Feestrede van Georges Vancoillie


Rede gehouden tijdens het familiecongres
te Oostende op zaterdag 1977-04-30 door de directeur van
VLO te Ieper.
 
 

Mijn beste dis- en stamgenoten,
 
Dit is onze grote dag!
Nog nooit was er in dit kursaal zoveel schoon volk bijeen !  Hier zijn we dan vandaag als één grote familie gezellig ondereen:
•  vriendelijke opa's en minzame oma’s,
•  vrolijke nonkels en charmante tantes,
•  plezante broers en en prettige zussen,
•  lustige neven en lieftallige nichtjes,
…en dat er zoveel „tante nonnekes” in onze familie waren is voor ons allen de grote verrassing van deze dag !

 

Van heinde en verre

Vanuit alle hoeken van het land en van over de grenzen zijn wij naar hier gekomen, omdat wij ergens diep in ons hart de roepstem hebben gehoord uit een ver verleden: „Wij zijn van hetzelfde bloed… kinderen van éénzelfde vader”.
Onder welke variante onze namen in de boeken opgetekend staan, tot welke tak wij ook behoren, of wij van Jan of van Joos zijn… wij voelen ons vandaag allen één… en dat is onze grote vreugde.
Vanuit de vruchtbare Mandelvallei, waar wellicht ooit onze wieg heeft gestaan, zijn velen weggetrokken door heel het land, tot over de grenzen heen, heel de wijde wereld rond.
Wanneer in het begin van deze eeuw de grote uittocht naar Noord-Amerika plaatsvond, hebben heel wat Van Coillie’s ons arm Vlaanderen van toen verlaten, om in de nieuwe wereld een betere toekomst op te bouwen.
Anderen zijn naar het zuiden getrokken en hebben zich in Frankrijk gevestigd. Zij zijn een bloeiende tak geworden aan onze boom. Op de streekvergadering te Verlingem kwamen zij met tweehonderd bijeen. Vandaag zijn zij ook bijzonder talrijk in ons midden.
Nog anderen gingen naar het geïndustrialiseerde bekken van Charleroi en omgeving. De Van Coillie’s leven thans in Henegouwen, Namen, Luik en Luxemburg !
In naam van alle Nederlandssprekende stamgenoten wil ik hen graag in hun eigen taal hartelijk welkom heten in de streek van hun voorvaderen.

 

 

Chères cousines,
chers cousins francophones,

 

Toute la famille Van Coillie de Flandre vous souhaite la bienvenue au pays de vos ancêtres.
C’est avec une joie profonde que nous pouvons constater que la solidarité familiale reste si vivante entre vous tous.
Votre présence si nombreuse parmi nous en est le témoignage éloquent.
Nous vous souhaitons de tout cœur tout le bonheur et toute la prospérité possible dans vos foyers et dans toutes vos entreprises.

 

Reeds eeuwen lang zendt Vlaanderen zijn beste zonen uit om aan alle volkeren de blijde boodschap van het evangelie te gaan verkondigen… een boodschap van bevrijding en geluk. Ook hier vinden wij Van Coillie’s waaronder een tiental Scheutisten in de voorste gelederen. In de moeilijkste omstandigheden zijn zij hun zending trouw gebleven. Zij zijn de trots van onze familie.

 

En nadat wij ons generaties na mekaar naar alle windstreken hebben verspreid en ons op zovele plaatsen een woonstede hebben gebouwd, zijn wij op deze heuglijke dag voor de eerste keer in de geschiedenis weer samengekomen.
Als dat geen reden is om verheugd te zijn en feest te vieren! Voorwaar, dit congres is de gebeurtenis van de eeuw voor onze bloeiende en steeds groeiende familiegemeenschap.
 

Dankbaarheid…

Naast de vreugde om het samenzijn en om het weerzien van zovelen die wij wellicht in geen jaren meer hebben ontmoet, is ons hart vandaag tevens vervuld met dankbaarheid.
Deze morgen hebben wij reeds de Heer gedankt in de plechtige Eucharistieviering. Hier wil ik graag in uw aller naam allen danken die dit alles hebben mogelijk gemaakt.

 

Onze dank gaat in de eerste plaats uit naar de stille onvermoeibare werkers van het eerste uur. Naar hen die in talloze gemeentehuizen, pastorijen of waar dan ook, stapels vergeelde archieven hebben ontcijferd en uitgekamd… en die daarenboven zo vriendelijk zijn om ons allen te laten delen in de vruchten van hun vele opzoekingen. Af en toe lezen wij hun namen in Coyldiana. Wij denken hier spontaan aan Maurits en zijn zoon Jean-Paul uit Lochristi. Zonder deze noeste veldwerkers zou er voor velen van ons nooit een stamboom en nooit een congres geweest zijn.

 

Dank ook aan de redactieraad van Coyldiana, onze familiale periodiek die elke maand opnieuw wat meer klaarheid brengt in de ingewikkelde structuur van onze stamboom, maar meteen onze familiebanden wat vaster aanhaalt. Dank zij Coyldiana voelen wij ons allen bij het grootse opzet betrokken.

 

Dank ook aan de ploeg coördinatoren die het congres hebben gepland en uitgewerkt. Wij zullen wel nooit weten hoeveel uren werk, hoeveel kommer en zorg, hoeveel kopbrekens hun dit alles heeft gekost. Zij hebben prima gewerkt… proficiat!

 

Dank ook aan de vele neven en nichtjes met de oranje armband, die ervoor zorgen dat alles hier zo vlot en zo prettig verloopt.

 

En tenslotte gaat onze dank bovenal uit naar hem die de hele stamboomoperatie vanuit zijn pastorie te Nieuwkapelle van het begin af heeft bezield en geleid: ons aller sympathieke nonkel pater René Gustave Vancoillie.
Op de vele regiovergaderingen hebben wij niet enkel zijn veroverende geestdrift en zijn formidabel geheugen, waarin hij al onze namen bewaart, moeten bewonderen, maar vooral zijn groot hart, zijn warme genegenheid voor heel zijn familie mogen ervaren. In alle richtingen heeft hij het land doorkruist, niet enkel om onze namen te noteren, maar vooral om ons zoveel mogelijk persoonlijk te kunnen ontmoeten. Voor hem is de genealogie veel meer dan een boeiende hobby: zij is het middel om ons allen weer dichter bij mekaar te brengen, om de broederlijke liefde tussen ons allen zo sterk te maken dat zij alles duldt, alles verdraagt, alles vergeeft en ons allen verenigt… en dat is echt priesterwerk.
 

Laten wij tenslotte op deze heerlijke dag het glas heffen op de gezondheid, de voorspoed en het geluk van alle Van Coillie’s waar ook ter wereld.

 

Bron: Coyldiana 1977 blz. 32

 

Discours de Georges Vancoillie

 
Discours pendent le congrès de la famille
à Ostende, samedi 1977-04-30, par le directeur
E.P.L. à Ypres.
 
 

Chers convives,
membres de la famille Van Coillie,
 
Voici le grand jour!
Jamais on n’a vu réuni en ce Kursaal un pareil beau monde. Nous voici rassemblés, heureux comme une seule grande famille:
•  des grand-pères aimables et des grand-mères affectueuses,
•  des oncles joyeux et des tantes charmantes,
•  des frères amusants et des sœurs plaisantes,
•  des neveux dynamiques et des nièces gracieuses,
Et qu’il existe tant de «matante masœur» au sein de notre famille, c’est bien la surprise de cette mémorable journée!
 

De partout…

Nous sommes venus de tous les coins du pays et d’au delà des frontières, parce que, au fond de notre cœur, nous avons identifié l’appel d’un lointain passé: nous sommes du même sang, nous sommes d’un même père…
Que dans les registres notre nom s’y trouve à plusieurs variantes, que nous appartions à la branche de José ou à celle de Jean, en ce jour nous nous sentons un et cette union est notre joie.
Beaucoup de Van Coillie ont quitté la vallée de la rivière Mandel, où s’est trouvé notre berceau commun et se sont dispersés à travers le pays, outre frontière et à travers le monde…
Quand au début de ce siècle eut lieu le grand exode vers l’Amérique du Nord, maint Van Coillie a quitté son pauvre pays flamand d’alors, pour construire un meilleur avenir au Nouveau Monde.
D’autres se sont dirigés vers la France, où ils sont restés. Ils y ont devenus une branche florissante de notre arbre. A la réunion sectorielle de Frélinghien ils furent 200 participants. Aujourd’hui nous les voyons particulièrement nombreux parmi nous.
Encore d’autres se sont dirigés vers le bassin de Charleroi et environs. Les Van Coillie vivent aujourd’hui dans toutes les provinces wallonnes.
C’est bien volontiers, qu’au nom des Van Coillie néerlandophones, je leur dis à eux tous: Soyez les bienvenus au sol de vos aieux.

 

  Dierbare franstalige nichten en neven,
 
Heel de Van-Coilliefamilie uit Vlaanderen wenst u hartelijk welkom in de streek van uw voorvaderen. Met innige vreugde stellen wij vast dat de familiesolidariteit bij u allen zo levendig blijft.
Uw talrijke aanwezigheid bij ons bewijst dat.
Wij wensen u van harte veel geluk in uw gezinnen en alle mogelijke voorspoed bij alles wat u onderneemt.

 

Depuis des siècles la Flandre envoie les meilleurs de ses fils, porter au monde entier la bonne nouvelle de l’Evangile, de la délivrance et du bonheur. Ici également on trouve des Van Coillie aux premiers rangs, pour ne citer que la dizaine de missionnaires de Scheut. Ils ont su rester fidèles à leur mission, à travers les pires circonstances. Ils restent la gloire de notre famille.

 

Et après notre dispersion aux quatre coins du monde, où nous avons construit notre foyer, génération après génération, nous voici à nouveau réunis, en ce jour mémorable, pour la première fois dans l’histoire.
Si ceci n’était une raison de faire la fête! Vraiment ce congrès est pour notre communauté familiale le grand événement du siècle!
 

Gratitude

A côté de la joie de se retrouver réunis et de se revoir après de longues années, il existe en notre cœur un grand sentiment de gratitude.
Ce matin, nous avons remercié le Seigneur à la célébration eucharistique. Ici je remercie bien volontiers en votre nom à vous tous, toutes les personnes qui ont réalisé ce congrès.

 

En premier lieu notre merci aux ouvriers infatigables et silencieux de la première heure. Ceux qui ont déchiffré et passé au peigne des tas d’archives jaunies, en mairie et en presbytère et qui ont la gentillesse de nous faire participer aux fruits de leurs recherches. De temps à autre on lit leur nom dans la revue Coyldiana. Nous pensons spontanément à Maurice et à son fils Jean-Paul de Lochristi. Pour beaucoup d’entre nous il n’y aurait jamais eu d’arbre généalogique ni de congrès, sans ces ouvriers au champ…

 

Merci également à la rédaction de Coyldiana, notre périodique familial, qui chaque mois apporte un peu plus de clarité dans la structure compliquée de notre arbre généalogique. Toujours il resserre nos liens familiaux. Grâce à Coyldiana on se sent tous impliqués dans la grande entreprise!

 

Merci encore à l’équipe des coordinateurs qui ont programmé et réalisé le congrès. Nous ne saurons jamais le nombre d’heures de travail, ni le quantité de soucis et de préoccupations, que cela leur a coùté. Ils ont œuvré magnifiquement. Proficiat.

 

Merci aussi aux nombreux nièces et neveux au brassart orange, qui s’occupèrent de la bonne et allègre démarche de tout.

 

Et finalement, notre gratitude surtout à celui qui de son presbytère accueillant de Nieuwkapelle, a animé et dirigé, depuis le début, l’opération généalogique. Notre sympathie à nous tous au père René Gustave Vancoillie.
Au nombreuses réunions régionales, nous avons admiré non pas seulement son enthousiasme accaparant et sa mémoire grâce à laquelle il garde tous nos noms, mais surtout son grand cœur et sa chaude affection pur toute sa famille.
Il a parcouru le pays dans tous les sens, ne pas seulement pour notre noms, mais surtout pour nous rencontrer personnellement autant que possible. Pour lui la généalogie est plus que passionnant passe-temps. Elle est le moyen de nous faire nous retrouver, afin de renforcer entre nous tous, l’amour fraternel, qui pardonne tout et qui nous unit tous. C’est une œuvre sacerdotale.
 
Et cette journée glorieuse, levons enfin le verre à la santé, à la prospérité et au bonheur de tous les Van Coillie, où qu’ils se trouvent à travers le monde!

 

D’apres: Coyldiana 1977 page 32

 

vancoilge.net