v. 1995-12-13

Vlaanderen verplettert Nederland op Groot Dictee

 
 

Tseetseevlieg steekt halsstarrig
in onoorbare tekst over caleidoscoop

 
Artikel uit De Standaard van 1995-12-13
 
 

Van onze verslaggever

 

Den Haag – Van de tien deelne­mers die op het Groot Dictee der Nederlandse Taal minder dan tien fouten maakten, kwamen er zes uit Vlaanderen. Dat is des te opmerke­lijker omdat er slechts achttien Vlam­ingen waren in de finale en veertig Nederlanders. Winnaar was de 54-jarige leraar Latijn Diederik Van Coillie uit Hechtel. Bij de be­kende Vlamingen en Nederlanders scoorden de nieuwslezers Johan Tas (11 fouten) en Faroek Özgünes (19), radioman Jan Hautekiet (16) en de schrijver Paul De Wispelaere (15) het best, met de Nederlandse schrijfster Lydia Rood (18). Een nieuw verschijnsel is de opkomst van de dictee-hobbyist: iemand die spellen als sport beoefent en syste­matisch aan de vijf grote dictees deel­neemt die in Vlaanderen geor­ganizeerd worden.
 

De Nederlanders stonden er-

van te kijken. Geklopt op het ter­rein waar ze zich jaren meester waan­den: de taal. Toen ze hoor­den
 

 

Diederik Van Coillie
Diederik Van Coillie

 

dat in Vlaanderen buiten het Groot Dictee der Nederlandse Taal ook parallelle initiatieven zijn van het Davidsfonds, de Jaycees, het Lim­burgs en het Westvlaams diktee, ja dan moesten ze hun onmacht toe­geven.
 

Sportman

Diederik Van Coillie, leraar aan het Onze-Lieve-Vrouwlyceum in Genk,

is zo’n dictee-sportman. Hij houdt een alfabetische lijst bij van alle moeilijk te spellen woorden en ano­malieën in het Groene Boekje en Van Dale.
Ruim zesduizend heeft hij er, en voor elke wedstrijd gaat hij er nog eens door. De dag voor Den Haag begon hij om twee uur ’s middags, en hij was rond om middernacht. In de Vlaamse dikteewedstrijden ein­digt hij meestal binnen de eerste drie.

„Den Haag is natuurlijk het sum­mum in ons wereldje,” zegt hij.
Dat het Groot Dictee der Neder­landse Taal een internationale wed­strijd is en integraal op de televisie wordt uitgezonden, maakt het ver­schil. Maar dat betekent niet dat het de moei­lijkste wedstrijd is, integen­deel: de andere, met plaatselijke voorrondes, zijn zwaarder en de konkurrentie is er ook sterker.
„Ik heb thuis achter de televisie al­tijd meegedaan met het Groot Dic-

 

Vlaanderen verplettert Nederland op Groot Dictee [2]


tee, en ik was er al de virtuele win­naar van. Iedereen in ons kringetje van spellingfanaten droomt ervan om in Den Haag te bewijzen hoe sterk hij is. Maar het systeem van de voorronde waaruit slechts tien Vlamingen getrokken worden, zit in de weg. Wij oefenen als sportlui en dan maken ze er een loterij van!”

Van Coillie maakte slechts twee fouten: hij schreef onoorbaar met oi, en erop uittrokken plakte hij verkeerd aaneen.
„Nochtans zit onoorbaar in mijn lijst. Je ziet: je kunt het niet perfekt doen.” Op school zou hij zijn over­winning maar moeilijk geheim kun­nen houden tot na de uitzending. „Ze verwachten eigenlijk dat ik win.”

Al kent hij ook het gevoel tweede te zijn, want hij werd in de Vlaamse wedstrijden al tweemaal geklopt door een Den Haag-geselekteerde van een paar jaar geleden, de Westvlaming Marc Vanacker.
 

Tweede zijn, dat overkwam een andere sportschrijver, Frans Van Besien. En wel op een ongelukkige manier: hij schreef 30 graden Cel­sius niet voluit en dat werd hem aangerekend. Daar­door eindigde hij met drie fouten ex aequo met een

Nederlandse deelneemster, E. Ane­ma–Boer.
„Als de jury gewild had, kon ik na­tuurlijk wel zeggen hoe je dertig schrijft”, zei Van Besien met spijt.
Maar de beslissingen waren niet voor diskussie vatbaar, had dik­teeleider Philip Freriks duidelijk ge­zegd. En de instruktie dat alle ge­tallen voluit moesten geschreven worden, was ook ondubbelzinnig ge­weest.
 

Kurken

De sfeer in de bus op weg naar huis kon niet kapot. De kurken knalden, de felicitaties waren niet van de lucht. Ook andere Vlamingen had­den een goede beurt gemaakt: Alex De Prest (6 fouten), Hilde Rossenue (7), Wilfried Van Rompay (8), Guido Bruyneel (8). Ook Kaat Deblaere, Kim François, Koen Lemmens en Annemie Cools moesten zich niet schamen. Ze schommelden rond het gemiddelde, dat dit jaar op 23 fouten lag.
 

Bij de bekende Vlamingen zaten ook Dirk Thieleman en Micha­el Pas onder het gemiddelde. Wie de moeite zou hebben gedaan om een algemeen klassement op te stellen zou erachter komen dat

Vlaanderen in zijn totaliteit een ka­tegorie sterker was dan Holland.

Maar dat Faroek Özgünes, van Turkse afkomst, zo’n schitterende beurt maakte, dat was voor Jan Hoet de gebeurtenis van de avond.
„Dat grijpt mij aan”, verklaarde hij aan iedereen die het horen wilde. „Dat ik niet de honderd tachtig fou­ten maakte die mijn dochter had voorspeld, dat maakt me gelukkig, maar dat Faroek hier bewijst dat er helemaal geen kulturele achter­stand hoeft te bestaan bij kinderen van migranten, dat ontroert mij.”
 

Onoorbaar

Het was een verraderlijke tekst (zie kadertje hiernaast). Buiten de „moeilijke woorden” caleidoscoop, paperassen, tseetseevlieg, gepa­voiseerde, logés, gênant en het verrassende onoorbaar dat bijna iedereen met oi schreef, waren er heel wat aaneenschrijfkwesties: te veel, te midden van, teweer stellen, van dien, ver weg, erop uittrekken, erop af, negentiende-eeuwse, he­den ten dage, tengevolge van, wijd openslaande deuren.
Daarnaast een paar opmerkelijke dt-gevallen: menigeen vermeit zich, op sensatie beluste pottekijkers, ontblote zonaanbidders.

 

Vlaanderen verplettert Nederland op Groot Dictee [3]


Voorts antarctisch zonder hoofd­letter, omdat het niet over een land gaat en Celsius met hoofdletter.
Ten slotte de c/k-kwesties attrac­tieve vakantiebestemming en kolos­sale kadaver, en de ei/ij-vallen steilten, reikhalzend, neer­vlijen, contreien, wijd, weids.
 

De nieuwe spelling treft in deze tekst alleen het woord potte­kijker, dat een tussen-n krijgt,” zei pro­fessor Piet van Sterkenburg, die in de jury zat en in het nieuws kwam als samensteller van het nieu­we Groene Boekje.
Naast hem zat juryvoorzitster Hella

Haasse, die een eksemplaar van de Woordenlijst kreeg van Greetje van den Bergh, Algemeen Sekretaris van de Taalunie. De andere jury­leden waren Kristien Hemmerechts en professor Theo Janssen.
 

Ludo Permentier