v. 2009-12-31

Filius legitimus septimo loco consequenter natus

 
Een zevende zoon in een ononderbroken reeks,
werd en wordt in Vlaanderen op een bijzondere manier geëerd,
maar de herkomst van dit gebruik konden we nog niet achterhalen.  
 

 
 

Telling & registratieEen ze­vende ‘legitieme’ zoon in een on­onderbroken reeks werd door de pastoors nadrukkelijk als zodanig in het doopregister vermeld.
De pastoors hadden vroeger dus kennelijk de opdracht om zo’n tel­ling bij te houden en om de feitelij­ke constatering in de boeken op te tekenen.
Telling noch registratie dienen een aanwijsbaar kerkelijk doel, maar ook een registratieopdracht van overheidswege konden we tot nu toe nergens achterhalen.
 

Een eervol peterschapUit het doopregister blijkt dat zo’n ze­vende zoon werd geëerd met een bijzondere peter en meter.
Uitgaande van het gebruik dat de borelingen meestal óp hun geboor­tedag of uiterlijk drie dagen daarna werden gedoopt, lijkt het er sterk op dat er voor dat bijzondere peter­schap vaste regels geweest moeten

zijn. Zo’n peter of meter komt ten­slotte niet uit de lucht vallen.
We vonden echter nog geen enkele bron waaruit blijkt hoe dat peter­schap vroeger in onze contreien ge­regeld was en wie de voordehand­liggende peter en meter waren.
Sommigen noemen ‘de regerend vorst’ de aangewezen peter (veelal vertegenwoordigd door een van zijn hogere ambtenaren); maar wij von­den daarvan nog nergens een offi­ciële bevestiging.
 

Een tekst uit 1946 luidt: «Spe­cia­le feestelijkheden gaan gepaard met de geboorte van het zevende kind eener ononderbroken reeks van het­zelfde geslacht, dus zeven zonen of zeven dochters achter elkaar. In dat/p>

 


Voordat ú uw zevende zoon op de wereld zet, hopen wij wat meer gegevens verzameld te hebben…


geval wordt het peterschap of het meterschap aanvaard respectieve­lijk door den Koning of de Konin­gin, bij het doopsel vertegenwoor­digd door den Burgemeester of zijn echt­genoote. Het gezin ontvangt een koninklijk geschenk evenals het kind, dat naar den koning of de ko­ningin wordt ge­noemd.»

 

Dr. K.C. Peeters, Eigen aard, Grepen uit de Vlaamsche folklore, drukkerij-uitgeverij De Vlijt, Antwerpen 1946.
 

 

Ook vandaag de dag nog kan men in België voor een zevende zoon of dochter in een ononderbro­ken reeks het peter- of meterschap van het Belgische vorstenpaar aan­vragen.
 

 

Bijkomende voordelen?Gege­ven die registratie en het eren van zo’n zevende, vermoeden we dat daaraan vroeger moge­lijk nog andere voorrechten verbonden waren.

Wij denken daarbij aan het recht op

 

Filius legitimus septimus consequenter loco natus [2]

een studiebeurs of aan een andere voorkeursbehandeling…
Maar ook daarvan vinden wij ner­gens iets op papier. Alleen: een pe­ter was bij ons toch altijd wel wat méér dan een ‘doopgetuige’…
 

NaamgevingUit tellingen van sommige stamboomonderzoe­kers blijkt dat aan de zevende zoon of doch­ter veelvuldig de naam Louis/Louise (Ludovicus/ Ludovi­ca) werd gegeven.

De dopeling zou dan vernoemd zijn naar de heilig verklaarde Lodewijk ix, weten de tellers.
Als je er onze genealogieën op na­kijkt dan valt al snel op dat de do­peling –afhankelijk van zijn ge­slacht– in het verleden meestal de naam van zijn peter of meter kreeg toe­bedeeld. Ook bij een bijzonder pe­terschap was dat niet anders.
 

In het Franse Rijk –zegt men– werd (een vervanger van) de ko­ning peter. Wetende dat 16 van de 17 Franse koningen Louis heetten is het zeker mogelijk dat velen met zo’n koninklijke peter daar óók die naam droegen. En dat men zich buiten het Franse Rijk aan een ver­meende Franse mode conformeer­de, en zijn zevende zoon ook Ludo-

vicus ging noemen, is dus ook niet onmogelijk.
 

BijgeloofEen oud bijgeloof kende de zevende zoon bijzon­dere geneeskracht toe.

Velen van hen zouden een gene­zerspraktijk uitgeoefend hebben. Al zijn ons ook daarvan uit de eigen streek geen voorbeelden bekend, we nemen het graag voor waar aan. We kun­nen ons levendig voor­stellen dat het bijgeloof bestond en dat betrokkenen geen zeven keer moesten nadenken om daar gretig misbruik van te maken.

Maar we vermoeden dat vele nuch­tere Van Coilges, én ande­ren, zo’n genezers voor ordinaire kwakzal­vers hielden.
We zien in dat bijgeloof zeker geen reden om een ‘zevende zoon op een rij’ te eren met een bijzondere peters, en geloven al helemaal niet dat de kerk dáár haar medewerking aan zou hebben verleend.
 

Een mogelijkheid…Het eren van de zevende zoon wás een ingeburgerd gebruik, en daar moet dus iets aan ten grond­slag gelegen hebben.
Gedegen literatuur over dat gebruik in ónze streek hebben we nergens

gevonden. We gaan daarom even gissen:
Het getal zeven is in de Bijbel een bijzonder getal:
• we noemen het een heilig getal
• en een geluksgetal;
• „God schiep hemel en aarde in zeven dagen”;
• „aartsvader Abraham had zeven zonen”, en… zou uit zijn nageslacht geen koning geboren worden?
• zelfs mensen die aan het bestaan van een hemel twijfelen, vertoeven graag in een zevende hemel
 
We vermoeden dat hier een ‘ge­kerstende’ versie van het gebruik zijn wortels kan hebben. (Je kon beter de peter zijn van een nieuw koningsgeslacht dan dat je, zoals Herodes dat deed, een generatie kinderen liet vermoorden waarvan er moge­lijk één koning zou wor­den.)

Of er aan dit alles een oud Fran­kisch gebruik ten grondslag heeft gelegen, en welk, dat zoe­ken we nog eens uit.
 

Kobbe

 

vancoilge.net