v. 2007-04-28 —

 

en de Spaanse Nederlanden

 

Habsburgse adelaar

 

De Nederlandse vrijheidsstrijd was gestreden.
Na het overlijden van Albrecht (1621) kwam er een einde aan het
twaalfjarig bestand (1609–1621). Delen van de Nederlanden –waaronder Vlaanderen– gingen onder de benaming Spaanse Nederlanden terug onder Spanje. Dat
Spanje was verwikkeld in een dertigjarige oorlog (1619–1648)
met Frankrijk en de Verenigde Provinciën.
 

Galgenveld

 

Onze gewesten werden onderdeel van een ‘gezuiverd’ katholiek gebied, maar dat ging tenkoste van een immer voortdurende vreemde heerschappij. Daarenboven blééf de Noordnederlandse Republiek de Schelde blokkeren en was het in onze streken een komen en gaan van vreemde troepen die voeding en onderdak eisten. Plunderingen en epi­de­mieën van besmettelijke ziekten waren aan de orde van de dag.
Ja, we waren en we bléven of we werden weer ka­tholiek, maar daarmee verdwenen zowel het uit­zicht op een relatieve vrede als de beoogde vrijheid als ‘gemiste kansen’ in de geschienisboeken…

 

Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [2]

(kasselrij Kortrijk, roede Harelbeke, parochie Ingelmunster)
 


VerderTerug
Tweede overzicht uit poorterslijsten die verscheidene jaren achter elkaar be­strij­ken. De oudst bewaarde lijsten voor de roede Harelbeke bestreken de jaren 1580–’85 (vorige blad), 1608–’38 en 1639–’70. In die lijsten werden de jaren waar­voor betaald werd aangegeven met letters. In dit tweede deel (1608–’38) zijn dat: k: 1608, l: 1609 enz. tot u: 1618 en vervolgens weer a: 1619, b: 1620 enz. tot u: 1638. In onderstaand over­zicht zijn de letters weer vervangen door jaartallen.


Ingelmunster
Uit poorterslijst 1608–1638 van de roede Harelbeke (parochie Ingelmunster)


Clara Verquoille, wed. Michiel Naert, fs. Pieters
1608–1609
Betgen Bossuyt, wed. Jan Verquoille, fs. Michiels
1608–1638
Michiel van Quoillie, fs. Jans
1608–1638
Pieter Verquoillie, fs. Jans
1608–1638
Joos Verquoillie, fs. Jans
1608–1638
Arnout Verquoillie, fs. Antheunis
1608–1638
Perynne van Quoille, wed. Loy Vanwedaghe, fs. Cornelis  by coope
1616–1638
Jeanne Verquoille, ww. Gaspar van Schelstraete, fs. Jans  by coope
1619–1638
Rougaer Verquoillie, fs. Jans  den vader vooren
1619–1638
Jan Verquoillie, fs. Michiels ¹)  den vader vooren
1621–1638
Pieter Verquoillie, fs. Michiels  den vader vooren
1625–1638
Jan van Quoillie, fs. Joos  den vader vooren
1630–1638
Guilliam Verquoillie, fs. Michiel  den vader vooren
1634–1638
Jan Verquoille, fs. Jan  den vader vooren
1636–1638
Joos Verquoille, fs. Michiels  den vader vooren
1636–1638
RA Kortrijk:/Poorterslijsten roede Harelbeke/1608–1638  (Marc Van Assche in Coyldiana:/1979/33 en ./1980/4)
 

«Den vader…» of «de moeder vooren» bete­kent dat betrokkene het poorterschap erf­de van zijn vader of moeder.

 

1) Deze Jan woon­de zeker al vanaf 1604 in Beveren en heette daar Jan van Coylde.

 

Noot van Kobbe: op de vorige geschiedenis­bladzijde trek ik dat jaartal in twijfel.


Burgemeester Michiel Verquoille

geb. Ingelmunster ca. 1565, overl. ald. 1658-07-04
 


VerderTerug
Hieronder wederom een regest uit E. Warlop, Inventarissen van Archieven van Kerk­fabrieken, deel I, Ingelmunster. Uit dit stuk blijkt dat Michiel in 1629 burge­meester van Ingelmunster was. Dat was hij wellicht ook al jaren voordien.


Ingelmunster
Regest 43. «27 maart 1629. Michiel van Coille, burgemeester en Pieter de Lare, Gerard Pauwels en Joos Tfelt, schepenen van de baronnie van Ingelmunster, oorkonden dat Gaspar vanden Berghe, baljuw van genoemde baronnie, in naam van de Kerk erkend heeft dat aan Joos Lievens, zoon van Maarten, door genoemde Kerk een erfelijke en losbare rente van 8 lb gr moet uitgekeerd worden, uit hoofd van de 128 lb gr die genoemde Joos Lievens heeft voorgeschoten voor de restauratie van het kerkgebouw. (vi).»

RA Kortrijk:/inv. 10/bl. 2931
Origineel op perkament. Getekend door oorkonders en door griffier Willem Coolen.


 om u een idee te geven van het burge­meestersambt tijdens de oude orde, vindt u hier onder ‘magistra­tuur’ de ambtelijke struc­tuur van een kleine Vlaam­se stad (Diks­muide).
Was Judoca (Joosyne) Laury de vrouw van burgemeester Michiel Welke archiefmuis 
zoekt dat eens op? Tot in het laatste nummer van Coyldiana (1980) bleek er bij verschillende onderzoekers een verschil van mening te bestaan over de (tweede) echtgenote van burgemeester Michiel.
  Genealoog Marc Van Assche meldde op 2001-03-19 dat de vader van de Jan die naar Beveren trok wel degelijk Michiel heette, maar dat die Michiel niet ge­trouwd was met Joosyne Laury. Joosyne ging pas op 1610-02-07 te Ingel­munster in on­dertrouw met een (andere) Michiel waarbij Jan en Peter van Coilge getuigen wa­ren. Jan van Coille, stamvader van de tak-Beveren, was toen al een vol­wassen vent.
  Volgens genealoog Maurits Vancoillie was Michiel twee keer getrouwd. Een eerste keer met Xx Incognita, uit welk huwelijk Jan, Piryne, Pieter en Michiel ge­boren werden, en een tweede keer met Joosyne Laury (Lauverie), uit welk hu­we­lijk de volgende acht kinderen het levenslicht zagen. De datums kloppen daar­mee weer.

Burgemeesterszoon Jan van Coille trouwde met Jeanne de Laere. Schoonvader Pieter de Laere was volgens bovenstaand citaat schepen van Ingelmunster.
Jan van Coille en Jeanne de Laere (ook na de dood van Jan) bleven – niettegen­staande het feit dat ze naar Beveren waren verhuisd– op de poorters­lijsten van Ingelmunster staan. Ook enkele van hun kinderen kwamen daar later op voor. Jeanne werd op die lijsten zelfs ‘Janneke’ genoemd. De lievelinge van de familie?

 een wezerijakte van Ingelmunster van 1630-01-28…

In Rougers genealo­gie hebben we Judoca Laury als tweede echtgenote van Mi­chiel opgenomen. De bron waarop we die stellingname baseer­den, is bovenstaande wezerijakte.

De Ingelmunsternaren in Beveren bij Roeselare
Jan van Coille en Janneke de Laere [2]


VerderTerug
Zoals op de vorige bladzijde werd vermeld, bestudeerde Marc Van Assche enkele archiefstukken van de Beverense kerkfabriek in het Brugse rijksarchief. We vervolgen met de gegevens uit nr. 1: Kerkrekeningen 1562, 1605–1639.

In 1632 is Jan van Coilgen ontvanger van de kerkgoederen:

«Rekening en bewijs omtrent Jan van Coilgen, zoon van Michiel, als ontvanger van inkomende goederen van de kerk van Beveren.»

De rekening loopt van Sint Jan 24 juni 1632 tot Sint Jan 1633.
In 1635 staat er o.a.:

«Betaald aan Jan van Colghe voor de koop en levering van een zogerkalf aan de paters Recoletten te Ieper, om gepredikt te hebben de Passie op Palmzondag laatstleden en op Pasen de Verijzenismis, voor de som van 13 pond parisis.»

Er zijn nog twee aparte lijsten met ontvangsten voor de jaren 1610 en 1612 met daarin telkens de vermelding:

«ontvangen van Jan van Coilgen 6 p, 10 sch,
ontvangen van Thomas van Coilgen 24 p, 6 sch.
»

Kerkrekeningen 1562, 1605–1639 (RA Brugge:/Kerkfabriek Beveren/#1).
 

Beveren



De vermeldingen in 1632 en ’35 gaan duidelijk over een Jan Michielszoon.

Voor de vermeldingen in 1610 en ’12 heb ik mijn bedenkingen zoals vermeld op de vorige geschiedenis­bladzijde onderaan
-Kobbe.


De plaats in Beveren waar het hof van Jan van Coille en Jeanne de Laere gestaan moet hebben.
Daar stonden dus de wiegen van de stam­vaders van de grote Beverense tak Van Coylde.

De Van Coilge’s rond het drielandenpunt
gevormd door de kasselrijen Ieper (rood omrand) en Kortrijk (groen)
en in het noorden het Brugse Vrije (geel) met zijn grillige grens.



VerderTerug
Flandriae Teutonicae

Het grensgebied van drie Vlaanderens aan de Mandel vanwaaruit onze voorou­ders zich over de andere Vlaanderens verspreidden. Onze naam stamt uit het gebied on­der Nieuwkerke (kasselrij Ieper). Onze stamoudste Rouger komt uit Ingelmunster (kasselrij Kortrijk).
Jan van Coille, stamvader van de immense tak-Beveren vestigde zich ten noord­oosten van Roeselare in het Brugse Vrije terwijl zijn gezinsleden als buitenpoor­ters van Kortrijk ingeschreven bleven op de porterslijsten van Ingelmunster… Dat was misschien niet volgens de regels, maar de grillige grenzen van de kassel­rijen op dit punt nodigden daar wellicht toe uit.

In 1678 zou Frankrijk grote delen van zuidelijk Vlaanderen annexeren waaronder de kasselrij Ieper met het schependom Roeselare; daarbij werd Roeselare een grensstad tussen Frankrijk en Spanje.

Flandriæ Teutonicæ, pars orientalior, de­tail van een kaart van J. Blaeu uit 1640.

Spanje verdedigen tegen Frankrijk

 

[HBSb] [FR]

 

Terwijl de Verenigde Provinciën binnen hun republiek
een staatkundige en taalkundige eenheid vormden, bleef het zuiden
verdeeld en verdedigde Vlaanderen de belangen van zijn vreemde meesters
tegen al even vreemde agressors. Van die vele oorlogen hadden de
Vlaamse burgers wel de lasten, maar nimmer de lusten;
een oorlog winnen zat er voor ons volk niet in.
 

In 1635 verklaarde Frankrijk de oorlog aan Spanje, en meteen zat de kasselrij Kortrijk weer midden in het oorlogsgeweld. Die oorlog zou voortduren tot 1659 (Vrede van de Pyreneeën).
Lodewijk xiv begon in 1665 de eerste van een serie oorlogen die pas stopten in 1713 met het einde van de Spaanse successieoorlog (Vrede van Utrecht).
Lodewijk had in die ruim vijftig jaar zijn landhonger gestild aan onze Vlaamse zuidgrens en had daar vele –niet alleen Waals- maar ook Vlaamssprekende– kasselrijen van ons graafschap definitief gean­nexeerd. Ook onze voornaamste woongebieden, de kasselrijen Kortrijk & Ieper, waren afwisselend Frans of Spaans.

 

De leeuw, het zinnebeeld 
van de Vlaamse volkswil...
...de leeuw knikte naar de Habsburgse adelaar en klauwde in diens zijn opdracht
naar de Franse lelies... Maar niet van harte !


Weerbare mannen Van Coilge in de roede Tielt
(kasselrij Kortrijk)


VerderTerug
Op 1638-05-30 stuurde don Ferdinand, zoon van Filips iij van Spanje en land­voogd van de Spaanse Nederlanden, een brief naar de Raad van Vlaanderen met het bevel om monsterrollen aan te leggen van de weerbare mannen in Vlaan­deren om lokale volksmilities te organiseren tegen de aanvallen van de Franse troepen. Met weerbare mannen bedoelde men alle mannen tussen 20 en 50 jaar.

Hebben wij den koning van Hispaniën wel altijd geëerd?  Voor de roede Tielt zijn de lijsten bewaard gebleven; daarop komt slechts één naamgenoot voor: Pr van Coilgen, en wel voor de parochie Meulebeke. Hij was gewapend met een roer. Op die lijst van Meulebeke, gedateerd 1638-06-15, stonden in totaal 405 weerbare mannen.

Jan Callens e.a., Weerbare mannen in de roede van Tielt anno 1638 (Vlaamse Vereniging voor Familiekunde, Afd. Tielt, november 2000).

We hebben het nog niet nagekeken, maar we vermoeden dat er meer weerbare Van Coilges waren… Toch maar goed dat Ferdinand niet over een computer be­schikte en dat hij de VanCoilge-genealogie niet kon raadplegen!

«Wij, bailliu ende schepenen van Meule­beke, hebben op den XVen Juny 1638 gheinrolleert alle de weerbaer mannen dye wy bevonden hebben vande oude van XXtich tot vyftich jaeren met haerl wapenen.»

Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [3]
(kasselrij Kortrijk, roede Harelbeke, parochie Ingelmunster)


VerderTerug
Derde overzicht uit poorterslijsten die verscheidene jaren achter elkaar bestrijken.
Een jaartal tussen haakjes in onderstaand overzicht betekent dat betrokkene in de vorige lijst vanaf dat jaar werd vermeld.


Ingelmunster
Uit poorterslijst 1639–1670 van de roede Harelbeke (parochie Ingelmunster)


Michiel Verquoille, fs. Jans
(1608) 1639–1657
Tanne Verquoille, ww. Amand Naert  ¹)
(1608) 1639–1644
Bethen Verquoille, ww. Jan Ampe
(1608) 1639–1665
Pieter Verquoille, fs. Jans
1639–1654
Joos Verquoille, fs. Jans
(1608) 1639–1648
Arent Verquoille, fs. Antheunis  (bijgeschreven: doot 1640)
(1608) 1639
Pierynne Verquoille, ww. Loy Verweddagge  ²)
(1616)
Janne Verquoille, ww. Jaspar van Schelstraete
(1619) 1639–1662
  Janneken de Laere, we   (erboven geschreven zonder datum)
Jan Verquoille, fs. Michiels

(1621) 1639–1670
Pieter Verquoille, fs. Michiels  (bijgeschreven: doot 1648)
(1625) 1639–1647
Jan van Quoille, fs. Joos  1647–53 verset op Oostcamp
(1630) 1639–1646
Jan Verquoille, fs. Jan d’Oude
(1636) 1639–1660
Joos Verquoille, fs. Michiels  1659–69 verset op Meulebeke
(1636) 1639–1658
Margriete Verquoille, ww. Oiliver van Nieuwenhuuse komende uit Meulebeke
1640–1669
Lieven Verquoille, fs. Arent  den vader vooren
1640–1645
Martyne de Witte, ww. Roegaer Verquoille, fs. Jans  by coope  ³)
1645
Michiel Verquoille, fs. Pieters  4)
1648
Joossyne Verquoille, fa. Pieters  4)
1648
Guilliam Verquoille, fs. Michiels
(1634) 1649–1670
Jan Verquoille, fs. Jan  de moeder vooren  5)
1654–1662
Jan Verquoille, fs. Pieters  vader vooren  6)
1655–1670
Joos Verquoille, fs. Pieters  vader vooren  6)
1655–1670
Pieter Verquoille, fs. Roegaers  vader vooren  7)
1656–1670
Jaspar Verquoille, fs. Michiels  vader vooren
1657–1670
Pieter Verquoille, fs. Jans  moeder vooren  5)
1657
Michiel Verquoille, fs. Jans  moeder vooren  5)
1669–1670
Gille van Coilge, fs. Michiel,  bij coope 14 nov.  8)
1670
Antheunis Verquoille, fs. Jans  de moeder vooren  5)
1670
RA Kortrijk:/Poorterslijsten roede Harelbeke/1639–1670  (Marc Van Assche in Coyldiana:/1980/5–6)

De zonnekoning
Lodewijk xiv (1638–1715), koning van Frankrijk, met een niet te stillen land­honger


1/ Na de dood van een poorter moest zijn weduwe de jaarlijkse drie stuivers betalen
2/ Geen betaling… Wel­licht overleed zij in 1639 kort voor de betaling.
3/ Poorterschap ge­kocht. Wellicht leef­de Roegaer tot 1645 waarna zijn weduwe jaarlijks betaalde.
4/ Kinderen van Pie­ter Michielszoon.
5/ Kinderen van Jan van Coylde en Jeanne de Laere.
6/ Beiden erfden het poorterschap van hun vader Pieter Jans­zoon.
7/ Zoon van Roegaar & Martyne de Witte.
8/ Gilles’ vader was dus geen poorter.

Buitenpoorters Van Coilge te Meulebeke [2]
(kasselrij Kortrijk, roede Tielt, parochie Meulebeke)


VerderTerug
Lucien Decroix maakte, zoals eerder vermeld, een interessante studie over de bevolking van Meulebeke aan de hand van alle mogelijke archieven. (Zie De Leie­gouw, jrg. 1978, nr. 3).


Meulebeke
Van Coilges uit Meulebeke uit diverse poorterslijsten van 1620 tot 1795


Loy vande Quoille filius Jans
1594–1637
Gillis Quoilly filius Jan  by koope
1603–1604
Rogaer Verquoille filius Rogaers  by koope met Anthone, Roegaer, Claerken
1603–1658
Pieter vande Quoille filius Loys
1620–1669
Jan Verquoille filius Rougaers  vader voren
1641–1645
Rogier Verquoille filius Rouge  vader voren
1656–1693
Joos Verquoille filius Michiels  ex Ingelmunster waar i. 1639–1658
1659–1669
Joos Verquoille filius Pieters  vader voren
1661–1683
Pieter Verquoille filius Pieters  vader voren
1663–1673
Joos Verquoille filius Joos  vader voren
1684–1687
Rogier Verquoille filius Rogier  vader voren
   Mary Vereecke weduwe 1719 of 1720

1688–1721
Jan Verquoille filius Rogiers  vader voren
1693–1745
Fransis Verquoille filius Jans
1740–1746
Nicolaas van Coillie filius Jan  by koope ºMeulebeke
   weduwe 1781

1765–1781
Jan van Caille, fs. Joos
1770–1795
Lucien Decroix in De Leiegouw:/1978/#3.

Aardbeving 1692
«Het weze genoteerd tot eeuwige herinne­ring dat op 18 septem­ber, terwijl de con­cur­sus bezig was, om­streeks twee uur in de namiddag hier te Brug­ge een aardbeving plaatsgreep ge­du­rende de tijd waarin men een Onzevader kan bidden en een klein beetje langer, en wel zo dat alle ge­bouwen van deze stad als wiegen werden geschud met een schok en een naschok, zon­der dat er echter merk­waardige schade voor­viel. Voor zover we tot op heden heb­ben vernomen, werd deze aardbeving in heel Vlaanderen ge­voeld en in verschei­dene plaatsen was er aanzienlijke schade.»
Bron: L. Van Acker,
De aardbeving van 1692
in Biekorf 1983,
blz. 418–424


Vader Jan Coelie had zeven zonen
maar die zoon miste zijn bijzondere peter…


VerderTerug
In 1700 stierf in Madrid op 39-jarige leeftijd, zonder nakomelingen, de ziekelijke koning Karel ij. Hij was daarmee de laatste Spaanse Habsburger. De door hem aangewezen troon­opvolger werd noch door Oostenrijk noch door Frankrijk aan­vaard. Dat werd de aan­leiding voor de Spaanse successieoorlog die zou duren tot 1713.

Zevende zoon in een ononderbroken reeks.  Op 1709-01-14 werd er te Gits een zoon van Joannes Michael Coelie en Jacoba Deyne gedoopt. Meneer pastoor schreef in het doopregister «Petrus Hubertus Vanquoillie, septimus filius conse­quentus...» maar zijn peter en meter waren ‘slechts’ Petrus Franciscus Kesteloot en Mary Romme­laere.
Traditiegetrouw zou Petrus een bijzondere peter & meter gekregen hebben. Ging dat aan hem voorbij omdat er geen graaf van Vlaanderen voorhanden was en dat die dus ook niet door iemand kon ‘vervangen’ worden? Dat lijkt ons een apart on­derzoekje waard.

De achtste zoon…  Op 1712-03-07 liet het echtpaar andermaal een zoon dopen: Petrus Thomas van Quoillie. Deze werd wél als een zevende geëerd; zijn peter werd meneer pastoor in hoogst eigen persoon en zijn meter „domina Petronella Hendrickx”, wier status we nog niet konden achterhalen.
Toch vreemd, want de Spaanse erfenis was nog altijd niet verdeeld, en er was dus nog steeds geen nieuwe graaf.

De negende…  In 1713 hadden we een kersverse Oostenrijkse graaf van Vlaan­deren, maar toen Jan en Jacoba op 1714-03-02 weer een zoon lieten dopen, vond meneer pastoor het toch genoeg. Petrus Josephus van Quaillie’s peter en meter werden Judocus van Coillie en Anna Maria Deyne.


Karel ij (1661–1700), koning van Spanje, landsheer van de Spaanse Nederlan­den, graaf van Vlaan­deren (zijn moeder fungeerde als regen­tes)

De zevende zoon werd Petrus ge­noemd naar zijn peter; de achtste mogelijk naar me­neer pastoor, maar waarom ook de ne­gende zoon Petrus heette is ons een raadsel.

 septimus filius con­sequentus…

 

en de Oostenrijkse Nederlanden

 

[HBSb]

 

De Vrede van Utrecht (1713) maakte een einde aan de
Spaanse successieoorlog en daarmee aan een eeuw van vernietigende strijd.
De Oostenrijkse Habsburgers werden voor het verlies van de Spaanse troon schadeloos gesteld door hen de vroegere Spaanse Nederlanden toe te wijzen.
 

Keizer Karel vi liet zich de eerste jaren vertegenwoordigen door gouverneur Eugeen van Savoie, die in 1725 werd opgevolgd door Karels zuster Maria Elisabeth die in 1741 overleed.
De Oostenrijkse Nederlanden hadden wel veel weg van een bufferstaat tussen de Verenigde Provinciën en het nog altijd opdringerige Frankrijk. De Noordelijken bemanden ter verdediging van de zuidgrens vestingen in de zgn. barrièresteden Namen, Doornik, Menen, Waasten, Ieper, Fort Knokke en Veurne. Het bleef –op een kleine hapering na– tot 1792/’94 betrekkelijk rustig in onze streken…
In 1740 overleed Karel vi en werd opgevolgd door Maria Theresia. Frankrijk viel in 1744 de Oos­tenrijkse Nederlanden binnen, bezette ze in 1745 en viel in ’47 ook de Noordelijke Provinciën binnen. De Vrede van Aken (1748) bracht gelukkig snel weer rust in onze gewesten.



«Steeckt den swarten duyvel buyten!»
Een verzoek tot schadeloosstelling en eerherstel van Joos van Coillie uit Pittem


VerderTerug
Werd Joos van Coillie’s naam in 1714 gezuiverd van alle blaam of vond men in­derdaad dat hij iemand had betoverd? In onderstaand verzoekschrift leest u hoe Joos voor zijn vermeende toverkunsten door de slachtoffers hardhandig werd aan­gepakt.


Meulebeke
Aen mijn heeren burghmeester ende schepenen der prochie ende baronnie van Meulebeke.

Supplierende verthoont reverentelijck Joos van Coillie tot Pitthem dat Pieter ende Janneken Verhiest woonende binnen de voorseyde prochie den suppliant met listen hebben doen commen ten huyse van het voorseyde Janneken Verhiest, weduwe Jan Doosterlinck, op den achtienden maerte 1714 in den avont, op het pretext van mede te gaen met de weduwe ende haeren blinden sone naer eenen geestelijcken persoon om dien te doen helpen ofte ghenezen. Ende aldaer ghecommen wesende in den huyse van de selve weduwe heeft hem aengheseyt dat hij haeren sone hadde betoovert ende met ghewelt versocht dat hij t’selve soude ontdoen ofte dat sij hem soude levendigh verbranden. Grijpende hem ten dien eynde bij de kele als wanneer den voornoemden Pieter Verhiest staende aende deure vande selve weduwe, sijne sustere, met een stock inde hant, riep tot de voorseijde sijne sustere: Steeckt den swarten duyvel buyten. Wij sullen hem soo sacramentigh busselen. Ende naer dies de selve weduwe beneffens eenen derden persoon bij den voornomden Pieter Verhiest ter assistentie ghehouden, diversche slaghen en stooten hadden ghegeven, hebben hem, suppliant, buyten ghesteken met ghewelt ende soo haest hij uyt de deure heeft gheweest, is soo danigh vanden voorn Pieter Verhiest gheslaghen gheworden met sijnen stock dat hij ter aerden is ghevallen vol quetsuren ende wonden tot den loopenden bloede, ende ter aerden liggende dat hij, Verhiest, noch hem continuelijck heeft gheslaeghen ende ghestooten dat hij in het uytterste perijckel was van de doodt die hij ter nauwer noodt is ontvlucht vervolght wesende vanden voorsen Verhiest. Al het welcke heeft ghecauseert dat den suppliant door sijne ontfanghen slaghen ende quetsuren incapabel was om te wercken ende den cost voor sijnne famillie te winnen, boven de swaere pijnne daer doore ghesouffreert ende noch daeghelijcx souffrerende ende bovendien gans berooft van sijne voorighe goede reputatie, oorsaecke hij sijnen toevlucht neempt tot Ul.
De selve biddende believe ghedient te wesen den voorn Pieter Verhiest ende Janneken Verhiest, sijne sustere, te condemneren, den suppliant te verstellen in sijne voorighe goede reputatie bij middel van revocaetie vande aeengheseyde injurien, den suppliant te vergoeden over de pijnen ende smerten door de voorse slaeghen ende quetsuren ghesouffreert, mitsgaeders hem te betaelen alle costen, schaeden ende intresten die den suppliant door al t’gonne voorschreven alreede heeft gheleden ende te lijden ende inde costen van de vervolghe ter tauxaetie t’welcke doende etc.


[ondertekend] Vermeulen Pieter
Oud Stadsarchief Kortrijk (OSAK):/processen/nr. 7148

Iñez Demarrez doorzocht de Pittemse registers naar onze Joos van Coillie, maar kon er de goede man nog niet traceren… Twee personen komen tot nu toe in aan­merking om onzen swarten duyvel te zijn:


Onze Bietebauw..?

Joanna Verhiest
fa Ingels & Joanna Vanzeveren
o/= 1663-11-05/07 † 1732-08-12
× 1691-02-24
Joannes d’Oosterlynck
o/= 1666-12-06/09
† 1709-03-23
(46 jr.)

Uit dit huwelijk:
1. Josephus
o 1692-03-12
† 1717-10-27
2. Maria Anna
o 1694-10-15
3. Catharina
o 1696-10-04
4. Petronilla
o 1699-04-24
† 1725-02-07
5. Judoca
o 1701-04-25
† 1763-01-12
6. Joannes
o 1704-07-06
† 1748-03-18
x Joanna Vroman

Petrus Verhiest
fs Ingels & Joanna Vanzeveren
o 1666-11-24

  Judocus Vancoille, geb. Meulebeke 1666-07-04, neef en leeftijdgenoot van Joannes d’Oosterlynck, zoon van Joannes en van Judocus’ tante Joanna Vercoilge. Alleen: er werden van deze Joos in 1713 een zoon en in 1715 een dochter gebo­ren in Meulebeke; hij woonde dus ten tijde van het hierboven geschetste voorval (1714) niet in Pittem.
  Jacobus van Coylde, geb. Beveren 1671-04-07 maar getrouwd met de Meu­le­beekse Jacoba Soens en wonend in Pittem.  Maar… hier moeten we weer aan­ne­men dat ‘Jacobus’ per vergissing (kwam meer voor) ‘Joos’ genoemd werd.

Iñez hoopt de gezochte Joos ooit geïdentificeerd te krijgen met een sluitend bewijs.

Door hiernaast op een naam te klikken krijg je ’t betreffende stam­boomfragment in beeld.
 
Poorters Van Coilge te Roeselare [2]
(kasselrij Ieper)


VerderTerug
Vanaf 1733 verschijnen er eindelijk enkele Van Coilges in de Roeselaarse poor­tersboeken.


Roeselare
Uit poorterslijst/-boek Wie vult dit aan ? van Roeselare
Marie van Coillie, ww. Jacques Clarysse,
haar kind Jacobus Clarysse bij Joannes Simoens

a 1692-11-03
Anna Rosa & Joanna van Caille, fae. Pieter, fs. Ghysel & Anna d’Haene
a 1733-01-05
Jacobus van Caille, fs. Jacobus tot Beveren
v 1736-06-14
Marie, Jacoba & Jacobus van Coillie, fi. Crispyn, dom. Roeselare
v 1736-07-05
Adriaene van Coille, fa. Ghysel, º & dom. Roeselare
v 1736-07-23
Crispyn van Coillie, fs. Crispyn, º & dom. Roeselare
v 1736-07-23
Isabelle & Pieter van Coillie, fi. Guillaume, º & dom. Roeselare
v 1736-07-23
Mary van Coillie, fa. Guillaume, º & dom. Roeselare
v 1736-07-23
Ignaes van Coillie, fs. Joannis & Anna Plets × Anne Mary David, fa. Jacobus, º & dom. Roeselare
Hun kind: Anna Jacoba

a 1746-05-25
Pieter-Joseph van Caillie, fs. Ignaes × Rosa Constance Tant, fa. Pieter – ×× Anna Mª David, fa. Jacob
v 1770-08-17
Antonius Augustinus Lefevere, fs. Antone & Maria Joanna Dejonckheere, fa. Marinus, º & dom. Roeselare
× Crispina Barbara Valcke, fa. Jan Baptiste & Crispina Barbara van Caillie

a 1782-03-07
G. Marichal, Poorters van Roeselare 1580–1796  (Marc Van Assche in Coyldiana:/1980/9)


a = aanvaard
v = verhoofd (ingeschreven op eigen naam bij meer­derjarigheid, toen 25 jaar)

Broederschap van het Mirakuleus Kruis
(Beveren bij Roeselare)


VerderTerug
In het register van het bovengenoemd Broederschap vond Marc van Assche de volgende Van Coilge-vermeldingen.

«Register waer in opgeschreven zijn ofte zullen worden de naemen van de broeders ende susters in het broederschap onder den tijtel van het H. Mirakeleus Kruys van Beveren by Rousselaere geapprobeert door den paus Clemens x ende gejont vollen aflaet aen alle de broeders en susters op den dage van H. Cruys verheffinge, en soo dickmaels en ook als iemant ingeschreven wort in hetselve broederschap, midts volbrenghende de conditien bij sijn heijligheijt versocht met noch veel aflaeten en privilegien als te siene is in de boecksken daer van sijnde ... begonnen op den 14 september 1672.»


Beveren bij Roeselare
jaar
Van-Coilgeleden van het broederschap
1690
Mayken VC
1691
Joos VC fs Joos – Josyne VC fa Jan – Mary VC
1707
Cornelie Coille – Pieter VC – Cornelie VC – Jacquemine Coille – Margriete Coille
1727
Stephenine VC
1736
Rose VC fa Joos
1737
Mary Joanne VC
1740
Brigitte VC fa Pieter – Anne Thresie VC fa Pieter – Cecilia VC fa Pieter
1743
Theresia Coille


Nevenstaande ver­meldingen zeggen niet méér dan de citaten uit de poorterslijsten, namelijk dat betref­fende Van Coilges op dat moment in (de na­bijheid van) Beveren leefden…
Vanaf 1748 staan alle namen zonder nadere jaarsaanduiding gewoon onder me­kaar:
1748
Regina Constantia VC – Brigitte Threse VC – Maria Anna VC – Maria Francisca VC – Isabella Clara VC – Regina Jacoba VC – Laurentius VC – Joes Bapt VC – Germanus Joseph VC – Pieter Antoine VC – Ignatius VC – Anna Brigitta VC – Isabella Van Coillu – Regina VC – Theresia VC – Catharina VC – Catharina VC – Theresia VC – Anna Theresia VC

Tijdens de Franse overheersing is het broederschap waarschijnlijk afgeschaft want even verder vinden we de volgende tekst:

«weer opgericht door de bisschop van Brugge op 14 maart 1857.»

En we treffen nog aan:
1866
Theresia VC
1870
Van Caillie Romanie
1871
Medard VC – Victor VC – Pharailde VC
1873
Cornelie VC

De laatste inschrijving was in 1873.

RA Brugge:/Archief van de kerkfabriek van Beveren/#20 (Ledenlijst van het broederschap van het Mira­kuleus kruis 1672–1873)



Pieter Collieu had 7 8 9 10 zonen
en overtreft daarmee ruimschoots aartsvader Abraham…


VerderTerug
In 1764 was keizerin Maria Theresia van Oostenrijk aan het bewind. Zij werd in de zuidelijke Nederlanden vertegenwoordigd door haar gouverneur Karel Alexander van Lotharingen, een vroegere opperbevelhebber van de keizerlijke troepen.

Tien zonen in een ononderbroken reeks.  Op 1764-02-19 lieten Petrus Collieu en Anna Maria van Acker in Hooglede een zoon dopen: «Josephus Carolus Ignatius Vancaillie, filius legitimus septimo loco consequenter natus». Zijn peter en meter waren ds. Petrus Ignatius Parret, baljuw van Gits en Anna Brigitta de Puydt.

Pieter en Annemarie kregen aansluitend op Jozef nog drie zonen:
• Joannes Matheus (1765), filius legitimus octavo loco consequenter;
• Antonius (1768), filius legitimus consequenter nonus met peter rev. ds. Antonius Hannequin, pastoor en Joanna Helena Paret;
en tenslotte
• Petrus Andreas (1769), filius legitimus consequenter decimus;
waarmee Pieter Collieu met recht ‘aartsvader Van Coilge’ genoemd mag worden.


Karel Alexander van Lotharingen (1741–’80), gouver­neur-ge­neraal van de Oos­tenrijkse Nederlan­den

 filius legitimus septimo loco conse­quenter natus…

 
 

De Brabantse omwenteling

 

[HBSb] [BRb]

 

Maria-Theresia (†1780-11-29) werd opgevolgd door haar zoon Jozef ij.
Deze keizer verloor de gunst van zijn onderdanen door zijn diepgaande hervormingen en zijn overdreven bemoeizucht. Zijn maatregelen werden door het volk ervaren als
een aantasting van zijn vrijheden en gebruiken.
 

Twee Brusselse advokaten, Hendrik van der Noot en Jan Vonck, gaven vorm aan het verzet dat uitmondde in de Brabantse omwenteling. Op 1790-01-11 werden al de Staten van de verschillende ge­westen bijeengeroepen. Het congres riep vervolgens de onafhankelijkheid van de Verenigde Belgische Staten uit. Deze nieuwe bondsrepubliek ging snel tenonder aan de tweedracht tussen de Statisten (volgelingen van Van der Noot) en de Vonckisten. Op 1790-12-12 werd de oude orde her­steld na een akkoord met keizer Leopold ij, broer van de inmiddels overleden keizer Jozef.
De Franse revolutie (1789) overschaduwde weldra de Brabantse omwenteling en maakte ook een definitief einde aan de Oostenrijkse heerschappij over de zuidelijke Nederlanden. Maar, het werd er niet beter op: onze streken gingen andermaal een treurige tijd tegemoet.

 

 

...of kies een andere geschiedenisperiode in de menubalk bovenaan...