ‘feodale’ oorsprong.
Napoleon verordonneerde op 23 augustus 1794 (6 fructidor ij) dat het iedere burger verboden werd een andere naam of voornamen te voeren dan die welke vermeld waren in zijn geboorteakte:

 

«Décret portant qu’aucun citoyen ne pourra porter de nom ni de prénoms autres que ceux exprimés dans son acte de naissance.
Art. 1. Aucun citoyen ne pourra porter de nom ni de prénoms autres que ceux exprimés dans son acte de naissance: ceux qui les auraient quittés seront tenus de les reprendre.
Art. 2. Il est également défendu d’ajouter aucun surnom à son nom propre, à moins qu’il n’ait servi jusqu’ici à distinguer les membres d’une même famille, sans rapeller les qualifi­cations féodales ou nobilaires.
»

Moniteur, 8 fructidor ij, Lég., I, nr. 139

 

  rectificatie van de geboorteakte van Ca­rolina Vancoillie, ºZar­ren 1818, die in ’40 eindelijk eens van haar jongens­naam Carolus af wilde…

 

Napoleon

Napoleon Bona­parte, keizer van de Franse republiek

Deze verordening werd pas op 1797-01-26 in de Belgische departementen gepu­bliceerd. De vertaling luidt als volgt:
Art. 1. Geen burger mag een andere naam noch voornamen voeren dan die welke in zijn geboorteakte zijn vermeld; zij die zich er van ontdaan hebben, zijn ge­houden ze weer aan te nemen.
Art. 2. Eveneens is het verboden enige bijnaam aan zijn naam toe te voegen, behalve wanneer de bijnaam tot nu toe gediend heeft om de leden van dezelfde familie te onderscheiden, zonder dat hij herinnert aan de feodale of adellijke be­namingen.

 

Het is mogelijk dat hier de oorsprong ligt van de koppeling van het voorzetsel Van aan de rest van de familienaam tot Vancoilge. Tenminste… voor de tijd dat Napoleon het voor het zeggen had.
 

De Nederlandse ver­taling van de verorde­ning moet u ‘officieel’ met een korrel zout nemen.
Het duurde nog tot 1898 voordat in Bel­gië een zgn. Gelijk­heidswet bepaalde dat Nederlandstalige (dus vertaalde) wet­teksten dezelfde rechts­kracht kregen als de Franstalige.

Spelling – Maar, alle spellingsovereenkomsten ten spijt:

 

  in België wordt de beginletter van het ‘losse’ voorzetsel, als onderdeel van de eigennaam, nog steeds –conform de Franse spelling– met een hoofdletter ge­schreven;

 

  in Nederland houdt men zich aan een regel die bepaalt dat zo’n voorzetsel (‘tussenvoegsel’ noemen ze dat daar) bij normaal gebruik met een onderkastletter geschreven wordt.

 

Het voorzetsel vinden we wel degelijk een volwaardig onderdeel van onze naam. ‘Vancoillies’ en ‘Van Coillies’ worden daarom bij ons normaal op de V gesorteerd.

Bijna ergerlijk is de Nederlandse gewoon­te om de voor­zetsels van de familie­namen af te korten en zelfs weg te laten.
Van Coillie wordt dan v. Coillie of zelfs Coillie v. en Coillie.

 

Dom Patritius van Quoillie (van Caillie), osb

(4/1e van Crispijnszoon Crispijn van Coillie × Volbrecht Maria Elisabeth)
geb. Roeselare 1747-09-01, overl. Sint-Andries 1813-03-24
 

Patritius’ peter was Patritius van Leirberghe, prior van de abdij van Waasten; zijn meter Petronella de Parck, grootmoeder aan vaders kant.
De jonge Patritius trad in bij de Benedictijnen te Sint-Andries, werd te Ieper op 1770-09-20 diaken en werd een jaar later priester gewijd. Hij werd novicemeester van de abdij en secretaris van vader abt.

 

Voordat hij onderpastoor werd te Slijpe (1795) was hij van 1794-10-01 tot 1795-05-19 al interim-pastoor geweest van Sint-Andries; een parochie die toen ca. 405 zielen telde.
 

Franse bezetting – In de woelige tijd van de Franse bezetting (de abdij werd opge­heven in 1796) werd dom Patritius op 1797-08-24 onderpastoor te Egem. Hij weigerde de eed aan de republiek af te leggen en werd daarom in november 1798 naar het rasphuis te Brugge gebracht. Wegens zijn slechte gezondheidstoestand werd hij later ‘bij de oude priesters van het departement’ opgesloten. Hij kwam weer vrij op 1800-01-03.
Na het concordaat met paus Pius vij (1801) werd de parochie heropgericht.
 

Pastoor te Sint-Andries – Al op 1803-01-11 werd dom Patritius benoemd tot de eer­ste titularis van de succursale Sint-Andries, dankzij zijn kruiwagen advokaat François-Jacques Busschop (zie briefwisseling hiernaast). Op 15 januari leidde dat tot de eerste pastoorsinhaling in onze streken na het concordaat met de paus. Patritius werd tevens de eerste benedictijner monnik die in Sint-Andries pastoor werd sinds de 13e eeuw. Vóór 1250 was de abt altijd pastoor geweest van de parochie, maar ten tijde van abt Guilielmus werden abdij en kerk van elkaar ge­scheiden. In de kerk werd zelfs een scheidingsmuur gebouwd.
Op 1813-03-24, de sterfdag van Patritius, was de parochie Sint-Andries inmiddels aangegroeid tot een gemeenschap van ca. 900 personen.

 

In de overlijdensakte wordt Patritius’ familienaam als Van Caillie geschreven. De aan­gevers van zijn overlijden waren: «Damien Van Caillie, agé de soixante trois ans, tan­neur, frère du défunt et André Vogels agé de cinquante ans charpentier, beau frère du défunt, demeurants à Roulers».

E.e.a. is na te lezen [1] op blz. 405–406 van J.-B. Van Bavegem, Het Martelaarsboek of heldhaftig gedrag der Belgische geestelijkheid ten tijde der Fransche Omwenteling op het einde der achttiende eeuw (Gent 1875), 578 blz. en [2] in Coyldiana 1980 (Marc Van Assche op blz. 14–15).

 

Sint-Andries
 
Sint-Andries – Tot de Napoleontische tijd (1794) was Sint-An­dries een dorpje bij Brug­ge, rond een Be­nediktijner abdij uit ca. 1100 op de plaats van de huidige paro­chiekerk, waarvan de kloosterkerk ook als parochiekerk dienst deed.
 
 Rasphuis

 

 de briefwisseling tussen Patritius en François Busschop (verschenen in Bie­korf 1977, blz. 37–39)…
 
Biekorf vermeldt in een voetnoot ook Pa­tritius’ afkomst, maar die gegevens zijn be­neven de waarheid.

 

 

Zwager Andreas Vogels, timmerman, was afkomstig uit het Limburgse Heithuizen.

 

Lotelingen

 

Dienstpicht – Napoleon had in Frankrijk de militaire dienstplicht ingevoerd. Toen hij de Oostenrijkse Nederlanden had geannexeerd werden onze voorouders Fransen en dus gold ook voor hen de dienstplicht in het Franse leger. Op verschillende manieren trachtte men onder die plicht uit te komen, maar de Franse overheid chanteerde zelfs familieleden of vrienden van de ‘conscrits’ tot die zich vrijwillig hadden gemeld (zie randschrift). De straffen voor desertie tenslotte, die logen er ook niet om…
Vele gemeenten kunnen ellenlange lijsten produceren van de jonge mannen die in Franse dienst her en der in Europa gesneuveld zijn of als ‘vermist’ te boek staan omdat ze nimmer terugkeerden.
 
Wij achterhaalden tot nu toe de volgende Van Coilge’s die dienden in het leger van Napoleon; slechts één ervan kwam weer thuis.

 

Van Coilge’s in dienst van Napoleon

Leonardus Coillie, zn. van Petrus Josephus Vancooillie en Isabella Rosa Versaere, geb. Meulebeke 1784-05-01, gedeserteerd, overl. Reims 1806-06-19.

 

Leo Petrus van Coillie, geb. Pittem 1786-04-16, vermist (zie Soldatenbrieven).

 

Martinus Franciscus van Coillie, geb. Ledegem 1786-06-03, overl. Menen 1859-07-27 (zie Soldatenbrieven).

 

Eugenius Vancaillie, zn. van Petrus Antonius Vancaillie en Rosa Constantia Ameel, geb. Staden 1790-10-31, overl. Bremen 1811-01-06 in het militair hospitaal ald. aan de gevolgen van een longontsteking.

 

Franciscus Vancaillie, zn. van Joannes Franciscus Vancaillie en Rosa Theresia Dewulf, geb. Hooglede 1791-12-12, fusilier bij het 4e bataljon infanterie, overl. Kales 1812-01-09 in het hospitaal ald. aan koorts.

 

Ivo Vancoillie, zn. van Petrus Josephus Vancooillie en Isabella Rosa Versaere, geb. Meulebeke 1793-09-16, vermist.

 

«Alle de jaeren der regeringe van den franschen keizer Napoleon geeyndigt den 1 april 1814 hebben opgelevert extra­ordinaire ligtingen van mansvolk ende om de selve te dwingen van te vertrekken sond men ten coste der in­zetene troupen, die de ouders, broeder’s en bloedvrienden der ‘conscrits’ of jong­heden, die in het lot gevallen waeren, gevangen naemen, en die in ge­vangenisse hielden tot den tyd de ‘conscrits’ sig vrywillig presenteerden.»

 

Resolutieboek,
Stekene 1815

 

Soldatenbrieven

 

Het rijksarchief te Brugge bewaart een pakket solda­tenbrieven uit de Napoleon­tische tijd, maar die brieven staan ook op het web. Chauvinistisch als we zijn heb­ben we hieronder naar slechts enkele van die brieven een bladwijzer opge­nomen.
Wil je in alle rust –met een tripeltje binnen handbereik– het hele pakket brieven eens lezen? Ze zijn ook in boekvorm verschenen en voorzien van een inleiding en verklarende noten: Jan van Bakel, Vlaamse Soldatenbrieven uit de Napoleontische tijd, uitg. Orion, Brugge / Dekker en Van de Vegt, Nijmegen (1977, 647 bladzijden).

 

Leo Petrus van Coillie
(3/2e van Guilielmuszoon Joseph Vancoollie × Vereecken Coleta)
geb. Pittem 1786-04-16, vermist (overl. na 1809)
 

Leo was één van de vele soldaten uit Napoleons leger waarvan er een brief is be­waard gebleven. Hij schreef vanuit zijn legerplaats Luik een brief naar huis: «A Mon­sieur Joseph van Coilje, tisserand, dt. dans la rue nom­mee den Peerboomhoek a Meulebeke, Dept. de la Lis par Coutrai».

 

Leo overleefde zijn diensttijd waarschijnlijk niet; in Meulebeke kwam hij in ieder geval nooit meer terug…

 
 

 

  brief 112

 

Martin van Coillie
(10/9e van Janszoon Petrus Carolus van Coaille × le Fevere Joanna Theresia)
geb. Ledegem 1786-06-03, overl. Menen 1859-07-27
 

Veroordeling – Martin was te laat bij zijn onderdeel en had op 1806-11-15 een veroordeling aan zijn broek wegens vermeende desertie. Zijn moeder schreef (in ’t Frans) een pleidooi ten gunste van haar zoon. Onder haar brief staat een inwil­li­ging van haar verzoek om herroeping van het vonnis.
 
Kustverdediging – Martin was ingedeeld bij de Franse kustverdediging en was gelegerd in Bretagne (Morbihan). De twee brieven van hem –waar zijn moeder over schreef– staan eveneens op het www. Ze waren bestemd voor thuis, maar zijn allebei geadresseerd aan Joseph van Lerberge te Menen. Eén van de brieven werd gedeeltelijk in Biekorf gepubliceerd.
In de eerste brief van (1806-11-18) vertelt hij over de reis naar zijn legerplaats; in de tweede brief (1806-12-14) spreekt hij zijn ongerustheid uit over de mogelijke inlijving van een andere broer.
 
Gedecoreerd met de Sint-Helenamedaille
Napoleon iij eerde in 1857 alle nog in leven zijnde sol­daten met een medaille. Naar schatting hebben toch nog zo’n 405.000 soldaten van Napoleons leger de medaille gekregen (exacte cijfers zijn niet gekend tenge­volge van een archiefbrand). Alle gedecoreerden moesten hun dienstneming tussen 1792 en 1815 in het leger van Napoleon bewijzen. De ruim zeventigjarige Martin was een van hen. De medaille werd hem 1858-04-27 toegekend.

 

 

  brief 31 van Mar­tins moeder…

 

 

  brief 300

 

  brief 301

 

     

 
  meer Sint-Helena-gemedailleerden

 
 

 

en het Verenigd koninkrijk der Nederlanden

 

Nederlands staatswapen

 

Na de nederlaag van Napoleon in de slag bij Waterloo in 1814,
werden de Nederlanden in 1815 op het Congres van Wenen herenigd en onder
het gezag geplaatst van koning Willem I.

 

Koning Willem begon met voortvarendheid de verbindingen tussen noord en zuid te verbeteren, be­kommerde zich om de industrialisering van het zuiden en werkte aan de eenmaking van het ko­ninkrijk. Onderdeel van die eenmaking was zijn taalpolitiek (‘Nederduytsch’ als bestuurstaal in Vlaanderen), die vele van zijn nieuwe onder­danen –ook in Vlaanderen!– danig tegenstond…
Naast de vele uitgesproken ‘orangisten’ die hij voor zich wist te winnen kwam er een steeds fellere oppositie tegen ‘de Bataven’, geleid door de Franstalige adel, francofiele industriëlen (waaronder drie leden van de Roeselaarse Rodenbachfamilie) en de katholieke clerus. Dat zou leiden tot een tweede scheiding van de Nederlanden.

 

 

Als je de muisaanwijzer over het Nederlandse staatswapen beweegt wordt niet het ‘Wilhelmus’ ten gehore gebracht, maar
Wien Neêrlands bloed in d’ad’ren vloeit,
het toenmalige volkslied van het herenigd Koninkrijk.  Werkt het niet, klik dán op het aan-knopje van het paneeltje hierboven.

 
 

Spinner Bruno Van Coillie

(1/1e van Petrus’dochter Rosa van Coillie)
geb. Ingelmunster 1814-08-24, overl. ald. 1820-10-08
 
Een intriest verhaal…
 

Petrus van Coillie, geb. Ingelmunster 1763-01-09, is werkman van beroep. Hij trouwt (een eerste keer) te Meulebeke met Maria Anna Lauwers. Uit dit huwelijk worden zeven kinderen geboren; als laatste, Amélie Francisca, op 1802-07-02. Moeder Maria overlijdt 1808-03-29, en het gezin raakt op drift. Twee van de vier dochters krijgen ongehuwd een kind.
Wat echter dramatische vormen aanneemt is het lot van de oudste dochter Rosa. Ze werd geboren te Ingelmunster op 1790-02-25. Op 1814-08-24 wordt zij on­gehuwd moeder van een zoontje Bruno van Coillie. Zij sterft zes maanden later op 1815-02-13, en Bruno –een half jaar oud– is alleen op de wereld.
We vinden hem terug bijna zes jaar later als hij sterft. Zijn overlijdensakte ver­meldt: «Is te Ingelmunster op 8 oktober 1820 overleden, in de hut van Joannes Verhaeghe, bedelaar, oud 80 jaar, Bruno Van Coillie, oud 6 jaar, beroep: spinner.»

 


 

Slijter Jan Pieter Verkolje

te Veghel (Noord-Brabant) met onbekend voorgeslacht
geb. ca. 1790, overl. ’s-Hertogenbosch 1841 op ’t schavot
 
Uit een moordlied…
 

Jan Pieter Verkolje, waarschijnlijk geb. omstreeks 1790, woonde als slijter in het Noord-Brabantse Veghel. Hij zou omstreeks 1830 op bijna 40-jarige leeftijd te ’s-Hertogenbosch getrouwd zijn. Uit dat huwelijk zijn volgens de overlevering ’n viertal kinderen geboren.
Jan-Pieter verkocht steeds minder van zijn handelswaar (wijn), maar ging er steeds meer van drinken; hij ging bankroet en zijn gezin moest voor het le­vensonderhoud gaan bedelen. Jan Pieter raakte aan lager wal, liet zijn gezin in de steek en trok in bij een ‘fies vrouws­persoon’ waarmee hij tot ergernis van zijn buren een liederlijk dronkemansleven leidde.
 
Vijfvoudige moord – In 1841 vermoordde dit stel de echtgenote en de vier kin­deren om ze ver­volgens in de tuin te begraven. Terwijl de moordenaars na hun wandaad in een dronken roes verkeerden, groef de verdrietige mop van de ver­moorde vrouw, zijn bazin en haar kinderen weer op… De lijken werden door om­wonenden gevonden en er kwam een ware geruchtenstroom op gang. En hoe!
Er verscheen over de moordzaak een liedboekje waarvan er een exemplaar wordt bewaard in de Brabant-collectie van de Katholieke Universiteit Brabant te Tilburg. Het moordlied moet in en na 1841 op markten en op andere pleinen in de om­geving waarschijnlijk vele malen ten gehore zijn gebracht.
Toch kan de gemeente Veghel de daarin geschetste feiten niet met documenten bevestigen. Nader speurwerk daarnaar is nodig, maar ook naar Jan Pieters herkomst.

Bron: Ed Schilders op www.cubra.nl

 


Jan Pieter Verkolje, ca. 1790–1841.
We entten hem op de tak-Holland van onze ge­nealogie Incogni­tus, maar hij kan een uitwij­keling van latere datum zijn…

 

  samenvatting

 

  tekst van het moordlied

 

  notenschrift van het moordlied

 
 
 

Vaarwel mijn broeder…

 

 

‘Belgica’ en ‘De Nederlanden’ waren eeuwenlang
twee naamvarianten voor een en hetzelfde gebied: de Bourgondische ‘pays de la bas’
of ‘de landen van herwaarts over’.
 

De geschiedenis van de zuidelijke en noordelijke provinciën mocht dan lange tijd veel gemeen gehad hebben, er waren ook diepgaande godsdienstige en taalkundige tegenstellingen. Vanaf 1815 hadden onze zuidelijke provinciën ook het nare gevoel ‘onder voogdij’ te zijn gesteld van het calvinistische noorden, ondermeer door een onevenredige deelname aan de macht. In 1830 barstte in Brussel de bom: de Belgische omwenteling was een feit.
Op voorstel van Engeland en Frankrijk werd op de internationale conferentie van Londen de onaf­hankelijkheid van België uitgeroepen. Of, vertaald in genealogische termen: in Londen werd definitief de scheiding van het leeuwenpaar uitgesproken. En zoals dat vaak het geval is bij een scheiding: de welpen waren de echte slachtoffers…

 

 

...of kies een andere geschiedenisperiode in de menubalk bovenaan...