v. 2001-02-03

Camille Van Coillie

 
Een artikel van legeraalmoezenier J. Schinck uit Deinze
in de krant Diksmuide, julinummer 1917
 
 

Op 26 October 1914 werd ik in de stad Kales (Frankrijk) bij eenen stervenden geroepen die een Vlaamschen biechtvader vroeg. Ik begaf mij ter plaats en vond er in een school op platten grond en op wat stroo, nevens veel gewonde soldaten van den IJzer eenen land­bouwer die zegde Camille Van Coil­lie te heeten en te Eessen te wonen.

„Ik ben de vader van verscheidene kinders, ik heb een dochter in het noviciaat te Heule en ik heb maar een zoontje” zegde hij.
 

Gedurende eenige dagen was ik ver­plicht brood te bakken voor de Duit­schers en logeerde sedert eeni­ge dagen ook Duitsche officiers.
Op zekere dag beschuldigden zij mij teekenen gedaan te hebben aan de soldaten van ’t Belgische leger door middel van een lichtje. Ik, mijn vrouw en kinders en dienstboden werden buiten geroepen; ik werd samen met mijn werkvolk voor ’t leger gejaagd en men schoot naar ons; ik kreeg drie kogels in

het lijf, en viel; ‘k werd door de Bel­gen opgeraapt en naar Alveringhem gevoerd, waar ik bleef totdat men zegde dat al de Duitschers over den IJzer gekomen waren en men de hospitalen, ook te Alveringhem, deed ontruimen van de daar ver­zorgde zieken en gekwetsten.
Ik kwam hier aan te Kales. Wat er van mijn vrouw en kinders gewor­den is weet ik niet. Ik ga sterven en zou geerne biechten.
Wilt u ook a.u.b. mijn zoontje op­zoeken, dat reeds vóór ons, langs­over Diksmuide weggevlucht was. ’t Is nog zoo jong! Wil er vader van zijn, want ik zal sterven en wie weet leeft er nog iemand van mijn huis­gezin.

 

Ik beloofde dit te doen. Ik biechtte de man, gaf hem de H. Communie die ik haalde in de Sint-Pieterskerk en gaf hem ook de H. Olie. Ik bleef er lang bij, maar moest hem eindelijk verlaten voor de dienst der gekwetsten in het Sint-Pietershospitaal en de zorg der

vluchtelingen van den IJzer die in de stad overal verspreid lagen.
Die goede man moest een heelkun­dige bewerking ondergaan en stierf, want des anderendaags als ik ging zien, was het lijk reeds verdwenen.
Denkende dat alles in orde was be­moeide ik mij met die zaak niet meer, behalve met het opzoeken van het kind. Ik vond den jongen frisch en gezond in Adin­kerke bij brave menschen waar hij reeds aan ’t werk was op het land.
 

Ik heb het kind stillekensaan tot die tijding bereid en hem alles gezegd wat ik van zijn vader wist, en onder mijn zorg en die der brave land­bouwers werkt en studeert hij (hij studeerde immers vóór den oorlog te Rousse­laere) en bereidt hij zich zelfs reeds om zijn vaderland te ver­dedigen tegenover dezen, die hem ouderloos mieken op aarde. Binnenkort misschien schiet hij reeds de Duitschers weg die in ’t torentjen zitten op zijn hoeve te Eessen (’t is immers een observa-

 

Kamiel Van Coillie [2]


tiepost en men ziet het staan als men rechte voor Diksmuide is).
 

Wat het graf zijns vaders betreft, dat kan ik niet met ze­kerheid aanduiden. Niet één kruis­ken van Kales’ Noordkerkhof, draagt de naam van Van Coillie; alleenlijk weet ik, dat ik op den 24 October, Zaterdagnamiddag, een soldaat Henri Denys genaamd, ge­boren te Westroozebeke, begroef en nevens dit graf volgen eenige graven met een kruisken, waarvan de dooden onbekend zijn. Waar­schijnlijk ligt Camile Van Coillie daaronder begraven.

Hij lag in een hospitaal voor solda­ten en men zal hem als soldaat be­handeld hebben en begraven ne­vens de soldaten. Vandaar wellicht dat er boven zijn graf staat ‘soldat inconnu’. Hij stierf op 26 October en ik be­groef Henry Denys op 24 Octo­ber, waarachter die onbekende gra­ven liggen, waarvan één dit van Camille Van Coillie is.

Voor verdere inlichtingen en foto dier graven, zich te wenden tot mij,

 

J. Schinck, legeraalmoezenier C 58, T.A.G. Te Velde.
 
 
Volgende artikel op blz. 3.

 
 
 
 

Camille Van Willo

 
In een volgende editie verscheen onderstaand artikel.
 
 

In ’t Julinummer Diksmuide 1917 sprak ik over de dood van Ca­mille Van Coillie, van Eessen, erbij voegende dat het graf van deze man was ontsnapt aan mijn opspo­ringen. Op heden is het ontdekt, dank aan de inlichtingen van Haute­ckiet, sergent G.I. Auvours Sarthe.
De jongen schreef mij te weten, dat Camille Van Coillie was ingeschre­ven bij de registers van de in Kales gebrachte zieken en gekwetsten

van ’t jaar 1914 onder de naam Ca­mille Van Willo.
Ik heb dan de zaak doen onderzoe­ken op Kales’ Noordkerkhof. Er is een graf gevonden met houten kruiske voor opschrift dragende de naam „Camille Van Willo, civil bel­ge, né à Hooglede le 28 septembre 1860, décédé à Calais le 26 octobre 1914”. Dit is voorzeker ’t graf van Camille, want ’t overlijden is gelijk ik heb aangeduid, de geboorte, ook

de dag, jaar en plaats zijn juist naar ’t zeggen van zijn zoontjen Leon.

Ik heb het graf doen verzorgen en een lichtteekening doen van nemen.
Mijn innigen dank aan den sergent Hauteckiet.

 

J. Schinck, legeraalmoezenier, D.291 59 (Cie) BL.

 
 
 

vancoilge.net