v. 2008-01-13

Alfons Van Coillie – vluchteling

 
in Gelderland aktief voor zijn medevluchtelingen (1914–’18)
 
 

Grote Oorlog – Al snel werd duide­lijk dat de oorlogshandelingen zich voornamelijk in de Vlaamse west­hoek zouden afspelen. Alfons Van Coillie vluchtte daarom met vrouw Margareta en kinderen Albert, Ma­rie-Louise & Lutgarde naar Neder­land. Hij vervoegde zich daar bij zijn schoonfamilie Christiaens die al eerder van Tongeren naar Maas­tricht was uitgeweken.
Alfons zette zich in die stad meteen in voor zijn vele lotgenoten en zou later altijd met eni­ge weemoed aan deze emotionele Maastrichtse perio­de terugdenken.
 

Naar Gelderland – Toen het er­naar ging uitzien dat de oorlog veel langer zou duren dan aanvan­kelijk voorspeld, werd er in Nederland een Centrale Commissie gevormd voor de belangenbehartiging van de talrijke Belgische vluchtelingen. Die commissie stond onder voorzitter­schap van de kamerheer van de Ne­derlandse koningin, baron Van Tuyl van Serooskerken, terwijl de Bel­gische minister Robert Poulet het

Gezinsfoto voor de vlucht

Het gezin Van Coillie–Christiaens in 1914

contact met de regering in Den Ha­ver ver­zorgde.
 

De vluchtelingen werden op drie plaatsen geconcen­treerd: 7020 in Uden (Noord-Bra­bant), 7050 in Nunspeet en 5400 in Ede (allebei in Gelderland). Alfons kwam met zijn familie in het Vluchtelingenoord Ede te­recht, waar hij al spoedig kennis­maakte met de auteur Arthur van Schendel.

Deense hulp – In 1915 ontving de Nederlandse regering een gift van 325.000 gulden voor de wederop­bouw van België. De Centrale Commissie gebruikte dat kapitaal om er in de vluchtelingenoorden bouwwerven mee op te zetten waar –voor later gebruik in België– geprefabriceerde nood­woningen werden gemaakt (de zogenaamde Deense huis­jes); daarmee werd tegelijk zinvol werk verschaft aan enkele duizen­den werk­krachten.

Tevens werden er vakscholen opge­richt voor de scholing van de jonge­ren.
 

Professor Van Hecke, hoogle­raar architectuur in Leuven, werd door minister Poulet aangesteld tot hoofd­opziener; Alfons Van Coillie tot bestuurder van de vakschool in Ede. Alfons ontpopte er zich als een geboren leider, deelde moeiteloos opdrachten uit en de noodwoningen kwamen in een gestaag tempo ge­reed… Hij zorgde er ook voor dat er in het vluchtelingenoord enkele tuin­partijen werden aangelegd.

 

Alfons Van Coillie [2] – vluchteling

Succesvol – Werd de vakschool op­gezet naar Belgisch model, Alfons Van Coillie was zeker niet vies van bruikbare en nuttige Nederlandse tradities. De Edese vakschool kwam onder zijn leiding dan ook snel tot bloei.
De voormiddagen waren bestemd voor het echte theoretische vakon­derwijs; naast zijn leidende functies nam Alfons, als leerkracht, ook en­kele vakken voor zijn rekening.
De namiddagen werden besteed aan aanschouwelijk onderwijs en practische oefeningen in timmeren, smeden, metselen, schilderen, boet­seren en beeldhouwen.
 

Foto

Lerarenoverleg in Nunspeet (1918) &ndash Uiterst links: Gerard Prosper Lenssens, leraar beeldhouwen. Rechts van hem zit Alfons Van Coillie. De drie andere leer­krachten zijn ons jammer genoeg (nog) niet bekend.
Op de achtergrond een van de
Deense huisjes.

Velen zullen zich zeker de avond­lessen voor volwassenen en de feestelijke prijsuitreikingen uit die tijd met groot genoegen herinnerd hebben.
 

Zijn succesvolle aanpak in Ede leidde ertoe dat hem verzocht

werd de stagnerende organisatie ook in de andere vluchtoor­den vlot te trekken. Op 1917-07-01 aan­vaardde hij dan ook het bestuur van de grootste vakschool (Nun­speet, 300 leerlingen) en vormde ook die spoedig om tot een bloeiend instituut.

Foto

Nunspeet 1918-10-18.  Leraar Gerard Prosper Lenssens (geb. Dendermonde 1868-02-09) met zeven pupillen en een eveneens aan­dachtige toeschouwer.

 

Alfons Van Coillie – letterenminnaar

 
37 jaar voorzitter van de Roeselaarse letterengilde ‘De Vriendschap’ (1912–’49)
 
 

Foto Rodenbachfeest 1919

 

Alfons was net terug uit Neder­land toen op 1919-08-13 het stand­beeld van Albrecht Rodenbach weer op zijn voetsuk werd geplaatst. Ter gelegenheid daarvan verzamelden zich in Roeselare tal van prominen­te Vlamingen uit de literaire wereld. Hij wist zich in perfect gezelschap.

Bovenaan: Alfons Van Coillie; Gustaaf Sap; voor hem Hendrik Bor­ginon; H. Van de Perre; Eppstein; deken Edward De Saegher; notaris Hendrik Persyn; half zichtbaar burgemeester Jan Mahieu; Achiel Denys.
Vanaf de 1e barettendrager: Yy; Omer Van Coillie; half zichtbaar daarvoor dokter Van­den Bulcke; met baret Dries De Vos; Cyriel Verschaeve; Victor De Lille; Frans Van Cauwelaert; Hugo Verriest; Juul Lagae, maker van Rodenbachs beeld; Pieter Staessens; Abraham Hans.
Op de voorgrond: Yy; apotheker Karel Grymonprez; Ernest Claes; Stijn Streu­vels; verder naar rechts Fernand Toussaint Van Boelaere; Yy; Yy; en naast de trap de latere gouverneur Hendrik Baels; Robert De Smedt; ingenieur Robert Standaert.

 

Alfons Van Coillie [4] – letterenminnaar


Al als student aan Leuvense universiteit trad Alfons Van Coillie, naar het voor­beeld van stadgenoot Albrecht Ro­denbach, toe tot de let­terenlievende vereniging De Vriend­schap die toen onder leiding stond van Arthur Verstraete. Het duurde niet lang of de jonge student werd een trouw en bedrijvig lid, vooral nadat hij in 1907 het diploma Bouw­kundig Inge­nieur had behaald en ondanks zijn stageperiode bij de heer Christiaens in Tongeren.
Zijn oefeningen in De Vriendschap waren talrijk, immer verzorgd, en handelden over zeer uiteenlopende onderwerpen. Als hij in de letter­kunde oefende, ging zijn voor­keur steeds uit naar te weinig ge­kende of genegeerde schrijvers en werken.
 

Voorzitter – Ondervoorzitter sedert 1912-01-26, werd hij 1914-01-16 voorzitter van de gilde als opvolger van Arthur Ver­straete die schreef: „Ik ben ver­heugd te constateren dat mijn opvolger al de hoedanigheden bezit om den bloei van onze vereni­ging te bewerken en haar te bren­gen op een hoogte, haar verheven doel waardig”.

Het Vriendschapsleven van Alfons bewees ten volle dat de heer Ver­straete zich niet had vergist. Alfons’

37-jarig voorzitterschap werd ge­kenmerkt door een nimmer geëve­naarde bedrijvigheid.
 

Bezorgd – Alfons’ bezorgdheid om de bloei van De Vriendschap was groot. Het was met treurnis dat hij hij in zijn laatste jaren herhaaldelijk verzuchtte: „Hoe is het toch moge­lijk dat in een stad van dertigdui­zend zielen geen twintig mensen meer gevonden worden om regel-

matig, ééns in de maand, een paar uurtjes over te hebben voor hun taal- en letterkundige ontwikke­ling!”

Foto De Vriendschap

11-julifeest 1928Achter: bazin Gusta van ’t Kroontje; apotheker en latere professor aan de kul Raphael Dequeker; Lode Fabri; Staf Seaux; apotheker Miel Tyberghein; Gilbert Van Coillie.
Midden: Arthur Saint Martin; André Gryffroy; Staf Pieters; Yy; de latere burgemeester Rik De Moen.
Zittend: architect Jozef De Bruycker; Servan Seaux; Achiel Denys; apotheker Karel Grymonprez; architect Alfons Van Coillie; oogarts Albert Catry; kredietbankdirecteur Joris Van­den Driessche.

 

Alfons Van Coillie – organisator

 
Pionier en financier van de Christelijke middenstand
 
 

Sedert vele jaren was Alfons Van Coillie de pionier in de ‘Bond van Grote Gezinnen’ waar hij ook op nationaal vlak een leidende rol vervulde. Zijn bijzondere aandacht kregen vooral de Commissie voor Gezinsvergoedingen en deze van het Woningfonds.
 

Binnen de christelijke mid­denstandsorganisatie is zijn rol moeilijk te overschatten. In 1926 volgt hij Jan Bernolet op als voorzitter van het Kristen Provinci­aal Verbond der Burgerswerken van West-Vlaanderen en is tegelijk voor­zitter van de plaatselijke Roe­selaarse middenstandsvereniging.
 

Compensatiekas – Vele ja­ren vóór de wet op de gezinsvergoe­dingen in België was gestemd in 1926, richtte hij ‘De Compensatie­kas van de Christelijke Patroons’ op, waarvan hij in 1933 voorzitter werd. Ieder lid van de middenstand zal zich zijn onvermoeid werk herin­neren, dat geleid heeft tot de wet van 10 juni 1937 op de Gezinsver-

goeding van Niet-loontrekkenden. Toen naar aanleiding van deze wet op 10 au­gustus 1937 de Onderlinge Com­pensatiekas voor de Midden­stand werd opgericht, werd hij de

 

 

Home Van Coillie

Wie uit Wenduine langs de Konings­baan De Haan binnenkwam, zag daar het Home Alfons Van Coillie, een vakantie­huis voor kinderen van leden van de Compen­satiekas van de Middenstand.
Hiermee toonde deze Kas aan wie zij haar ontstaan en bloei te danken had.
(Door het huidige admb omgedoopt tot het neutralere Atlanta.)

 

 

voorzitter van het nieuwe organis­me. Hij bleef het tot aan zijn dood.
Van zijn vele taken lag deze hem het nauwst aan het hart. Met recht mag beweerd dat de Middenstand en de Compensatiekas zijn levens-

werk vormden. Zijn ze thans uitge­groeid tot een ware macht, dan is dat in de eerste plaats dankzij de be­kwame leiding en de onafgebro­ken werkkracht van senator Alfons Van Coillie.
 

Middenstandsbank – In 1924 was Alfons naast Arthur Dumortier, proost van de Katholieke Burgers­bond, stichter van de S.V. Midden­standsbelangen, later beter gekend als ‘Bank van Roeselare en West-Vlaanderen’. Zijn grootste genoe­gen was het de kleine mensen te kunnen helpen met wat hij noemde „de middenstandskredieten”.
Hij bleef voorzitter van de bank tot aan zijn dood.

 

Alfons Van Coillie – politicus

 
Gemeentepolitiek: schepen (1921–’45) – Landspolitiek: senator (1925–’46)
 
 

Arthur Dumortier, eerste proost en organisator van het mid­denstandsleven in het gewest Roe­selare, heeft Alfons Van Coillie voor de politiek gewonnen.
Al in 1920 treffen we hem aan bij de oprichting van de S.V. Patria, de bakermat van alle latere midden­standsorganisaties.
 

Schepen van Roeselare – In mei 1921 werd hij, als kandidaat voor de Katholieke Partij, verkozen tot gemeenteraadslid en werd schepen van Openbare Werken. Hij bleef dat tot na de tweede wereldoorlog.
Hij maakte zich vooral verdienste­lijk voor de economische toerusting en de indus­trialisatie van de stad.
 

Senator – Nauwelijks veertig jaar, werd hij op 1925-04-15 gecoöp­teerd senator, als afgevaardigde van de middenstand. Hij bleef lid van de senaat tot aan de verkie­zingen van maart 1946, waarvoor hij zich niet meer kandi­daat stelde.
Bij herhaling werd hij aangesteld als verslaggever voor het Budget van

Economische Zaken en Midden­stand. Zijn inzicht in sociale en fa­miliale aangelegenheden kwam ge­regeld tot uiting door het in­dienen van wetsvoorstellen en amende­menten of door mondelinge tussen­komsten die steeds zakelijk waren en bevoegd.

 

Foto Alfons

 
 

In de dertiger jaren was hij als lid van het Directorium nauw be­trokken bij de hervorming van de Katholieke Unie van België tot het Blok der Katholieken.

Ook gedurende de oorlogs­jaren 1940–’45 kweet Alfons Van Coillie zich van de verplichtingen die verbonden waren aan zijn vele taken. Toch werd hij na de oorlog, zoals menig ander mede­burger, verdacht gemaakt en beschuldigd van incivisme, waardoor hij zijn po­litieke werk moest staken. Op 30 december 1948 –ruim een half jaar voor zijn overlijden– werd die be­schuldiging ingetrokken en werd hij gerehabiliteerd. Prins-regent Karel benoemde hem tot lid van de Hoge­re Raad voor Stede­bouw.
Het heeft Alfons pijnlijk getroffen dat zelfs enkele van zijn vrien­den geloof hebben gehecht aan de ver­dachtmakingen en dat hij daar­door ook werd geweerd uit het be­stuur van de Bouwmeesterskring van West-Vlaanderen.

 

Bronnen: Theo Castro, Halle 1977-11- 06 in Coyldiana 1977 blz. 83–86; In me­moriam mijnheer Alfons Van Coillie, uitg. Het Na­tionaal Christelijk Middenstands­verbond van West-Vlaanderen / n.v. Bank van Roeselare, 1950 (49 blz.); Claudia Ver­maut, Tot uw dienst, uitg. ncmv West- Vlaanderen i.s.m. kadoc-Leuven, 1991.

 

Alfons Van Coillie

 
en zijn indrukwekkende staat van dienst
 
 

Gemeenteraadslid en schepen te
   Roeselare (mei 1921–begin ’45);
provinciaal of gecoöpteerd senator
   (15 april 1925–maart ’46);
stichter & voorzitter van de Com-
   pensatiekas der Christen Pa-
   troons;
voorzitter van de Vlaamse Fede-
   ratie van de Christen Midden-
   stand;
voorzitter van de plaatselijke, ar-
   rondissementele en provinciale
   Burgers- & Middenstandsbonden;
plaatselijk en gewestelijk voorzitter
   van de Bond der Kroostrijke Ge-
   zinnen van België;
stichter & voorzitter van de Bank
   van Roeselare;
stichter & voorzitter van het
   West-Vlaams Beroepskrediet te
   Brugge;
stichter & voorzitter van de Kre-
   dietmaatschappij voor Am-
   bachtsbewerktuiging te Roese-
   lare;
stichter & beheerder van het Ver-
   bond van Samenwerkende Ven-
   nootschappen voor Ambachtsbe-
   werktuiging van Westvlaanderen;

ondervoorzitter van de Kamer van
   Ambachten en Neringen;
voorzitter van het Leerlingensecre-
   tariaat;
voorzitter van de Bouwmeesters-
   kring van West-Vlaanderen;
beheerder van de tekenacademie te
   Roeselare;

 

 

 

Alfons Van Coillie

Alfons Van Coillie

had een bloeiend gezin van 13 kinderen.
  Op 8 augustus 1949 overleed deze pionier van de middenstand in Brugge.
Hij verrichte baanbrekend werk voor
de hele gemeenschap en was
een alom geacht man.

Hij werd door de
dankbare Roeselaarse burgers
en door de middenstandsbeweging
prinselijk ten grave gedragen.

 

beheerder van de Beroepsschool te
   Roeselare;
beheerder van de Bouwmaatschap-
   pij De Mandel;
voorzitter van de Bouwmaatschap-
   pij Het Roeselaars Werkmans-
   huis;
voorzitter van de Leenmaatschap-
   pij „De Meiboom”;
stichter & beheerder van de Gewes-
   telijke Maatschappij voor de Klei-
   ne Landeigendom;
lid van de Hogere Raad voor Stede-
   bouw;
voorzitter van de Letterenlievende
   Vereniging „De Vriendschap”;
bestuurder van De Kunstkring;
secretaris van de kerkfabriek van
   de Sint-Amandsparochie;
beheerder van de Nationale Kas
   voor Gezinsvergoedingen;
beheerder van de Nationale On-
   derlinge Kas voor Kindertoe-
   slagen;
bestuurslid van de Koninklijke har-
   monie te Roeselare;
lid van het Sint-Vincentiusgenoot-
   schap en andere parochiale
   werken.

 

vancoilge.net