v. 2009-05-01

 

en de xvij Nederlanden onder Spaans gezag

 

[HBSb] [GZN]

 

Na de voorspoedige regering van Karel v,
beter bekend als keizer Karel, kwam zijn zoon Filips ij aan het hoofd
van „een rijk waar de zon nooit onder ging”.
 

Al vlug bleek dat Filips de sympathie van het volk niet genoot, en daarom besloot hij zich terug te trekken in Spanje. Het bestuur van de Nederlanden liet hij over aan landvoogden.
Wegens de vele veldtochten die zijn vader had moeten ondernemen, o.a. tegen de Turken, was de bodem van de schatkist in zicht. Een eenvoudig middel om dat te verhelpen lag voor de hand: het heffen van belasting. Zo werden in de jaren 1559 en 1560 de tiende en twintigste penning geheven «om te helpen opbringhen de betalinghe van de ruyteren ende knechten van oorloghe».
Deze maatregelen hadden een opstand tegen Filips ij in de hand gewerkt en er ontstond grote be­roering in onze gewesten. Hoogtepunt hiervan werd de beeldenstorm in 1566.
Verontwaardigd over deze baldadigheden stuurde Filips ij de hertog van Alva naar de Nederlanden om de opstand in de kiem te smoren. Om zijn veldtochten te financieren moest ook hij weer een beroep doen op extra belastingen. In een namens Filips op 1571-12-19 te Antwerpen gegeven omzendbrief lezen we dat een belasting van 650.000 ponden «van veertich grooten onser Vlaemscher munten tpondt» moesten worden opgebracht over de jaren 1571 en 1572.

 

Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [2]


VerderTerug
Uit buitenpoorterslijsten 1552–1581 van Kortrijk
Josse van der Quoille, fs. Josse
1552–1573
Antheunis van de Quoille, fs. Michiel
1559–1581
Jan van de Quoille, fs. Jehan
   Marie Bouchout

1561–1562
1563–1564
Bastiaen van Quoille, fs. Jehan
1561–1567
Clara van Quoilgen, wed. Joos Bossuyt
1566–1579
Pieter van Coilge, fs. Jan
1571–1574
Roggier van Coilge, fs. Jan
1571–1572
Jacquemijn van Coilge, fs. Jan
1571–1574
ARA Brussel:/Fonds der Rekenkamers/#6971–7039  (Marc Van Assche in Coyldiana 1980 blz. 12)



Filips ij (1527–’98), koning van Spanje, landsheer der Neder­landen, graaf van Vlaanderen

Poorter Van Coilge te Brugge [2]


VerderTerug
Uit poortersboek 1530–1588 van Brugge
Simon van der Quaillien, fs. Vincents ex Dottignies
i. 1561-09-13
RA Brugge:/poortersboek Brugge 1530–1588  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 65 en Roger Van Quaille in 1978 blz. 24)



Sint-Annakerk te Brugge.  In deze kerk bevinden zich 146 grafstenen, waarvan nr. 53 (naast Poppe) een blauwe steen met Vlaamse tekst en wapenschild, waar­op we o.m. voornoemde Simon terugvinden:


familiewapen 
van der Quaillien
op Een blauwe Steen daerbij:

Hier licht begraven Simoen Van quaeille fs Vincent die overleet den 27 September 1631 ende Joe Josyne DeCantere fª Jan Syn tweede huysvr: overleden den 25 ougst 1635.

Sepulture van Laureins Vandevelde fs Pieter in synen tyde dischmr deser kercke overleden den 26 Maerte 1642. 
ende van Joe Marie van quaille fa Simoen Syn tweede huysvr. overleden den derden January 1652. 

ende Joe Joanna Vandevelde fa Laureyns, hermans Bailleve tweede huysvrouw overleden 22 meye 1633. 

ende Laureins vandevelde fs Laureins overleden 5 meye 1658.
ende Joe adrianeken De maeckere fa adriaen denvoorss Lauwereyns huysvr: overleden den 24 October 1665. 

Bid voor de Zielen.

op den zerck staen 4 waepens op elken hoeck een, te weten vandevelde, plein, getimbert, witte plein, quaille een Lelie, ende Canter een Keper, met een Kruys, alve maene, ende Schelpe  al wit in blauw,  Zynde dese waepenen langen tyd naer het leggen vanden Zerck daer op gekapt.  voor memorie -.

Openbare Bibliotheek Brugge:/HS 449/blz. 226 (Handschrift De Hooghe ca. Aº 1700)


Wapen van Si­mon van der Quaillien naar een omschrij­ving van Marina Van Quaelle in Coyldiana 1977 blz. 42.

  het handschrift dat be­waard wordt in de Brugse Openbare Bibli­otheek…

Maarten
Maarten Luther (1483–1546), de grote kerkhervormer
Conclusie. Uit de gegevens op deze grafsteen is de volgende afstamming te re­construeren:
 


Vincent Coilge
buitenpoorter van Kortrijk te Dottenijs (1529–1553)
Simon van der Quaillien
†Brugge 1631-09-27, poorter van Brugge
×× Josyne de Cantere
dr. van Jan, †Brugge 1635-08-25
Marie van Quaille
†Brugge 1652-01-03
× Laureins Vandevelde
zn. van Pieter, dischmeester, †Brugge 1642-03-26
Joanna Vandevelde
†Brugge 1633-05-22
× Herman Bailleve
† voor 1633
Laureins Vandevelde
†Brugge 1658-05-05
× Adrianeke de Maeckere
dr. van Adriaan, †Brugge 1665-10-24
Alles over Simon van der Quaillien uit Tablettes de Flandre:/tome 1/fº 323,360,361.

Deze Vincent konden we nog niet aan een van onze genealogie­ën koppelen.

Lamoraal
Lamoraal (1522–’68), graaf van Egmond, stadhouder van Vlaan­deren & Artesië, prins van Ga­vere

1569: Kortrijkse Mennonieten op de brandstapel

 
De marteldood van Sijntgen, echtgenote van Rougier van Quoilge
 

Menonieten  – De Fries Menno Simons (1469–1561) was een katholiek priester die in 1536 brak met de Roomse kerk. Hij sloot zich aan bij de wederdopers en werd een doopsgezind leider die zijn volgelingen leerde geen eed af te leggen, niet in krijgsdienst te gaan en te leven in liefde & lijdzaamheid.

Al in 1533 waren er wederdopers (anabaptisten) te vinden in Kortrijk. Dankzij de activiteiten van de oorspronkelijk revolutionaire Brusselse Mennoniet Jacques van der Mase  en die van de mysterieuze Pieter van Gelder, bloeide er in Kortrijk in 1538 een weder­dopersgemeente, waarvan jammer genoeg veel te weinig bekend is. Kortrijk was in de 16e eeuw, evenals Armentiers, Wervik, Menen en vele andere Zuidvlaamse steden, de thuisbasis van een Mennonietengemeente.
In 1553 was Kortrijk Vlaanderens sterkst (met wederdopers) geïn­fecteerde stad, werd ooit gezegd.
 

Vlaamse stroming – Ook de rest van ons graafschap telde veel wederdopers. De Mennonieten kenden zelfs een Vlaamse stroming binnen hun kerk.
 

Moorddadige onderdrukking – Het Kortrijkse stadsmagistraat wachtte niet op Alva om de eigen burgers bij de rechte leer te houden. In 1553 al werd Joos Kindt er gearresteerd en ter dood gebracht. In 1556–1561 volgden meer slacht­offers en in 1568–1569 lieten wéér enkele martelaren het leven, waaronder ook een familielid.
Josyne wordt als Stijntgen Vercoilgen, moeder van Jan Vercoilgen, genoemd in een martyrologium van de Mennonieten. Een Mennonieten-encyclopedie con­cludeert dat zij in goeden doen moet zijn geweest omdat haar bezittingen werden ge­confisceerd. Ook werd de plaats van haar terechtstelling zwaar beveiligd omdat men het ingrijpen van sympathiserende toeschouwers vreesde.

Er werden in Kortrijk totaal 24 Mennonietenmartelaren terechtgesteld; één over­leed er in de gevangenis. Ook werden er Kortrijkse wederdopers doodgemarteld in andere Vlaamse steden, waarvan zeven in Gent.
 

Aardenburg & Haarlem. – Naast hetgeen over de Kortrijkse Mennonietengemeen­te geweten is door haar martelaren, is ook bekend dat Leenaert Bouwens  er 14 per­sonen doopte tussen 1554 en ’56, en 11 of 18 tussen 1557 en ’61.
Het is onduidelijk of de gemeente uitstierf of wellicht de stad in 1569 verliet, toen er op 30 april zes Mennonieten werden gedood. De activiteiten namen in ieder geval af en de Kortrijkse gemeente liet niets meer van zich horen. Of was was de groep alleen maar ondergedoken? Kort na 1600 vestigden zich namelijk enkele Mennonieten uit Kortrijk –waaronder leden van de families De Hauterive (van Outrijve) en Van Steenkiste– zowel in het Zeeuwse Aardenburg als in het Hollandse Haarlem…
 

 

In Haarlem vonden we Josyne’s zoon Jan terug… We vermoeden dat we daarmee de stamvader van een Hol­landse tak achterhaalden, in wiens nageslacht enkele beroemde graveurs/schilders voorkomen.

 

Menno

Menno Simons (1468–1561), anabap­tistenleider wiens vol­gelingen Mennonie­ten genoemd worden

 

 

 Stijntgen

 

afb

 
 
 

 

  Een Hollandse familietak…

 

De geuzen in Oudenaarde

De gewelddadige dood van pastoor Paul van Coije


VerderTerug

Calvinisme – In dr. B.A. Vermaseren, Atlas algemene en vaderlandse geschiedenis, uitg. Wolters/Noordhoff (z.j.) staat een kaartje m.b.t. de veranderingen op gods­dienstig gebied in de Nederlanden tijdens de Tachtigjarige oorlog. Daarop zijn de namen onderstreept van ‘de belangrijke centra van Calvinisme tussen 1560 en 1585’. „Holland” denken we dan meteen, maar op het betreffende kaartje zijn de Scheldesteden Valencijn, Doornik, Gent en Antwerpen onderstreept, en verder de steden Bergen en Brugge. Het lijkt er daarmee op dat het Calvinisme uit Frankrijk via de Schelde zijn weg vond naar het Lutherse bolwerk Antwerpen. En op die vaarroute ligt ook Oudenaarde.
 

Beeldenstorm – Op 1566-08-24 beleefde Oudenaarde zijn eerste beeldenstorm. Paul van Coije schrijft er een verslag over. Paul was pastoor van de Sint-Wal­burgaparochie, of liever ‘opperpastoor’ of ‘persona’ en tevens ‘curaat’ van het be­gijnhof. Hij was licentiaat in de theologie.
 

Paul van Coije gedood – De pastoor wilde de eed van trouw aan de prins van Oran­je niet afleggen. Op 1572-09-08 werden de priesters van de Sint-Walburga ge­van­gen gezet in het kasteel Burgondië. Op 1572-10-04 voerden de geuzen een tweede beeldenstorm uit. In de vroege avond deed echter het gerucht de ronde dat er Spaanse troepen in aantocht waren. Paul werd, samen met vijf andere priesters en elf vooraanstaande personen van Oudenaarde, geboeid in de Schelde gegooid. Ze stierven de verdrinkingsdood. Omstreeks 22 uur hadden de geuzen de stad verlaten.
 


 

Wapen

 

Van Coilge te Ouden­aarde. De aanwezig­heid van Van Coilges in deze stad is niet verwonderlijk als je bedenkt dat de heer­lijkheid Onlede-Beve­ren afhing van de ba­ronnie Pamele en van het grafelijk leenhof van de ‘Steenen Man van Oudenaarde’. (Cfr. Aubert Van Bier­vliet osb in Rola­riensis vi (1974), blz. 89).
Men spelde er de naam naar de ‘kwa’-klank tot Van Quael­le, - Quaille, afgeleid van Coille uit Ingel­munster. Afstammelingen te Gavere, Morlanwelz en Sint-Niklaas.

Grafsteen – Paul werd, samen met drie van zijn onderpastoors, begraven in het koor van de Sint-Walburgakerk onder een blauwe grafsteen, verdeeld in vier vak­ken waarop hun namen en wapenschilden. Het wapen van Paul van Coije beelden we hiernaast af, naar een omschrijving in Coyldiana (1977, blz. 66) uit ‘Rietstap’ ¹).
 

In september 1965 werd er in de kerk een glas-in-loodraam ingehuldigd ter nage­dachtenis aan de Vier Heren van Oudenaarde zoals de martelaren er genoemd wor­den.

 

E.e.a. valt na te lezen in: Van Ommeslaege, Twintig bloedige jaren van Oudenaarde, uitg. 1972.

 
Eveneens volgens Coyldiana (1977) komt onze naam voor in een „Lijst der Edelen bin­nen de Stede, Vrijhede ende Casselrie van Oudenaarde 1552”. (Waar je die lijst kunt raadplegen staat er niet bij.)


 

Wapenschild van Paul van Coije
 

1) J.B. Rietstap, Armo­rial Général, uitg. 1874–’87. Standaardwerk over heraldiek; bevat be­schrijvingen van ca. 120.000 fami­lie­wapens.
Ook verkrijgbaar op CdRom.


Van Coilges en Alva’s belastingheffing


VerderTerug

Onroerend-goedbelasting – Al wie onroerend goed in gebruik had moest daarvan aangifte doen in de plaats waar die goederen gelegen waren. Die aangifte moest vermelden de namen van de eigenaar en van de pachter, de aard en de op­pervlakte van de goederen en de exacte jaarlijkse huurprijs. Daarop werd de 20e penning geheven, m.a.w.: de belasting bedroeg 5% van de jaarlijkse huur­prijs.

Elke eigenaar die goederen in gebruik had moest de aard en de oppervlakte van zijn bezittingen aangeven en «alle andere jaerlicx incommen van wat natuere of conditie dattet zij».
 

Penningkohieren – Deze gegevens werden zorgvuldig genoteerd in zogenaamde kohieren, die zodra ze waren opgesteld, door de wethouders na de hoogmis aan de kerk moesten worden voorgelezen. Op die wijze werd iedereen geacht te we­ten hoeveel hij moest betalen.

En hoewel er strafmaatregelen voorzien waren voor wie goederen ‘vergat’ aan te geven –de overtreder moest de verzwegen belasting in viervoud betalen plus een boete van zes carolusgulden– toch kan vastgesteld worden dat onze voorouders het ook toen al waagden te frauderen.
 


 

Duc d’Alve

Ferdinand van Toledo (1507–’82), hertog van Alva, inquisiteur in de Nederlanden

Opsomming van de goederen van enkele Van Coilges Aº 1571 en 1572

Jaar
Gespecificeerde goederen
20e deel

1571 (fº 13)
1572 (fº 13)
   Antheunis pacht:
9,50 B hoeve, 10 R meers, 23 R land
9,90 B hoeve, 10 R meers, 27 R land

10 £   4 sch
12 £ 10 sch 11 d

1571 (fº 35)

1572 (fº 36)
   Joos gebruikt:
6,50 B hoeve, 11 R ettinge, 11 R busch, 20 R land, 6 B 2 R zaailand, 4 R land «bij cope»
7 R hoeve, 3 R meers, 6 R ettinge, 7 B 2 R land, 11 R busch, 20 R land «bij cope», 4 R land

  9 £ 19 sch
 
  5 £   6 sch

1571 (fº 13 vº)
   Michiel verpacht:
23 R hoeve


1571 (fº 53)
 
 
1572 (fº 55)
   Michiel gebruikt:
4,50 R hoeve, 3,50 B zaailand, 5 R ettinge,
11,50 R meers, 15 R zaailand, 2 B 11 R «in de gulde van de Fackere…»
zelfde opsomming

  5 £ 15 sch   6 d
 
 
  7 £   2 sch 11 d
RA Gent:/Penningkohieren van Ingelmunster  (Marc Van Assche in Coyldiana 1978 blz. 51, ontcijferd m.m.v. vrederechter L. Vanden Bussche)

Marc Van Assche meldt verder:  Maar voor 1572 evenals voor 1571 komt er een zware clausule bij: Dewelke bovengenoemde partijen belast zijn onder Ingel­munster: 25 £; onder de Schothoek: 3 £; onder Den Disch (Dadizele): 30 £; en van Ingelmunster: 20 sch.
De in detail genoemde partijen van Michiel zijn dus niet zijn totale eigendom. Totaal 59 £.


 landmaten
B = bunder
R = roede

 valuta
£ = pond
sch = schelling
d = denier

verder:
busch = bos of hoog land
ettinge = laag land
meers = hooi-/maai­land

Buitenpoorters Van Coilge te Meulebeke [1]
(kasselrij Kortrijk, roede Tielt, parochie Meulebeke)


VerderTerug
Lucien Decroix, priester en leraar aan de Vrije Vakschool van Waregem, maakte een interessante studie over de bevolking van Meulebeke aan de hand van alle mo­ge­lijke archieven en publiceerde de resultaten in De Leiegouw, jaargang 1978, nr. 3). Hij noteerde alle poorters. De Coilge-vermeldingen hoefde de redactie van Coyldiana in 1980 (blz. 7) maar over te nemen.

Van Coilges uit Meulebeke uit diverse poorterslijsten van 1540 tot 1620
  Meulebeke
Rogier vande Quoille filius Joos
1540–1568
Jan vande Quoille filius Joos
   Beelken van Waeleghem weduwe 1582

1546–1618
Joos vande Coillie filius Rogier
   Trysken Cloet weduwe 1571

1549–1579
Loy vande Quoylle filius Joos
1555–1556
Lowys vande Coille filius Joos ¹)
1555–1581
Anthone vande Coillie filius Joos
1561–1619
Joos vande Quoille filius Rogiers
1567–1581
Cornelis van Quoilgen filius Joos ³)
1569–1580
Joos vande Quoille filius Jan
   weduwe 1582

1574–1582
Jan vande Quoille filius Roegaers by koope
1576–1581
Pieter vande Quoille filius Joos
1578–1588
Franchois Verquoille filius Jan
1580–1582
Joos Verquoille filius Cornelis ³)
1581
Rougaer Verquoille filius Cornelis ³)
1581
Jan van Quoille filius Cornelis ³)
1581
Syntken van Quoille filia Cornelis ³)
1581
Anthone vande Quoille filius Loys ¹)
1582
Michiel vande Quoille filius Loys ¹,²)
1582
Matthijs vande Quoille filius Loys ¹)
1582
Roegaer vande Quoille filius Loys ¹)
1582
Willem vande Quoille filius Jans
1582
Loy vande Quoille filius Jans
1594–1637
Lucien Decroix in De Leiegouw:/1978/#3

1) Lowys is waar­schijnlijk in 1581 over­leden; vier zo­nen verschijnen in ’82 zelfstandig op de poorterslijst.
2) Michiel verdwijnt in ’88 uit de streek; zie verder­op.
3) Cornelis over­leed waarschijnlijk in 1580; vier zonen van hem verschij­nen in ’81 zelf­stan­dig op de poor­ters­lijst.
 
 
De Zwijger
Willem van Nassau (1533–’84), prins van Oranje, stadhou­der van Holland & Zeeland, lei­der van de Nederlandse opstand tegen het Spaanse bewind

Tijdgenoten Van Coilge geregistreerd in Tielt
(kasselrij Kortrijk, roede Tielt)


VerderTerug
Frans Hollevoet maakte een transcriptie van de stadsrekeningen van Tielt. We treffen daarin twee naamgenoten aan.

Diveersch uutgheven  (rekeningen van 1558-09-16 tot 1560-09-16)


Jan vanden Wychuuse als notaris vant apeel ghedaen aen Roeghier Van Coolghe stedecnape van Curterycke nopende de letteren van verbode ghedient ten versoucke van eenen Pieter De Wilde ten laste vanden schouteeten ende schepenen tzelve apeel van in daten den 23 in martio 1559 voor paesschen compt over trecht met noch der ghelycke lettre jeghens cuerin ende statuten deser stede van Thielt vanden zelven Pieter De Wilde den 17en in meye 1560 :
3 p
Frans Hollevoet, Stadsrekeningen Tielt: 1500–1610 (uitg. heemkundige kring De Roede van Tielt), blz. 450


Stedecnape of camer­bode. Een door de wethouders aange­stelde administratie­ve kracht, toegevoegd aan een griffier.
Diversche uutgheven  (rekeningen van 1578-09-22 tot 1580-10-01)
teercosten ghedaen ten huuse van Joos Van Coilghen weert int Eeckhoudt byden hoochbailliu Ghuillaume Dughardein commende tot Brugghe int anerven van zynder offycie :
60 p  12 s
Frans Hollevoet, Stadsrekeningen Tielt: 1500–1610 (uitg. heemkundige kring De Roede van Tielt), blz. 563

We hopen dat het Willem Dujardin goed gesmaakt heeft bij Joos; de rekening loog er in ieder geval niet om. Aan ons om te achterhalen om welke Roeghier en om welke Joos het hier gaat…



Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [3]


VerderTerug
Uit buitenpoorterslijsten 1574–1657 van Kortrijk


Jan van der Quoille, fs. Michiel
1574
Catelijne van Quoille, fa. Joos
1574–1581
Petrus van Quoille, fs. Joos
1574–1577
Michiel Verquoille, fs. Jan
1595–1657
Clara Verquoille, wed. Michiel Naert
1608–1609
Pieter Verquoille, fs. Jan
1605–1654
Joos Verquoille, fs. Jan
1606–1648
Arnout Verquoille, fs. Antheunis
1608–1639
ARA Brussel:/Fonds der Rekenkamers/#6971–7039  (Marc Van Assche in Coyldiana 1980 blz. 12)

Farnese, bedwinger 
van de stad Antwerpen
Alexander Farnese (1543–’92), hertog van Parma (zoon van land­voogdes Margareta), die in 1585 het Luther­se bolwerk Antwer­pen op de knieën dwong
 

Van Coilges te Roeselare


VerderTerug
Staten van goed te Roeselare.  Voor erfeniszaken werden nagelaten goederen vastgelegd in een akte. Uit enkele akten blijken de volgende relaties.

akte
betreffende
kinderen, voogd
889/25
1560-08-27
   Jan van Coolie (van Quoille)
× Kalleghin Mule
1:Mayghin, 2:Hadriaenthen, 3:Fransynthin, 4:Zegerkin
890/70
1580-06-21
   Joos van Qoylle (van Quoille)
× Madeleine Moraels
1:Malin, 2:Gillis, 3:Jan, 4:Maighin
890/40
1580-09-08
   Maye van Coolie
× Heyndrick Steemaen
Paterneel voogd: Jan van Coille
Bron: SA Roeselare:/  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 87)

Roeselare

Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [1]
(kasselrij Kortrijk, roede Harelbeke, parochie Ingelmunster)


VerderTerug
Naast de jaarlijkse poortersboeken en stadsrekeningen, bestaan er voor elke roe­de ook lijsten die verscheidene jaren achter elkaar bestrijken. De oudst bewaar­de lijsten voor de roede Harelbeke zijn de jaren 1580–1585 (hieronder), 1608–1638 en 1639–1670 (volgende blad).
In de lijst 1580–1585 werden de jaren waarvoor betaald werd aangeduid met letters: a: 1580, b: 1581, c: 1582, d: 1583, e: 1584 en f: 1585. In onderstaand overzicht zijn de letters weer vervangen door jaartallen en werden alleen de Coilge-vermeldingen van de parochie Ingelmunster overgenomen.

Uit poorterslijst 1580–1585 van de roede Harelbeke (parochie Ingelmunster)
  Ingelmunster
Michiel van der Quooilge, fs. Roegaer
1580–1581
Marie van Le, wed. van Jan van Quoille, fs. Petrus  (doorgehaald)

Clare van Quoillen, wed. van Joos Bossuyt, fs. Pieters  (bijgeschreven: doot)

Anthonis van der Quoille, fs. Michiel
1580–1581
Jan van Quoille, fs. Michiel
1580–1585
Catheline van Quoillie, fa. Joos
1580–1581
Joos van Coilge, fs. Michiel
1581–1582
Jacob van Quoille, fs. Michiel  bevrijdt by syn vader ¹)
 
RA Kortrijk:/Poorterslijsten roede Harelbeke/1580–1585  (Marc Van Assche in Coyldiana 1979 blz. 33 en 1980 blz. 4)
  1) «Bevrijdt by syn vader». Bij meer­der­ja­righeid (toen­ter­tijd op 25-jarige leef­tijd) werden kin­deren per­soon­lijk in het poor­ters­register inge­schre­ven.

Poorters Van Coilge te Roeselare [1]
(kasselrij Ieper)
 

VerderTerug
Het lijkt er bijna op dat de Coilges in vroeger eeuwen Roeselare meden als de pest. Uit Ingelmunster, Meulebeke … worden vóór 1600 tientallen naamgenoten als poorters vermeld. Roeselare noemde er voor die periode een armzalig aantal van twee. Lag dag misschien aan het feit dat het nabijgelegen Roeselare tot de kasselrij Ieper hoorde?
 
Uit poorterslijst/-boek z/ jaartalWie vult dit aan ? van Roeselare
  Roeselare
Maykin van Coille, fa. Jan × Jan van de Straete, fs. Michiel a 1585-05-21
Philips Wallaert × Cathelijne van Coille, fa. Joos, dom. Cortrijck a 1598-08-30
G. Marichal, Poorters van Roeselare 1580–1796  (Marc Van Assche in Coyldiana 1980 blz. 9)

a = aanvaard
 
1588. Vermist: Michiel vande Quoille

  VerderTerug
Rond 1588 verdween Michiel op ongeveer 30-jarige leeftijd uit Meulebeke en hij werd daar nooit meer teruggezien…
Op 1599-11-12 verklaarde voogd Antoon op de wezerij tegenover de wees­meesters dat hij al elf jaren niets meer van Michiel had vernomen. Er werd toen maar aangenomen dat hij was overleden.
Mocht iemand in een of ander archief een berooide, ‘ouderloze’ Michiel aantreffen, het zou hem kunnen zijn. Er waren in deze begintijd van het protestantisme in Vlaanderen en de rest van de Nederlanden wel méér mensen op de vlucht…
 
Het gezin waaruit Michiel stamde zag eruit als volgt:
 
Loy (Louis) vande Quoylle, landbouwer (eigenaar) te Meulebeke (1571/1572), geb. ca. 1522, overl. Meulebeke 1581, zn. van Joos van Coilge en Maeyken Lans­berght, tr. Cateline van Slambrouck, overl. Meulebeke 1584 voor 1584-04-19, dr. van Joos van Slambrouck.
 
Uit dit huwelijk:
1. Thonetken (Theunken, Anteunis, Anthone) Verquaille (alias: p vande Quoille), geb. ca. 1556, buitenpoorter van Kortrijk te Meulebeke (1582)
2. Michielken (Michiel) Verquaille (alias: p vande Quoille), geb. ca. 1558, buitenpoorter van Kortrijk te Meulebeke (1582)
3. Matthijs vande Quoille, geb. ca. 1560, overl. voor 1584, buitenpoorter van Kortrijk te Meulebeke (1582)
4. Roegaer vande Quoille, geb. ca. 1562, overl. voor 1584, buitenpoorter van Kortrijk te Meulebeke (1582)
    Wezerijakte Meu­lebeke van 1584-04-19

 
 

 

Opvallend is dat allevier de zoons in 1582 (na ’t overlijden van vader Loy) als buitenpoorter worden ingeschreven maar in de jaren daarna op die lijsten niet meer voor­komen…

 

1582. Gevlucht: Rogier Vercoilge

 

  VerderTerug
Het zal de aandachtige lezer wel zijn opgevallen dat Michiels jongere broers Matthijs en Rogier in de wezerij-akte niet worden genoemd. Dat was voor genealoog Maurits Vancoillie waarschijnlijk de reden om aan te nemen dat beiden voor 1584 overleden waren. Maar beide jonge mannen waren in 1582 (na vaders overlijden) nog maar net poorter geworden…
 
Mogelijk vonden we één van Michiels broers (Rogier) terug in Londen, waar vele protestanten uit het graafschap Vlaanderen en uit de rest van de Nederlanden opgevangen werden door de allereerste Nederduits Hervormde gemeente. We citeren uit hun kerkregister:
 
Baptisms
«Een register waerinne opgeteijckent werden die namen der gedoipen kinderen ende ge­tuijghen onser Neederduijtscher Gemeinte tho Londen, beginnende vanden jare 1571»
 
17 Apl. 1586 Melchior Vercoilge f. Rogier
14 Apl. 1588 Anna Vercoillien f. Rogier
10 Oct. 1591 Sara Vercoille f. Rogier
 
Marriages
«Hier achtervolgen die namen der gheenen die onser Nederduijtscher gemeinte getrouwet zijne beginnende van den Jare 1571»
 
22 Jan. 1583  Rogier van Koolge v. Kortricke met Tanneke van Asse, v. Londen, fa. Molssens
22 Jan. 1583  Tanneken van Asse, f. Molssens, met Rogier van Koolge
 
12 Sep. 1598  Anna van Asse, we. Rogier Vercoolgen, met Wouter Aertsz
12 Sep. 1598  Wouter Aertsz v. s'Hertogenbosche met Anna van Asse v. Londen, we. Rogier Vercoolgen
 
.. Feb. 1506 (sic) Anna Vercoijle met Wouter Aertsz de Jonge
.. Feb. 1606  Wouter Aertsz de Jonge met Anna Vercoijle

Bron: Kerkregister, zoals gepubliceerd in „William John Charles Moens (1833–1904), The marriage, baptismal, and burial registers, 1571 to 1874, and monumental inscriptions, of the Dutch reformed church, Austin Friars, London – with a short account of the strangers and their churches, uitg. Lymington, King 1884”

 
Het betreft hier wel een Rogier uit Kortrijk terwijl we er een uit Meulebeke missen… Maar uit de wezerijakte blijkt dat het gezin in Meulebeke weinig bezittingen over had. Het is daarom niet onmogelijk dat Rogier al voor zijn vertrek naar Londen Meulebeke was ontvlucht om zich in Kortrijk te vestigen. Hopelijk vinden we voor deze veronderstelling ooit een bevestiging.
Een Michiel noch een Matthijs troffen we in dat Londense register aan.
 

 

Austin Friars

Voormalige kerk van de Augustij­ner monniken (Austin Friars) in hartje Lon­den.

1550-07-25 stond Eduard vi toe dat vluchtelingen uit de Nederlanden in Lon­den een eigen ge­meente vormden. Ze mochten gebruik ma­ken van de kerk die aan de Augustijner monniken had toe­behoord.
Deze kerk werd daar­mee de eerste Neder­landse protestantse kerk ter wereld.

 
Wie is de Roeselaarse stamvader Joos ?


VerderTerug
Marc Van Assche zocht begin 2002 andermaal naar de wortels van de Roeselaarse Van Coilges. In de Wettelijke passeringen achterhaalde hij dat Pieters vader Joos heette.
Wat we nu nog willen weten: was Joos een Roeselarenaar, kwam hij uit Ingel­munster of –we durven het bijna niet te veronderstellen– kwam hij uit de kasselrij Ieper? Kwam hij uit het zuidwesten? Rechtstreeks uit Coilge? Zoon Pieter woonde in ieder gaval aan de westrand van de stad, op de stadswal langs de Mandel, met vrij uitzicht op Oostnieuwkerke.
 
 

 

Wapenschild van de Mandelstad
1595-10-07 Pieter Van coillie heeft een erf gekocht voor de som van 16 pond groten vlaams.
1598-06-16 [...] neffens thuus ende erfve van Pieter van Coillie [...]
1598-12-28
[...] huus van Pieter van Coillie liggende up de zuutzyde van de cattestrate daer den zelve Collie nu jegenswoordig inne woonachtich es.
1602-03-06 Pieter van Coillie ende Perinne Wevers zijne huusvrauwe.
1613-07-31
Pieter van coillie fs. Joos met consente van Pryne, fa. Maerten De Wever, zijne huusvrauw hebben vercocht een stuk lant west uut Rouslare onder Rouslare Ambacht.

SA Roeselare:/Wettelijke passeringen
 

  De stamoudsten van onze tak Roeselare.

 

  Kattestraat heeft helemaal niets met een huisdier te ma­ken, maar des te meer met een kade of kaai. Het Engelse catwalk (verhoogd looppad) ligt daar dus heel dicht bij!
Roeselare 1649 - Stadscentrum

Het Roeselaarse stadscentrum Aº 1649.  De Kattestraat loopt van K in de richting G (Nieuwe priesterij). D is de Nieuwmarkt, waar Pieters nako­melingen moeite­loos integreer­den in een vrij besloten bevol­kingsgroep binnen Roeselare. De omwalde mote H is ’s Gravenwal. B is de Grote Markt, die zich aan de andere kant van de halle uitstrekt tot aan het huidige Polenplein waar M het Schuttershof markeert.

Uit Atlas Van Loon. Prent vervaardigd in 1649.

 

Van Coilge te Beveren
(Brugse Vrije)
Michielszoon Jan van Coylde en Janneke de Laere [1]



VerderTerug
De onvermoeibare Marc Van Assche ging in 1979 eens snuffelen in het rijksarchief te Brugge en vond daar het archief van de kerkfabriek van Beveren. Daaruit raadpleegde hij enkele stukken.
Als eerste nr. 1: Kerkrekeningen 1562, 1605–1639, waaruit hij kon afleiden dat Michielszoon Jan van Coille (van Coilge, van Coylde) al vanaf 1604 in Beveren woonde terwijl hij nog steeds op de poorterslijsten van Ingelmunster voorkwam. Dat blijkt uit de kerkrekening van 1605:

«Ontvangen van Jan van Coille voor tweede jaar pacht van een termijn van zes, van één lyne land zijnde de wederhelft van een gehele lyne, den Disch alhier behorende, west van de Hollemeersch, vervallen Bâmis 1605.»
 
RA Brugge:/Kerkfabriek Beveren/#1 (Kerkrekeningen 1562, 1605–1639)
 
Dat citaat vond Marc praktisch elk jaar terug tot en met 1622. In 1621 en 1622 wordt hij vermeld als Jan van Coilgen. Van 1623 tot 1631 wordt hij niet meer vermeld. Maar…

…zie vervolg in de volgende geschiedenisperiode

 

Beveren

 

Jannen verwisseld?
Voor 1610 woonde er in Beveren al een Jan (echtgenoot van Chris­tine de Meule­naere) die daar 1622-10-18 overleed; dus ruim twee weken na­dat met Bamesse de boeken gesloten wa­ren. Het is dus moge­lijk dat die Jan in ne­venstaande citaten wordt bedoeld.
Jan Michielszoon woonde dan voor zijn huwelijk toch in Ingel­munster waarmee zijn poortersin­schrijving daar legitiem was.

 
 

De Geuzentijd

 

[GZN]

 

De Geuzentijd, was een van de belangrijkste perioden in de gemeenschappelijke geschiedenis van de zuidelijke en de noordelijke Nederlanden.
 

Belangrijke gebeurtenissen waren: de beeldenstorm (1566); het schrikbewind van Alva (1567–1573); de pacificatie van Gent (1576); de inname van Antwerpen (1585). Tot een Belgische vrijheidsstrijd, gebaseerd op een nationaal eenheidsgevoel kwam het níét… De eensgezindheid in het gebied kwam alleen voort uit de negatieve inspiratie van een gemeenschappelijke vijand.
Na 1585 werden de noordelijke Nederlanden onafhankelijk. Vele protestanten uit het zuiden (o.m. 40% van de Antwerpse bevolking) weken uit naar het noorden, dat als Republiek van de Verenigde Provinciën zijn gouden eeuw tegemoetging. Het zuiden bleef gebukt onder het Spaanse repressief-katholieke regime. Het ging –beroofd van vele intellectuelen en vaklieden– de contrareformatie tegemoet, en meer dan twee eeuwen van Spaanse, Oostenrijkse en Franse heerschappij.

 

Leeuw

...en de leeuw likte zijn wonden. Echt van zich afbijten deed hij al lang niet meer,
maar hij gaf er bij tijd en wijle met een luid gebrul wel blijk van dat hij niet goed in zijn vel zat...

 

...of kies een andere geschiedenisperiode in de menubalk bovenaan...