v. 2003-09-01

Ex-burgemeester Van Coillie overleden

 
Artikel uit een krant van eind januari 1973
 
 

Elders in dit blad zult U lezen dat burgemeester Delodder van Rumbeke tijdens de eerste zitting van 1973 zijn beste wensen uit­sprak voor een spoedig herstel van zijn voorganger burgemeester Jozef Van Coillie. Deze was inderdaad voor een algemeen onderzoek op­genomen in het Sint-Janshospitaal van Brugge. Hij overleed er in de nacht van dinsdag op woensdag.
 

Burgemeester Jozef Van Coillie! We herinneren ons nog die zomerdag van het jaar 1964. Koning Boudewijn bracht een be­zoek aan enkele steden in midden West-Vlaanderen, onder andere aan Roeselare. Het was de tijd van de eerste fusies. Het lot van Beveren was al beslecht en Rumbeke vrees­de voor het zijne.
Er hingen spandoeken aan het ge­meentehuis en er heerste een ver­bitterde sfeer, alvast in het hart van de gemeentevaderen. Met een pe­titie in de hand wachtte burgemees­ter Van Coillie de koninklijke stoet af; er was inderdaad voorzien dat

er te Rumbeke even zou gestopt worden – juist de tijd voor een handdruk en een hartelijke wens. Burgemeester Van Coillie overhan-
 

 

[Foto]

 

Jozef Van Coillie & koning Boudewijn

 

 

digde de petitie en de verraste Sire troostte hem met een vage aan­moediging. De tijd der Bourgondiërs is reeds lang achter de rug; konin­gen kunnen nog maar weinig gun­sten uitdelen – alvast niet op het louter bestuurlijk vlak. Maar burge­meester Van Coillie had zoals de gilden van weleer de oude vrijheid

willen afsmeken, alvast een sym­bolische poging willen ondernemen.
 

Landbouwer Jozef Van Coil­lie werd geboren te Rumbeke op 29 november 1906. Hij was dus nog maar een kleine jongen toen de ou­derlijke hofstede het toneel was van een bloedig drama. Later heeft hij deze hofstede van vader overgeno­men; een goede hartelijke land­bouwer die met kennis van zaken zijn bedrijf leidde.
Na de oorlog werd hij geroepen om ook zijn gemeente te leiden. Hij was veertig jaar toen hij zich op de eer­ste naoorlogse lijst presenteerde en werd eerste schepen in het kollege van burgemeester Verstraete. Tien jaar later werd hij dienstdoende burgemeester om ten slotte in mei 1956 zelf de sjerp te omgorden.
Onder zijn rechtvaardig beleid heeft Rumbeke een grote uitbreiding ge­nomen, onder meer op industrieel gebied. Hij was alom geacht, ook door zijn zeldzame tegenstanders in de politiek.
Eenvoud was zijn grootste sier­raad;

 

 

Ex-burgemeester Van Coillie overleden [2]


een vriendelijke handdruk zijn bes­te vorm van public relations.
Toen bij de jongste gemeenteraads­verkiezingen ook notaris Delodder
 

 

 

Jozef Van Coillie & Patrick Sercu

Jozef Van Coillie drukt de hand van wielerkampioen Patrick Sercu.

aantrad kon men voor­zien dat de grijs geworden land­bouwer niet langer de volle last zou dragen. Hij was trouwens voorstander van tij­dige „verjonging” en had dit stand­punt overal laten horen.
 

Einde 1971 nam hij ontslag als burgemeester, maar het ty­peerde deze nobele man dat hij verder als gewoon raadslid de zit­tingen volgde.
Op 19 februari 1972 werd hij gehul­digd en bij deze gelegenheid mocht hij een kleurentelevisie in ontvangst nemen. Hij heeft toen lang moeten zoeken naar passende woorden om zijn dankbaarheid en ontroering uit te drukken. Zijn gezondheid liep dan fel achteruit.
 

Ter gelegenheid van de jaar­wisseling ging het schepencollege hem ten huize zijn wensen aan­bieden; kort nadien werd hij over­gebracht naar Brugge. Zijn laatste tocht in een leven waarin weinig tijd en plaats was ge­weest voor grote reizen.
 

Burgemeester Van Coillie wordt dinsdag aanstaande te 10.30 u. begraven. Zijn stoffelijk over­schot zal opgebaard worden in de

rouwkapel van het klooster der Grauwzusters. Het lijdt geen twijfel dat veel Rumbekenaars hem daar zullen gaan groeten.
 

 

 

[Foto]

Eerstesteenlegging voor een rusthuis door burgemeester Jozef Van Coillie.

 

Rumbeke nam dankbaar afscheid
van Ereburgemeester Jozef Van Coillie

 
In een volgende uitgave verscheen het volgende artikel.
 

 

Ereburgemeester Jozef Vancoillie uit Rumbeke werd dinsdag door zijn vrienden en medeburgers naar zijn laatste rustplaats gedragen. Deze grote figuur, vol eenvoud en dienst­vaardigheid, overleed na een kort­stondige ziekte in het St.-Janshospi­taal te Brugge, een jaar na de neer­legging van zijn burgemeesters­ambt.
Het stoffelijk overschot werd opge­baard in de rouwkapel van het klooster. Vier leden van het vrijwil­lig brandweerkorps uit Rumbeke waren rond de lijkkist opgesteld. Een lange rij mensen uit de ge­meente, het voltallig gemeentebe­stuur en talrijke burgemeesters uit het omliggende alsook arrondisse­mentscommissaris De Prest scho­ven aan om een laatste groet aan de overledene te brengen.
Het brandweerkorps leidde de rouwstoet gevolgd door de talrijke vlaggen van verenigingen uit Rum­beke en door de muziekmaatschap­pij. Onderweg vormden de leerlin-

gen van de gemeenteschool en de Zilverberg een erehaag. De lijkwa­gen was geflankeerd door burge­meester Delodder, en de schepenen Loontjes, Noterdae­me en Bylo en door de voltallige gemeente­raad.
Tijdens de uitvaartmis belichtte pas­toor Schotte (Zilverberg) het leven van deze grote man. Hij was de ide­ale burgervader, een groot mens met de ambitie als volks­vriend de mens diensten te bewij­zen. Hij stond werkelijk ten dienste van iedereen, vooral van de kleine en arme man. Hij had een gevoelig hart met een neiging om in de ver­warde discussie te bemiddelen in plaats van te beslissen en bekwam meer door goed te luisteren dan te praten. Zijn ongekunstelde een­voud, en het oprechte gevoelen voor de mens maakten van hem een groot burgemeester. Zijn per­soonlijke overtuiging gaf hij echter nooit prijs. Wat hij heeft gezaaid zal blijven leven.
Een afscheidswoord kwam ook van

burgemeester Delodder. Hij schil­derde hem af als een goede land­bouwer die iets over had voor de landbouwersvereniging. Daarnaast behartigde hij de belangen van de ganse gemeente. Jozef Vancoillie was bekwaam, een mens met ge­zond verstand, een scherp oordeel en een lange ervaring. Hij was eer­lijk en eenvoudig. Het behoud van de zetel als raadslid betekende een verdere inzet voor de gemeente, Hij wendde zijn gezag niet aan om zich­zelf te bevestigen. Jozef was dienstbaar, mild en ten zeerste be­zorgd voor hen die het minder goed hebben. Al deze parels verzekerden achting. Als slot nemen we de woor­den van een eenvoudige gedenk­steen:
 

„Dank U, Burgemeester”.

 

vancoilge.net