v. 2007-07-06

 

en Vlaanderen onder de Bourgondiërs

 

[FR] [BRG] [VL]

 

Na het overlijden van graaf Lodewijk van Male,
kwam Vlaanderen onder het gezag van de echtgenoot van zijn dochter Margareta:
Filips de Stoute, hertog van Bourgondië.
 

Filips de Stoute streefde naar gebiedsuitbreiding en bereikte dat door diplomatie en huwelijkspolitiek.
Filips de Goede, die aanvankelijk een leidende rol wilde spelen in de Franse politiek, koos –ver­ont­waardigd om de moord op zijn vader Jan zonder Vrees (1419)– partij tégen Frankrijk.  Door zijn po­litiek werd Vlaanderen onderdeel van het complexe bondgenootschap binnen de Bourgondische Ne­der­landen. Bij zijn troonsbestijging regeerde hij over Bourgondië, Vlaanderen en Artesië, waarbij hij door handige huwelijkspolitiek, veel geluk en wat geweld, nog Brabant, Limburg, Henegouwen, Na­men, Holland, Zeeland en Luxemburg kon voegen. Hij ging dromen van een zelfstandige machtspositie tussen Frankrijk en Duitsland.
Onder Filips was het Bourgon­dische rijk op zijn hoogtepunt en begon er een periode van grote wel­vaart nadat hij erin was ge­slaagd vrede te sluiten met Engeland.

 

 

Poorters in de Vlaamse steden [i]


Het poorterschap (‘buitenpoorterschap’ op de volgende geschiedenisbladzijde)


VerderTerug
Poorters waren inwoners van een bepaalde stad, die daar bepaalde voorrechten genoten ten opzichte van de andere inwoners. Alle Vlaamse steden kenden poor­ters, maar niet overal hadden ze dezelfde naam. Zo sprak men in het Brugse Vrije van ‘Vrijlaeten’ en in Sint-Winoksbergen van ‘Ceurbroeders’.
Het poorterschap ontstond bij de opkomst van de grote steden en werd –zoals vele instellingen uit het ‘ancien régime’– pas in 1796 afgeschaft, toen onze ge­westen door Frankrijk ingepalmd waren.
 
Hoe kon men poorter worden?  In de oudste tijden werden meerderjarigen (25) poorter door een verblijf van een jaar en een dag binnen de stad. Later kon met het poorterschap verwerven 1:door geboorte uit een poorter; 2:door huwelijk met een poorter of een poorteres of 3:door het betalen van een bepaalde som.



Jan zonder Vrees
Jan zonder Vrees (1371–1419), hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen
Welke voordelen bood het poorterschap?  1:het recht om in de stad openbare functies te bekleden; 2:het voorrecht alleen te worden geoordeeld door de sche­penen van zijn stad; 3:het niet onderworpen zijn aan bepaalde weg- of rivier­tollen; 4:een vrijstelling van issuwerecht; 5:een vrijstelling van het beste kateel of beste hoofd; 6:het recht om binnen de stad handel te drijven; 7:het genot van de hanzen en akkoorden (verdragen tussen verschillende steden onderling gesloten).

Het cumuleren van verschillende poorterschappen was verboden. Wilde men poor­ter worden van een andere stad dan moest men eerst een vorig poorterschap verzaken. Een voorbeeld hiervan vonden we in het poortersboek van Sint-Wi­noks­bergen:

«D’Heer ende Mre Petrus van Quaillie, licentiaet in de medecine, woonende deser stede, renotiatie alhier admissie in Hondschoote den 15 jan 1782».

Issuwerecht. Belas­ting op de waarde van goederen die op een of andere manier in handen kwamen van niet-poorters.

Het beste kateel of hoofd. Het beste stuk roerend goed of vee uit een nalatenschap dat de heer mocht op­eisen.

Vincent de oude / de jonge en Vincentskinderen

Een discussiestuk…


VerderTerug
In de jaargangen 1977, ’78 en ’80 vermeldt het familietijdschrift Coyldiana onze oudst bekende poorters (hoofdzakelijk uit Ingelmunster). Die poortervermeldingen staan hieronder, aangevuld met gegevens uit andere bronnen.  Onze voorouders hebben het ons niet gemakkelijk gemaakt: hun veelal identieke voornamen zorgen voor nogal wat verwarring. Een familierelatie mag daarmee voor de hand liggen, maar het is niet eenvoudig om aan te tonen hoe die relatie precies in elkaar stak.
Ook ten tijde van Coyldiana was men er al niet zo zeker van dat de gepubliceerde lijn vanaf Rouger tot de twee Vincenten wel afdoende onderbouwd was. Marc Van Assche attendeerde ons op het feit dat de generaties boven Rouger in het voor­laatste nummer van Coyldiana (1980, blz. 32) daarom (heel onopvallend) tus­sen haakjes werden geplaatst.
Hopelijk zit er tussen onze lezers een gedreven archiefmuis die de ontbrekende gegevens eens wil opzoeken. De hele VanCoilge-gemeenschap zal er hem of haar dankbaar voor zijn!

Tot die tijd laten we onze genealogie aanvangen met Rouger uit ca. 1453. De resultaten van het onderzoek naar het stamboomgedeelte vóór Rouger worden op deze bladzijde behandeld, totdat we ‘zeker’ zijn van onze zaak.

Ingelmunster

VerderTerug
Vincent van Coilge ‘de oude’



Een Vincent wordt aldus geciteerd in de rekeningen van de kerkfabriek van Ingel­munster in 1477, samen met zijn dochter Maria. Voor 1478 vond Marc Van Assche dezelfde rekeningen, nu:

«Ontvangen van Clara, de weduwe van Vincents van Coilgen…»

Commentaar.  Marc vermoedt dat deze Vincent wel eens de vader zou kunnen zijn van de drie Brugse poorters afkomstig uit Ingelmunster (zie verderop). Quod de­monstrandum est.

  Is Vincent de oude de vader van Vincent de jonge? Quod demonstrandum est.

Vincent van Coilge
de oude
dom. Ingelmunster, †ca. 1477
× Clara Incognita
Maria van Coilge
dom. Ingelmunster


Uit poortersboek van Brugge 1434–1450


Jan van Coije fs. Willems ex Oudenaarde
i. 1434-11-24
Vincent van Coilge fus Vincents ex Yseghem
i. 1441-11-03
RA Brugge en R.A. Parmentier, Indices op de Brugsche Poortersboeken, Brugge 1938  (Marc Van Assche in Coyldiana 1977 blz. 65)

Conclusie.  De hierboven vermelde Vincent (Vincentszoon) is vrijwel zeker niet de vader van de drie poorters die tussen 1474 en 1480 in Brugge werden ingeschreven (zie onderaan). Er zou dan niet achter hun naam hebben gestaan dat zij zonen waren van een Vincent uit Ingelmunster, want déze Vincent is poorter van Brugge.

  …Tenzij deze Vincent tussen 1441 en ca. 1470 van Brugge (weer?) naar Ingelmunster verhuisde. Misschien heette hij daar toen Vincent de jonge? Quod demon­strandum est.

Brugge

Brugse bronnen. Er zijn zeven poorters­boeken over 1418–1794.
R.A. Parmentier, Indi­ces op de Brugsche Poortersboeken, 3 de­len (Brugge 1938) en
A. Jamees, Brugse Poor­ters, opgetekend uit de Stadsrekenin­gen, 3 delen (Hand­zame z.j.).

VerderTerug
Vincent van Coilge ‘de jonge’



Uit een wezerijakte uit 1474 blijkt dat Vincent van Coilge de jonge omstreeks dat jaar negen wezen achterliet:

«Joos van Coilge en Joos Spijs als voogden van Hanskendoot, Gillekin, Ruggekin, Inghelkin, Adriaenkindoot, Tanneke, Loetkin, Callekindoot en Betkendoot van Coeilge fij Vinchents de Jonghe, brengen over ’t goed bij het overlijden van de vader.»

Volgt de beschrijving van de goederen o.a. te Ingelmunster, Izegem en goederen on­der het kapittel van Rijsel. In 1495 waren Gilleken, Ruggekin en Ingelkin meer­der­jarig (25 jaar) en was Tanneke (Anna) gehuwd met Joos van de Vivere.

RA Kortrijk:/Wezerij Ingelmunster/#31 bis/fº 8 aº 1474.

Conclusie.  Deze Vincent kan dus in 1460 (of eerder) getrouwd zijn en geboren in 1430 (of eerder). Dat leidt dan tot het volgende overzicht:



Vincent van Coilge
de jonge
dom. Ingelmunster,  º1430 of eerder,  ×1460 of eerder,  †Ingelmunster 1474
Jan

º±1461
† tussen 1474 en 1495
Gilles

º±1462
Rouger

º±1463
Ingel

º±1465
Adri-
aan

º±1467
† tussen 1474 en 1495

Anna

º±1468
× Joos van de Vivere
Loet-
kin

º±1470
Calle-
kin

º±1471
† tussen 1474 en 1495

Betken

º±1473
† tussen 1474 en 1495

 
  We hebben Anne ook tot de meerderjarigen gerekend om zo de laatste kinderen tus­sen 1470 en ’74 (jaar van vader Vincents overlijden) de ruimte te geven om geboren te worden.
  1495 was het jaar dat de jongste nog in leven zijnde dochter Loetkin meerder­jarig werd. De mededeling dat enkele met name genoemde kinderen al meerder­jarig waren sluit niet uit dat ze dat al langer waren. Wellicht waren die kinderen uit een eerder huwelijk van vader Vincent: uit zijn Brugse tijd misschien? In dat geval moet deze Vincent de jonge ook eerder dan in 1430 geboren zijn. Quod de­monstrandum est.
  Kan deze Vincent dezelfde zijn als de Brugse poorter Vincent van Coilge fs. Vincents van Yseghem ? Quod demonstrandum est.



VerderTerug
Vincentszonen…, allemaal broers ?



Belastingen.  Op 1440-08-17 hechtte Filips de Goede zijn goedkeuring aan een drastische maatregel: het heffen van een belasting op alle poorters van de stad en de kasselrij Kortrijk. Voor deze heffing werd een register aangelegd:

Uit Register der poorters 1440
Joos van Coilgen fs. Feynsin en zijn kinderen
Zegher van Coillen fs. Feynsin en zijn kinderen
RA Kortrijk  (Marc Van Assche in Coyldiana 1980 blz. 2, aangevuld/gecorrigeerd 2001-03-19)

Conclusie.  Deze twee zonen van ene Vincent woonden in de kasselrij Kortrijk en kunnen broers zijn van elkaar en van de Vincent Vincentszoon die in 1441 poorter van Brugge werd. Maar ze kunnen net zo goed van een andere generatie zijn. Qoud demonstrandum est.

Filips de Goede Filips de Goede (1396–1467), hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen

Uit poortersboek(en) van Brugge tussen 1474 en 1480
Jan van Coyllen fs. Vincent ex Ingelmunster
i. 1474-08-16
Gillis van Quayllen fs. Vincent ex Ingelmunster; omme te doene tambacht vanden hoedemakers
i. 1476-05-16
Inghele van Coellen fs Vincents ex Ingelmunster; omme bevryt te zine int ambacht vanden hoedemakers … ende dat zelve metter hand te doene
i. 1480-10-30
R.A. Parmentier, Indices op de Brugsche Poortersboeken, Brugge 1938  (Marc Van Assche in Coyldia­na:/1977/65  en  ./1980/2; aangevuld/gecorrigeerd 2001-04-08)



i = ingeschreven
Drie hoedenmakers.  Uit onderstaande inschrijvingen valt af te leiden dat ook Jan hoedenmaker was. Alledrie de Van Coilges brachten het ooit tot deken van de hoe­den­makersgilde.



Mijn hoed die heeft vier deuken
Gillis van Coolge
1477-09-02
Gillis van Coille
1483-09-02
Gillis van Coelgen
1486-09-02
Gillis van Coelgen
n.st. 1488-02-12
Ingelram van Quaillen
1488-09-02
Jan van Coillien,  deken
Gillis van Coillien,  keurder

1490-12-09
Gillis van Coelgen,  keurder
1493-09-02
Gillis van Coellen,  deken
1495-09-02
Inghelram van Coelgen,  keurder
1496-09-02
Inghelram van Qaulgen,  keurder
1501-09-02
Inghelram van Quaillen,  deken
1503-09-02
Inghele van Quaelghen,  deken
1508-09-02
Inghele van Quaelghen,  keurder
1510-09-02
Inghle van Quaelgen,  deken
1514-09-02
Gillis van Quaelgen,  keurder
1516-09-02
SA Brugge:/Archief der hoedenmakers  (Marc Van Assche 2001-06-28)

Conclusie.  De hierboven vermelde gegevens tonen met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid aan dat Jan, Gilles en Ingel broers zijn; zonen van dezelfde Vincent uit Ingelmunter. Vincent zelf is daarmee nog niet geïdentificeerd.




Die moeilijk te spellen naam… Grappig om te zien hoe onze naam hier jaar na jaar an­ders wordt gespeld.

Karel de Stoute
Karel de Stoute (1433–’77), hertog van Bourgondië, graaf van Vlaanderen
Vincent van Coilge
ex Ingelmunster,  º±1419
Jan van Coylle
º±1449
hoedenmaker
poorter van Brugge
vanaf 1474-08-16

Gillis van Quaylle
º±1451
hoedenmaker
poorter van Brugge
vanaf 1476-05-16

Ingel van Coelle
º±1455
hoedenmaker
poorter van Brugge
vanaf 1480-10-30


We gaan er vanuit dat de drie broers op 25-jarige leeftijd naar Brugge togen en er het poorterschap kochten. Het mogelij­ke geboortejaar van vader Vincent kiezen we 30 jaar eerder dan dat van Jan.

Twee Gillissen in Brugge…
Waarom gemakkelijk als het ook moeilijk kan..?


VerderTerug
Onze-Lieve-Vrouwekerk te Brugge.  Roger Van Quaille trof een Gillis aan in het Sepulturenboek van de O.L.Vr.-parochie te Brugge nr. 6, fº 193,212:

«Op 11 maart 1507 betalen Gillis van Quaillen en vrouw Barbe Raulders aan de proost van het kapittel, 6 ponden grooten Vlaemschen munt  voor een sepulture, zuid in de kerk, zuidzijde sepulture van Jan de Leus... en oostzijde van den hautaer van St. Clemens.»

«Op 10 januari 1509 sticht Gilles van Caelje of van Quaille, in dezelfde kerk een eeuwig jaargetijde te celebreren in mei.  Gillis of Egide van Cailje was gehuwd met Barbe Raulders.»

«1518. Gillis van Cailje doet een gift van 2 ponden grooten voor het herstel van de schuur toebehorende aan de kerk en staande up het kerkhof.»

«De kerkmeesters beweren bij Gillis’ overlijden 30-1-1519 de som ontvangen te hebben van de testamentarissen François van Eede en Gilles Coepens, maar dat het werk niet ‘up dezen tyd’ kan uitgevoerd worden.»

Commentaar.  Deze Gilles is mogelijk dezelfde als hoedenmaker Gillis die hier­bo­ven is vermeld. Hij woonde in het Brugse O.L.Vr. zestendeel –wat moge blijken uit de nauwe relatie die er bestond met de O.L.Vr.-parochie– en is daarmee niet de schepen Gillis die hieronder wordt genoemd.

Gillis van Quayele
dom. Brugge, O.L.Vr. zestendeel
†1519-01-30

× Barbe Raulders

†1507/’08



Schepen Gillis van Quailge.  Er is ook een Gillis bekend die in het Brugse Sint-Jan zestendeel woonde en in 1490 raadslid was te Brugge. Volgens het Register van Wetsvernieuwingen werd Gillis van Quailgen aangesteld als schepen op 1504-09-02, op 1505-09-02, op 1506-09-02 en op 1507-09-02. Na zijn overlijden werd hij op 1507-11-10 vervangen door Jan Mosqueron.

SA Brugge:/Stadsrekeningen 1491  en  ./Register van Wetsvernieuwingen.

Conclusie.  Gegeven domicilie en overlijdensdatum kan deze Gillis niet dezelfde zijn als hoedenmaker Gillis.
Gilles van Quailge
dom. Brugge, St.-Jan zestendeel
†1507-11-10
raadslid/schepen van Brugge


We heten schepen Gillis graag welkom in onze grote familie­kring. Maar dan moe­ten we toch echt eerst weten wie zijn vader was…

  wetsvernieuwing

[^]Kop

Belgica van la bas naar dort drüben

 

[FR] [BRG] [VL]

 

Voor onze Bourgondische bestuurders in Dijon was Vlaanderen
één van les pays de la bas. Vanaf 1477 zullen onze landen door de Habsburgers bestuurd worden vanuit Wenen; voor hen was Vlaanderen één van die Niederlände.


Onze landen heetten officieel nog altijd Belgiae.  Les Pays-Bas en de Nederlanden werden afgedaan als ‘Gallice’ en ‘vulgo’. En die meervoudsvorm duidt erop dat het gebied alles behalve een eenhied vorm­de. De zeventien kasselrijen van Vlaanderen waren onder de Bourgondiërs onderdeel geworden van een wankel bondgenootschap van zeventien Nederlanden… (De beproefde en succesvol geble­ken verdeel-en-heerspolitiek van Vlaanderen meegenomen naar Bourgondië?)

De leeuw had zich als heraldisch beeldmerk over nagenoeg het hele Belgische gebied verspreid: Leo Belgicus of de Nederlandse leeuw.

 

Leeuw

De leeuw zei «salut» tegen Dijon en begroette zijn Weense dompteur met «grüß Got»…
Hij had er geen slapeloze nachten van.

 

...of kies een andere geschiedenisperiode in de menubalk bovenaan...