v. 2005-05-14

Diederik van Coillie


Artikel uit het Eindhovens Dagblad van 2005-05-14
 
 

Tien jaar geleden zat ik naast Diederik van Coillie (spreek uit: Kollie) in een bus die van Den Haag naar Antwerpen reed. In de bus za­ten bekende en onbekende Vlamin­gen, die allemaal meegedaan had­den aan het Groot Dictee der Ne­derlandse Taal. Ikzelf was een ver­stekeling, die gewoon graag een feestje in een Vlaamse bus mee wilde maken. Diederik van Coillie genoot van zijn zojuist behaalde overwinning. Twee fouten had hij gemaakt, of eigenlijk maar één om­dat de jury zelf een fout had ge­maakt, vond hij. Maar hij was blij met zijn overwinning. En met één fout kon hij wel leven.

‘Naar Den Haag reizen, het dictee winnen en dan sterven, dat is het mooiste wat er is’, hadden zijn Vlaamse dicteevrienden wel eens tegen hem gezegd. Dat woord ‘dic­teevrienden’ hoorde ik die avond in de Vlaamse bus voor het eerst. Diederik had dicteevrienden, be­greep ik. Inmid­dels, tien jaar later, heb ik ze allemaal leren kennen. Sommi­gen, zoals Joost Verheyen,

Taal en teken

 

 
Jozef Lamberts en Jean Spelmans (wat een naam) hebben intussen ook een keer het Nationaal Dictee gewonnen. Diederik ontmoette hen tijdens andere dicteewedstrijden. In Vlaanderen worden die wedstrijden geregeld gehouden. De deelnemers zijn dan soms onderverdeeld in ca­tegorieën: miniemen, cadet­ten, scholieren, junioren, liefhebbers en specialisten. Diederik en zijn dictee­vrienden behoorden uiteraard tot de specialisten. Ze hadden ook hele lijsten met lastige woorden: chaero­fobie, przewalskipaard, zydéo, tsee­tseevlieg. Die lijsten werden uitge­wisseld en bijgewerkt, en er werd vooral ook over spellingregels ge­discussieerd, want die laten nogal aan duidelijkheid te wensen over. Is het nou ‘eropaf sturen’, ‘erop afstu­ren’ of ‘er op afsturen’?

Diederik en zijn dictee­vrienden trokken ook wel eens de grens over naar Nederland, zo­als naar Eindhoven, waar ze de af­gelopen zes jaar aanwezig waren bij het Groot Eindhovens Dic­tee. Wegens hun uitzonderlijke dictee­vaardigheden mochten ze daar al­leen buiten mededinging meedoen. Maar hun ijver en bezieling waren er niet minder om.

Van beroep was Diederik leraar La­tijn. Daarnaast had hij een bijzon­dere belangstelling voor getallen. Hij staat ook in het Guinness Book of Records ver­meld, omdat hij op 7 mei 1995 in 4 uur en 45 minuten iets meer dan tienduizend decima­len van het getal pi uit het blote hoofd wist op te schrijven.
Natuurlijk was hij een krankzin­nige man. Maar als krankzinnigen zich met onschuldige dingen bezighou­den, zoals de spelling en het getal pi, zijn ze de inter­essantste mensen die er zijn. Ik hield ook erg van de vragen die hij stelde. De meeste mensen willen vooral weten hoe het met je gaat en of je nog vakantie-

 

Diederik, kun je me horen? [2]


plannen hebt. Maar Diederik stelde heel andere vra­gen. Na het Groot Dictee der Nederland­se Taal kreeg ik een briefje van hem waarin hij me vroeg wat ik ervan vond dat volgens de jury ‘van onder’ aan­eengeschreven moest worden.

Vandaag wordt Diederik begra­ven in zijn woonplaats Hechtel-Eksel, vlak bij Lommel. Hij is na­melijk dood. Begin deze week overleed hij aan de gevolgen van een mislukte bypassoperatie. (Of zou jij, beste dode Diederik – kun

je me horen? – in dat woord liever een streepje hebben gezien?)

 

Wim Daniëls

 
Artikel verscheen op 2005-05-19 – iets aangepast – in de andere bladen van de Brabant Pers.

 


 

vancoilge.net