v. 2005-09-01

 

en Vlaanderen onder Habsburgs bewind

 

[FR] HBSb [VL]

 

Door het huwelijk van Maria van Bourgondië
in 1477 met Maximiliaan van Oostenrijk (keizer in 1493) kwamen de Bourgondische
Nederlanden in handen van de Habsburgers.
 

Vanaf 1493 liet Maximiliaan de Nederlanden besturen door een landvoogdes zijn dochter Margareta van Oostenrijk en in 1504 werd hij opgevolgd door zijn zoon Filips de Schone. De nieuwe landsheer voerde een andere politiek dan zijn vader. Hij kwam meer op voor de belangen van de Nederlanden. Hij wilde hun neutraliteit bewaren temidden van de voortdurende conflicten van het Habsburgse rijk met Frankrijk en Engeland. Doordat Filips toegaf aan de traditionele verlangens van de gewesten, bouwde hij in korte tijd een goede reputatie op bij zijn Nederlandse onderdanen. In 1506 stierf hij.
Zijn zoon Karel, de latere keizer Karel v, was nog te jong om te regeren. Maximiliaan werd regent voor zijn kleinzoon en het bestuur van de Nederlanden liet hij weer over aan zijn dochter Margarata van Oostenrijk. In tegenstelling tot Filips voerde zij geen op de Nederlanden gerichte politiek, maar hechtte meer belang aan een Habsburgse dynastieke politiek. Bovendien passeerde zij vaak de hoge adel bij belangrijke beslissingen. Hierdoor was ze niet populair in de Nederlanden.
In 1515 werd Karel meerderjarig verklaard. Het bestuur van de Nederlanden liet hij echter in 1517 weer aan zijn tante over. In 1532 werd zij opgevolgd door Maria van Hongarije, Karels zuster. Net als haar voorgangster was Maria een autoritair persoon maar ze hield wel meer rekening met de wensen van de Nederlanden.
De feodale binding van het graafschap Vlaanderen met de Franse kroon verdween toen de Franse koning Frans i in 1526 het vredesverdrag van Madrid tekende en vervolgens in 1529 het verdrag van Kamerijk waarmee hij definitief afstand deed van zijn feodale rechten op Kroonvlaanderen.
Onder het bewind van Karel v werden staatsbestuur en rechtspraak in de Nederlanden gemoder­niseerd en gecentraliseerd. Karel deed dit op een voorzichtige manier, om de hoge adel niet teveel tegen zich in het harnas te jagen.

 

Schout Rouger van Coilge

(zoon van ene Vincent van Coilge)
geb. ca. 1453, overl. Ingelmunster voor 1529-03-16
 


VerderTerug
Hieronder enkele regesten, overgenomen uit E. Warlop, Inventarissen van ar­chie­ven van kerkfabrieken, deel I, Ingelmunster. Het boek vermeldt onder de regesten de archiefnummers van de originele oorkonden in het rijksarchief te Kortrijk.
In het boek wordt Rouger een keer aangehaald als kerkmeester (regest 17) en vijf keer als schout en maander (regesten 19, 20, 24, 25 en 29).
 

  schout, vertegen­woordiger van de heer voor rechtszaken…
Regest 17. «Op 8-7-1498 Vincent van Spijse, Schout en wettelijke maner, Jan van Ghe­luwe, Pieter van Wedaghe, Bouden van der Haeghe, Arnoud van Pilkem, Jan Markier en Jan Lauwery, schepenen van de hertog van Kleef, graaf van de Marck in de heerlijkeid van Ingelmunster, oorkonden dat Gillis Danckaert aan de kerk van Ingelmunster, ver­tegen­woordigd door kerkmeester Rogier van Coolgen, een erfelijke en losbare rente heeft over­gedragen [...] (vi)»

RA Kortrijk:/inv. nr. 15/bl. nr. 2944
Origineel op perkament. De zeven zegels die bevestigd waren op dubbele staart van perka­ment zijn verdwenen.

Regest 19. «Op 26-9-1515. Roger van Cooelgen, Schout ende wettelijke maner, Arnoud van Pilkem, [...NN...], schepenen.»

  Filips
Filips de Schone (1478–1506), aarts­hertog van Oosten­rijk, landsheer der Neder­landen, graaf van Vlaanderen
Regest 20. «Op 30-9-1515, Rouger van Coilge, Schouteetene ende wettelijke Maander». De R van Rouger, de l van Coilge en de Sch van Schout staan er in twee centimeters hoge gotische letters.
«Rouger van Coilge, Schouteetene ende wettelijke Maander, Joos van Gheluwe, Jan Kenjuweel en Jan van Rue, schepenen van Lodewijk van Kleef, graaf van Auxerre, Heer van Ingelmunster en Vyve, in de heerlijkheid van Ingelmunster, oorkonden dat Jan Goemaere, zoon van Daniel, van de Kerk van Ingelmunster vertegenwoordigd door de kerkmeesters Jan van Rue, Malin van Dale en Malin Claerhout, 1800 lands in erfpacht heeft genomen voor 6lb par ’s jaars.
Bedoeld perceel is gelegen te Ingelmunster en gehouden van Ter Elst, leen van het hof van Ingelmunster. Aldus gedaan op 30-9-1515.
»

RA Kortrijk:/inv. nr. 16/bl. nr. 2953
Origineel op perkament. De vijf zegels die bevestigd waren op dubbele staart van perkament zijn ver­dwenen.





Ingelmunster
Wezerij. Uit een wezerijakte blijkt dat Rouger vóór 1529-03-16 is overleden; zijn jongste zoon is dan nog minderjarig:

«[...] voogden van Roegekin van de Coolge fs Roegers brengen over op de 16 maart 1529 het goed der weeze bij het overlijden van de vader, te weten 22 honderd landts liggende in Iseghem [...&z...].
In 1531 brengt de voogd nog over de som van 5 pond die de vader achterliet; op dezelfde dag wordt die som uitgegeven aan Daneel fus Roegaers in Ingelmunster.
De 16 sprockle 1548 verklaart Roegaer dat hij gehuwd was.
»


 wezerij
RA Kortrijk:/Wezerij Ingelmunster/reg. 42/fº 4.



Poorter Van Coilge uit Gistel

 

  VerderTerug
Uit poortersboek van Brugge 1479–1496


Jan van Quaillen, f. Thomas  ex Gistel
i. 1490-09-07
RA Brugge:/  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 65 en Roger Van Quaille 1978 blz. 24)

i.= ingeschreven
(Jan heet in de stadsrekening van Quallien.)

Poorters Van Coilge te Pamele-Oudenaarde

 

  VerderTerug
Uit Het groot poortersboek van Oudenaarde 1288–1550


Gillis van Coije, schepen, Oudenaarde ¹)
i. 1508
Arend van Coije, priester, Pamele
cit. Rekeningen 1515, 1517, 1520, …, getuige moord Melle Cabeliau 1547

i. 1525
Pauwels van Coije, fs. Jans
i. 1540
Paul Van Butsele, Het groot poortersboek van Oudenaarde 1288–1550  (Marc Van Assche in Coyldia­na:/1977/66)

Oudenaarde

1) Vader van Jan van Coilge uit Dottenijs?

Waar belastingen zoal goed voor kunnen zijn


VerderTerug
Belasting innen…, de overheid kon (en kan) het niet laten. Maar het gaf in dit geval Marc Van Assche toch maar de gelegenheid om in een document uit 1526 ene Jan van Coelge te achterhalen en drie kinderen aan hem toe te wijzen.
 
«Ontfanc van issuwen:
1/ eerst ontfaen van Matheus Caelberch, fs. Joos, poorter ende inwonende vander stede van Rousselare ende dat ter cause van zekere cateylen goede, dat hij behuwet heeft aan Jane van quaelgen filia Jans zijne ghetrauwde wive

2/ item noch ontfaen van Jan de busschere, poortere van der stede van Curtrycke van zekere catheylicken goede, dat hij gedeelt heeft int sterfhuus van Jan van coelgen zijns wijfs vadere, ende ooc van de cateylicken goede die hij behuwet heeft an margriete van quaelgen, filia Jans zijn wive

3/ item noch ontfaen van anceel gremyninc fs. Jacops, poortere ende inwonende vande stede van Roeselare van zekere cateylicken goede die hij behuwet heeft an Maye van quaelgen filia Jans zijne ghetrauwde wive
»

ARA Brussel:/Fonds der Rekenkamers/#43722 (rekeningen van Roeselare Ambacht van 1525-07-06 tot 1526-12-18).

Misschien is de hierboven genoemde Jan wel dezelfde als diegene die in ARA Brussel:/Fonds der Rekenkamers/#43721 (rekeningen tussen 1523-03-31 en 1523-10-01) genoemd wordt als «jan van coelgen, gaerderaer van de X de penninck van Roeselare ambacht».

De hiernaast genoem­de Jan en zijn drie dochters ko­men nog niet in de gepubli­ceerde stamboom voor.
Van wie is deze Jan er een ?

Schepen Joos van Coilge
(zoon van schout Rouger van Coilge)
geb. ca. 1490



VerderTerug
Joos is een van de vier gekende zonen van Rouger van Coilge. Hij wordt twee keer vernoemd als schepen van Ingelmunster in nog bestaande documenten.
We citeren weer uit E. Warlop, Inventarissen van archieven van kerkfabrieken, deel I, Ingelmunster. Het boek vermeldt onder de regesten de archiefnummers van de originele oorkonden in het rijksarchief te Kortrijk.


Ingelmunster
Regest 28.  «1-9-1527: Arnoud van Pilkem, schout en wettelijke maner, [...5x NN...] en Joos van Coolgen, schepenen van Lodewijk van Kleef, graaf van Auxerre, heer van Ingelmunster en Vyve in de heerlijkheid van Ingelmunster [...] Jaarrente aan de kerk.»

RA Kortrijk:/inv. nr. 13
De zeven zegels op dubbele staart van perkament zijn verdwenen.



Regest 31.  «30-4-1536: Antoon Bouckaert, schout en [...5x NN...], Joos van Coolgen en [...NN...], schepenen van Ingelmunster oorkonden dat [...] Een rente voor de OLV kapel t’ Ingelmunster.»

RA Kortrijk:/inv. nr. 47
Acht zegels op dubbele staart van perkament. Fragmenten van het eerste, rode lak, het vijfde en het zevende (bruine lak). Dat zevende was van Joos van Coilge. Marc Van Assche zag dit fragment: een stuk was met de letters ‘…n Coi…’, zonder schildje!


jammer genoeg niet meer heel...
Wezerijakte. Maeykin van Lansberghe, Joos’ eerste echtgenote, overleed om­streeks 1554; vijf van haar kinderen waren nog minderjarig. Joos’ oudste zoon Roe­gier wordt in de wezerijakte genoemd als voogd van de vijf jongsten.

«Rugger van der Quaelge fs Joos in Ingelmunster & Jan van de Mandele fs Claude in Iseghem als voogden van Tuenkin, Neelkin, Tanneken, Sentinkin en Proenkin voor Quaelge fiij Joos brengen over bij eede op den 4den februaris 1554 het goed de voornoemde weesen toecomen & verstorven bij de doot & overlijden van Maeykin van Lansberghe der weesen moeder.

Te weten ome Tuenkin bij cavele ghevallen een stick landts ghenaempt de happe & de westmodt ontrent xii c liggende in Ingelmunster belast met cerkelicke rente & disch rente van 40 sch par t’ jaers

Item ome Neelkin bij cavele een stick landts genaempt Tabeelkin groot v c nog in lentemans meeschelkin iii c mesch.
Item noch oost daer an een stick landts groot iii c oost daer ontrendt in Ingelmunster de zelve eric ptien vrieyghe

Item ome Sentinkin bij cavele het vierendeel van een bunder busch ofte daer ontrent in Meulebeke ghenaempt den steenbusch
noch ome ’t zelve Sentinkin een stick landts ghenaempt den grooten huul de sutsijde metter putterije & een cleen meerschelkin in grootte samen viij c en half belast met heerlijke rente onder meulebeke met 2 havot [.?.] eenen of daer ontrendt

Item ome Tanneken bij ghelijcke cavele de westsijde van een stick landts ter Waelbrugge groot iiij c en half onder Ingelmunster belast met heerlijke rente drie havot 3 pinten eenen ofte daer ontrendt
noch ome de zelve weese in ’t zelve tabeelkin iij c en half landts de zuudtzijde noch oost daer an iij c meersch ’t landt & meersch wesende vryeyghen
noch ome dezelve xxiiij roen meersch ghenaempt ’t schepelkin doost ende in Meulebeke

Item ome Proonkin bij ghelicke cavele doost in de pande sticke te Waelbrugghe groot iiij c en een half onder Ingelmunster belast met heerlijke rente 3 havot 3 pinten evene
noch ome de selve weese int abeelkin de middewaert van disch iij c en half
noch ome de selve weese iij c meersch oost daer an de noordtzijde daer an tlandt & meersch vrieyghe
Noch xxiiij roen mesch int schepelkin twestende

Item noch ome de vijf kinderen elck een xiij deel inde hofstede met ghelicke deel van huusinghe daer up staende ligghende in Ingelmunster daer tegenwordich up wondt Rugger voor Quaelgen oudste broer van de weesen
Ende van inhavelijke catheylen [.?.] van de vijf weesen de somme lxxij lb p. x sch. gr. rustende onder den vadere die zijn kinderen houdt naer costume
De zelve vijf weesen zijn belast in rente den [.?.] xvide elke weese in principale vi lb. vi sch. viij d grooten

Den xxvsten in november 1555 zo brochten de voochden noch over comende van de zelve doot de somme van lxviij lb. xv sch. te weten ome Teunkin, Neelkin, Tannekin en Proonkin rustende onder den vader als boven

Den xden in april 1556 zo consenteerde hem zekere & borghe voor alle de [.?.] die rustende zijn onder den weesen vader Joos van der Quaelge comparandts Joos zeune

Den xxxsten in october 1556 so compareerde hier Dierick van Dierdonck fs Jans in Brugge Sentinne getraut hebbende houdt hem consent & vernoucht van zijn wijfs goede ontslaende heur voochden

Up den xvden in september 1561 zo compareerde alhier Antheunis van de Coilge gehuwt zijnde hout hem consent en vernoucht van zijn ghoede ontslaet de voochden & andere

Den xviden in november 1562 zo compareerde hier Mateus van Steenquiste fs Willem in Coolscampt Tanneken ghetraut hebbende houdt hem consent en vernoucht

Up den xxsten junij 1569 compareerde alhier Roegaer van Steenkiste als Proonken ghetraut hebbend houdt hem consent en vernoucht van haeren goede ontslaet haer voochden & alle andere.

Den xxvijsten in november 1570 zo compareerde hier Neelken ghehuwdt zijnde houdt hem consent & vernoucht.
»

RA Kortrijk:/Wezerij Meulebeke/#48/fº 3 vº

Joos’ hofstede. De ge­bouwen van de hof­stede stonden op het gebied van Ingelmun­ster. De belang­rijke landerijen, waarvan in nevenstaande weze­rijakte sprake is, la­gen schrijlings op de grens Ingelmunster/ Meulebeke.

Gezinsgrootte. Gege­ven het feit dat de we­zen elk een dertiende deel van de hofstede en het huis werd toe­gewezen is het moge­lijk dat Joos’ eerste huwelijk dertien le­vende kinderen telde.

 oude landmaten

Poorters Van Coilge te Brugge [1]


VerderTerug
Uit poortersboek van Brugge 1530–1580


Griete van Coillen, fa. Jans  ex Cortricke
i. 1535-01-04
Jacob van Quallen, fs. Joos  ºIngelmunster
i. 1546-03-12
RA Brugge:/  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 65 en Roger Van Quaille 1978 blz. 24)

Doodsrekening. In een doodsrekening in de Dischrekeningen van Izegem, lopend van 1572-06-24 tot 1573-06-24 (Sint Jan) wordt vermeld:

«Ontvangen ter dood van Margriete van Coelge 12 s.»

Bron Wie vult dit aan ?. (J. Van Dromme in VVF:/1975/653–663.)

Een doodsrekening vermeldt een schuld bij de dood of omwille van testament, waarbij de familieleden van de overledene een zekere som moesten betalen aan de Disch. Na 1550 was 12 s. voor de hogere klasse.

Brugge

Mulder Lauwers van Coelge


VerderTerug
Uit ‘Acten en contracten’


fº 114 Lauwers van Coelgen, fs. Zeghers in Kortrijk…
pacht de wintmeulen op de weg naar Menen te Kortrijk

1532-11-22
fº 26
Lauwers van Coillen, idem
1534
RA Kortrijk:/Acten en contracten  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 66)

Deze molenaar ont­breekt nog in on­ze stamboom…

Poorters in de Vlaamse steden [ij]


Het buitenpoorterschap



VerderTerug
Naast de poorters die verbleven binnen de beschermde stadswallen, waren er ook lieden van buiten die wallen die het poorterschap verwierven; zij werden bui­ten­poorters genoemd. Aanvankelijk was de buitenpoorter verplicht drie maal per jaar 40 dagen in de stad te verblijven, in de periode van de grote feestdagen.  In de kasselrij Kortrijk werd dit gebruik reeds in 1398 afgeschaft.


 kasselrij, bestuur­lijk gebiedsdeel van het graafschap Vlaan­deren…
Poortersboeken en -lijsten.  Vanaf 1540 moesten de buitenpoorters van de kas­selrij Kortrijk jaarlijks drie stuivers betalen aan de graaf van Vlaanderen. Een ont­vanger maakte elk jaar een lijst over van de personen die hun jaarlijks poor­ters­recht hadden betaald. De meeste van die lijsten bleven bewaard.
De lijsten zijn ingedeeld per roede en parochie.  Binnen de kasselrij Kortrijk waren er vijf roeden: 1:Roede Harelbeke, 2:Roede Tielt, 3:Roede Menen, 4:Roede De Dertien Parochies en 5:Roede Deinze. De betaling van de drie stuivers moest plaatsvinden tussen 1 oktober en 30 november op straffe van verlies van het bui­tenpoorterschap, met als ergste gevolg het onderworpen zijn aan het issuwe­recht en bij overlijden aan het beste kateel.
Eveneens in 1540, dus tijdens de regering van keizer Karel, moest voortaan al wie het poorterschap of buitenpoorterschap wenste te verwerven en dit niet ver­kre­gen had door geboorte of huwelijk, aan de stad een inschrijvingsrecht van 3 pond parisis betalen. Vanaf dat jaar vindt men dus in de stadsrekening de vermelding van de personen die het poorterschap gekocht hadden.


Karel
Karel v (1500–’58), keizer van het Heilige Roomse Rijk, koning van Spanje, lands­heer der Nederlan­den, graaf van Vlaan­deren

Buitenpoorters Van Coilge te Ingelmunster [1]

 


VerderTerug
Uit buitenpoorterslijsten van Kortrijk 1540–1581
Josse van de Coolge, fs. Rogaer 1540–1549
Michiel van de Coolge, fs. Rogaer 1540–1581
Jehan van de Coolge, fs. Pierre
   Marie van Le
1540–1569
1570–1579
Daneel van de Coolge, fs. Rogaer
   Lysebette Sneyers
1540–1552
1553–1555

ARA Brussel:/Fonds der Rekenkamers/#6971–7039  (Marc Van Assche in Coyldiana 1980 blz. 12)
 

   
 
 
 
 

Naar protest, protestantisme & opstand…

 

[HBSb] [VL]

 

Filips ij volgde zijn vader Karel v in 1555 op als landsheer van de Nederlanden.
 

Hij hield nauwelijks rekening met de adel. Hij verving in de Collaterale Raden vrijwel alle edelen door beroepsjuristen. Dit was samen met de religieuze ontevredenheid in de Nederlanden de belangrijkste reden voor de opstand tegen het Habsburgse bewind.

 

  

 

...of kies een andere geschiedenisperiode in de menubalk bovenaan...